Arriva: concessie NS uit 2011 in strijd met aanbestedingsrecht

Anne Hettinga, bestuursvoorzitter van vervoersbedrijf Arriva Nederland, verschijnt voor de commissie Fyra.
Anne Hettinga, bestuursvoorzitter van vervoersbedrijf Arriva Nederland, verschijnt voor de commissie Fyra. Foto ANP / Bart Maat

Arriva, dochteronderneming van Deutsche Bahn, gaat de concessie die aan NS is verleend voor gecombineerde exploitatie van de hogesnelheidslijn en die van het hoofdrailnet, juridisch aanvechten. Volgens Arriva is die concessie, verleend in 2011, in strijd met het aanbestedingsrecht en Europese regelgeving over staatssteun. Bestuursvoorzitter Anne Hettinga zei dat in zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie Fyra.

Arriva dong in 2001 mee naar de concessie van de hogesnelheidstrein, maar werd afgewezen omdat haar bod van 100 miljoen per jaar door het ministerie van Verkeer en Waterstaat te laag werd bevonden. NS bood indertijd 178 miljoen euro. Maar dat bod van NS werd in de jaren daarna ‘afgepeld’, volgens Hettinga. Uiteindelijk kreeg NS in 2011 van toenmalig minister Schultz een concessie waarbij NS 101 miljoen euro moest betalen voor de hogesnelheidslijn en 80 miljoen voor het hoofdrailnet.

‘nauwe verstrengeling NS en ministerie’

“Het was het zoveelste bewijs van die nauwe verstrengeling van NS en het ministerie”, aldus Hettinga, die de verstrengeling ook op andere fronten heeft geconstateerd. Zo zag hij ambtenaren van het ministerie overstappen naar NS. “Ambtenaren waar wij eerder mee onderhandelden. Dat vind ik verwerpelijk.” Arriva heeft tegen die concessieverstrekking een bewaarschriftprocedure aangespannen bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat waarin ontbinding van dat concessiecontract word geëist. Als die wordt afgewezen, stapt Arriva naar de rechter.

Volgens Hettinga won NS in 2002 de aanbesteding door absurd hoog te bieden. Het bod van Arriva van 100 miljoen euro was volgens Hettinga ook al te hoog omdat het ministerie uitging van veel te optimistische passagiersprognoses. Het ministerie ging uit van 17 miljoen reizigers per jaar, terwijl 12 miljoen reizigers al een hele hoge inschatting was. Feitelijk was de concessie rond de 50 miljoen euro waard. Arriva bood 100 miljoen euro, maar wilde daarbij wel garanties hebben over financiële risicodeling als zou blijken dat die passagiersaantallen inderdaad substantieel lager waren of als onderhandelingen met België en Frankrijk over beschikbare spoorpaden onvoldoende zouden opleveren.

tweede poging gestrand

In 2011 strandde een tweede poging van Arriva om samen met andere regionale vervoerders als Connexxion, Syntus en Veolia verder te penetreren op het NS-spoornet. Met name het regionale spoornet en de intercitynetten zouden openbaar aanbesteed moeten worden. De vervoerders verwachtten daarmee honderden miljoenen te besparen en hadden daar ook overleg over met het ministerie. Maar dat overleg werd onverwacht afgeblazen, omdat, zo bleek later, minister Schultz en NS overeenstemming hadden bereikt over die geïntegreerde concessie.

“We kregen de mededeling dat die overeenstemming er inmiddels was en dat er de volgende dag een persconferentie zou volgen.”

‘alternatief opzij gelegd’

Ook in 2013 ving Hettinga bot. Toen in april duidelijk was dat de Fyra definitief zou worden stilgelegd, liet hij het ministerie weten dat Arriva samen met Deutsche Bahn een oplossing had.

“We konden vanaf december 2014 rijden met Duits materieel en binnen een jaar in een halfuur-frequentie. Per september 2016 zouden Duitse hogesnelheidstreinen worden ingezet. Daar hadden we sluitende afspraken over met Deutsche Bahn. Terwijl dat in het alternatief van NS pas in 2021 het geval is.”

“Maar tot onze grote teleurstelling werd ons alternatief achteloos opzij gelegd. We kregen te horen dat NS tot oktober de tijd kreeg om een alternatief uit te werken.”

Als Arriva de juridische procedure wint en het concessiecontract van NS wordt ontbonden, moet volgens Hettinga opnieuw bekeken worden of het aanbod uit 2013 om met Duitse treinen te rijden nog kan worden uitgevoerd. De Fyra moest volgens hem wel mislukken.

“Ik heb met verbazing en verbijstering het hele proces rond die trein gevolgd. Bij zo’n majeure investering hoort een professionele houding. Het screenen van de leverancier. Je moet ervoor zorgen dat de meerkosten tot een minimum beperkt blijven. En het hele proces moet de aandacht hebben van het allerhoogste topmanagement.”