YKK staat op bijna alle ritsen (kijk maar)

beeld NRCQ

YKK. Die mysterieuze afkorting siert waarschijnlijk bijna al jouw ritsen. In je broek, je jas, jurk of rok of zelfs je tent. En ook in brandweerkleding of duikpakken zijn ze terug te vinden. Maar waar staat YKK voor, en wat heeft Sneek er mee te maken?

Vier vragen over een wereldwijd ritsenimperium met een miljardenomzet.

1. Oké, eerst die YKK. Waar staat dat nou voor?

Dat staat voor Yoshida Kōgyō Kabushikigaisha - maar dat is wat lang om op een rits te zetten - en laat zich vrij vertalen als: de Yoshida bv. YKK werd in 1934 in Tokyo opgericht door de Japanner Tadao Yoshida. Tegenwoordig heeft het bedrijf de reputatie de beste ritsen ter wereld te maken; grote namen als Louis Vuitton en Tommy Hilfiger bestellen er sluitingen voor hun tassen en kleding.

“Het klinkt wellicht wat arrogant en dat is zeker niet de bedoeling”, vertelt Jan Cees van Baaren, “maar er zijn eigenlijk geen merken die geen gebruik maken van YKK voor ritsen of drukknopen.” Van Baaren is productmanager bij de Nederlandse tak van het bedrijf. Volgens hem is het de combinatie van “uitstraling” en “zekerheid” (want stevig) die de rits zo populair maakt.

In dit animatiefilmpje, geheel in Japanse stijl, dicht het bedrijf de rits zelfs superheldenkracht toe. Met een jongen en een meisje turned superheroes die de hele wereld met risten verbinden (!).

2. Maakt YKK alleen ritsen?

Nee. Het bedrijf maakt ook producten als klittenband en drukknopen - al blijft dat allemaal dicht bij het thema vast- en of dichtmaken. Afgelopen jaar maakte YKK daarmee (wereldwijd 40.000 werknemers) een omzet van omgerekend rond de 4,9 miljard euro.

Nog even terug naar de ritsen. Daar worden volgens Van Baaren jaarlijks “miljarden” van geproduceerd. Ze zijn onder te verdelen in drie soorten: metalen ritsen, spiraalritsen en de bloktandrits. Die eerste wordt voornamelijk gebruikt in kleding. De laatste twee juist voor wat steviger materiaal, vertelt Van Baaren: winterjassen, tenten.

De prijs per stuk loopt uiteen van een paar cent tot 80 euro, afhankelijk van het soort en waar het voor wordt gebruikt. Voor een gemiddelde rits in een broek ligt de prijs rond de zeven cent per stuk, aldus Van Baaren. “Dat is dubbeltjeswerk.”

3. Er is een Nederlandse tak van het bedrijf?

In Sneek staat al een halve eeuw een fabriek van het Japanse bedrijf (vorig jaar vierde het zijn vijftigjarig jubileum.) Tegenwoordig is het alleen nog een assemblagefabriek. “We hebben hier rollen met ritsen op voorraad liggen en stellen dat af voor de klant.”

4. Is YKK het enige bedrijf dat ritsen maakt?

Nee. Er is bijvoorbeeld nog het Engelse Coats (omzet van 1,5 miljard euro), dat naast ritsen ook draden maakt. Of het Duitse Prym (in 2013 een omzet van 360 miljoen euro), dat ritsen en allerlei naaimaterialen produceert, zoals vingerhoedjes.

Die grote spelers houden zich niet altijd aan de regels. In 2007 kreeg YKK samen met andere andere rits- en naaimateriaalfabrikanten een miljoenenboete van de Europese Commissie voor het maken van kartelafspraken, met onder meer Prym en Coats.

Dan tot slot nog één ding. Hoe je YKK nou uitspreekt? Van Baaren geeft uitsluitsel: In Sneek zeggen ze ij-k-k, maar daar buiten wordt er ook wel ie-k-k gezegd. En internationaal is het: why-k-k.