Alleen Elvis kon hem van zijn troon stoten

Door Koot&Bie werd hij ‘James Overlast’ genoemd. Maar de koning van de easy listening was een alleskunner. Hij vertolkte met zijn orkest muziek van The Beatles en Marley tot Mozart. En hij stond voor nieuw elan in naoorlogs Duitsland.

Kringloopwinkels en bananendozen op de vrijmarkt puilen uit van elpees van James Last. Voor een euro mag je er meestal wel vier meenemen. Op zich is dat geen wonder, want de eergisteren in Florida overleden orkestleider was de best verkochte albumartiest van de jaren zestig en zeventig, toen muziek nog vooral op zwart vinyl werd verkocht. James Last bracht meer dan tweehonderd albums uit en verkocht wereldwijd zeker honderd miljoen exemplaren, vooral in de succesreeksen Non Stop Dancing, Beach Party en Classics Up To Date.

In contact met de tijdgeest

Maar wat maakte hem zo gewild in de seventies, en nu niet meer? Als geen ander was James Last na zijn plaatdebuut in 1959 in contact met de tijdgeest.

In het naoorlogse Duitsland stond de flamboyante orkestleider voor een nieuw internationaal elan, met weelderige versies van de klassieken gecombineerd met de buitenlandse popmuziek die zich aandiende vanuit Engeland, Zuid-Amerika en in sommige gevallen ook Nederland. James Last was de eerste die Venus van Shocking Blue tot easy listening bewerkte, en nam de Hollandse klompenrock van Mouth & McNeal liefderijk op in zijn hitpotpourri’s.

Als een André Rieu van zijn tijd maakte James Last de beat- en rockmuziek van de jaren zestig behapbaar voor het grote publiek. Zalvende violen en schetterende blazers herinnerden aan de wals- en fanfaremuziek van vroeger, terwijl hij stiekem steeds meer rocksongs in zijn Non Stop Dance-medleys stopte. The Beatles braken mede door in Europa dank zij James Last, die Eight days a week en A Hard days’ night speelde tussen The Tennessee Waltz en Zwei Mädchen aus Germany.

Terwijl The Beatles hun White Album uitbrachten kwam James Last met zijn drie-elpeeversie van Brecht & Weill’s Dreigroschenoper. Hij vertolkte Mozart en Beethoven, bestreek het hele vlak van de loungemuziek uit de jaren zestig en zeventig met zijn A Go Go-reeks (Guitar A Go Go , Hammond A Go Go, Sax A Go Go) en bezwoer het gevaar van de concurrerende orkestleider Bert Kaempfert door een reeks gezamenlijke platen met hem te maken.

Ook met latere samenwerkingen speelde hij handig in op het succes van anderen: in 1988 maakte hij Flute Fiesta met Berdien Stenberg en begin jaren negentig bundelde hij zijn krachten met pianist Richard Clayderman voor enkele albumprojecten.

Slim inspelen op lokale markten

Het allerslimst was James Last bij het inspelen op de lokale markten. Met Last of Old England en In Ireland veroverde hij Groot-Brittannië en met Olé bediende hij het Spaanstalig cultuurgebied.

Een van zijn grootste successen werd James Last op Klompen, met instrumentale versies van Hollandse volksliedjes als Daar was laatst een meisje loos en De paden op, de lanen in. Het was een oerslim concept, want zo’n plaat bestond nog niet en iedereen wiegde onwillekeurig mee met die vertrouwenwekkende liedjes uit het collectief onderbewustzijn. Het album stond zeven weken op de eerste plaats van de Nederlandse albumlijst en er werden meer dan 300.000 exemplaren van verkocht. Alleen Elvis Presley kon James Last in 1969 van zijn troon stoten.