koning van de easy listening

Freaky, psychedelisch, exotisch. Het zijn geen termen die vaak in verband worden gebracht met de muziek van James Last. Maar de koning van de easy listening had wel degelijk een avontuurlijk kant. Op het album Voodoo-Party uit 1971 waagde hij zich aan funky nummers van Sly & the Family Stone en Santana. Misschien nog wel beter waren zijn eigen composities, de waanzinnige freakbeat Voodoo ladys love en de junglefunk van U-Humba.

Liefhebbers van de betere popmuziek die het in navolging van Koot&Bie over ‘James Overlast’ hebben, zullen niet geloven dat de Duitse orkestleider een aantal uiterst gewilde, door deejays gezochte platen op zijn naam heeft staan.

Geloofwaardige reggaesetting

Bandleider Last omringde zich altijd met de beste muzikanten, vaak afkomstig uit de rock- en soulwereld. Op het album Caribbean Nights vertolkte hij maar liefst vijf nummers van Bob Marley. De reggaesetting was geloofwaardig, met zompige bassen en een stuwend ritme. Alleen de dame met blote borsten op de hoes was atypisch; meestal hield ‘Hansi’ het in het nette.

James Last beroemde zich erop dat hij alle muziekstijlen aankon. In een interview in 1976 met New Musical Express verklaarde hij dat niet het songmateriaal, maar het specifieke geluid van zijn orkest de garantie was voor het aanhoudende succes. Als een nieuw genre populair werd, trok hij daar de bijpassende muzikanten voor aan. Zijn publiek herkende de sound van James Last omdat zijn manier van arrangeren altijd min of meer hetzelfde bleef. Zijn grote kracht was dat hij niet terugdeinsde voor muzikale uitdagingen, of dat nu een populair klassieke plaat was met stukken van Berlioz en Schumann of een funkelpee met keiharde bassen.

Zo kon het dat Last op de 1973-editie van zijn succesreeks Non Stop Dancing de glamrock van T. Rex en Slade met succes omarmde. Zijn versie van Hawkwinds Silver machine is radicaal vanwege de zwiepende synthesizerklanken en een band die misschien nog wel harder rockt dan het origineel. De zanglijnen van Lemmy, nu van Motörhead, worden puntig vertolkt door een blazerssectie die drie minuten later weer net zo makkelijk de melodiepartij van David Bowie’s Let’s Dance stond te toeteren.

Quentin Tarantino

Eind jaren negentig gaf de easy tune-beweging van deejays als Richard Cameron en The Easy Aloha’s nieuwe credibility aan het popgenie James Last. Regisseur Quentin Tarantino gaf het door James Last gecomponeerde en door panfluitist Gheorghe Zamfir gespeelde The lonely sheperd een prominente plek in de film Kill Bill. Het Britse duo The Amorphous Androgynous mixt James Last met Paul Weller, Ennio Morricone en de psychedelische Krautrock van Amon Duul.

James Last en psychedelisch? De man heeft in zijn rijke 86-jarige leven waarschijnlijk nooit een geestverruimend middel gebruikt. Maar de muziek van de hippiegeneratie begreep hij net zo goed als de latin- en populair klassieke muziek die hij zijn orkest liet spelen. Niet voor niets verscheen op de afgelopen Record Store Day een peperduur singletje van zijn versie van Sly & the Family Stone’s Everyday people, speciaal voor deejays. Het vloog de winkels uit, terwijl je blij mag zijn als je voor een gaaf exemplaar van James Last op Klompen nog twee dubbeltjes krijgt.