Welke troll zet die wraakporno online?

Morgen dient de zaak van een jonge vrouw tegen Facebook. Ze wil weten: wie verspreidde een seksvideo van haar?

Ze moet ervoor naar de rechter. Om erachter te komen wie het was. Wie heeft een nepaccount voor haar aangemaakt bij Facebook? Wie heeft haar vrienden en familie daarheen gelokt en een vernederend en beschamend seksfilmpje online gezet?

Het account is verwijderd na protest van de vrouw – bloot mag sowieso niet op Facebook – maar het filmpje zwerft nog overal en nergens rond.

Ze moet naar de rechter, want Facebook wil geen gegevens afstaan van degene die het online zette. En hoewel ze kan raden wie het was, heeft ze zekerheid nodig om een procedure tegen deze persoon te kunnen beginnen. Morgen dient de zaak van de 21-jarige vrouw, die ook al de hulp had ingeroepen van Peter R. de Vries. Hij pakt op RTL internetpesters aan.

Ze procedeert op grond van het civiele recht: Facebook handelt onzorgvuldig jegens haar, en daarmee onrechtmatig, door de gegevens niet af te staan en haar de mogelijkheid te ontzeggen schade te vorderen.

Het is de eerste keer dat een sociaal platform hierom in Nederland voor de rechter komt. „De schade is aanzienlijk”, zegt de advocaat van de vrouw, Thomas van Vugt. Ze durft zich nauwelijks meer te vertonen, ook omdat het filmpje nog circuleert.

Het zou niet de eerste keer zijn dat een internetbedrijf de identiteit van een gebruiker moet vrijgeven op grond van een onrechtmatige daad. Dat gebeurde eerder in zaken over illegale muziekdownloads, en in 2005 oordeelde de Hoge Raad dat een provider de identiteit moest geven van iemand die een ander anoniem – en ten onrechte – beschuldigde van oplichting.

Er moet altijd een belangenafweging zijn tussen het recht op privacy en de vrijheid van meningsuiting en het belang gevrijwaard te blijven van valse aantijgingen of smaad. Het is verdedigbaar dat het belang van het meisje om haar schade vergoed te krijgen en gevrijwaard te blijven van dit soort pesterijen, in dit geval zwaarder moet wegen.

Het is veel makkelijker als de politie erbij komt, want die heeft het recht deze gegevens op te vragen. In Nederland is het plaatsen van dergelijke beelden, vaak aangeduid als wraakporno, niet expliciet strafbaar gesteld. We moeten het doen met algemene verboden op smaad en laster. In andere landen, zoals Groot-Brittannië, is dat wel zo. Er staan ook hogere straffen op: jaren, in plaats van de maanden die je maximaal krijgt voor smaad en laster. Maar de strafmaat is niet het probleem, zegt universitair docent Tina van der Linden van de Universiteit Utrecht. „Het probleem is dat de politie niet zoveel doet. Die heeft geen zin in dit soort zaken, zeker niet als het om meerderjarigen gaat.”

Alle sociale media hebben procedures om inhoud te verwijderen die niet door de beugel kan. Maar volgens Van der Linden zijn de procedures ontoegankelijk. En het verwijderen van content is op zichzelf niet genoeg. Bedrijven zijn veel minder bereid om de identiteit van de pester prijs te geven. „Bescherming van privacy is heel belangrijk voor bedrijven als Facebook. Ze gebruiken ook altijd het ‘floodgate’ argument: er is geen beginnen aan, zeker als het niet gaat om evidente zaken als porno en geweld, maar om pesterijen. Hoe zouden ze moeten nagaan wie er gelijk heeft?”

Eenvoudig opnieuw beginnen

Toch verandert er iets. De CEO van Twitter gaf dit jaar toe dat het bedrijf niet goed genoeg was in het weren van pesters, de zogeheten trolls. Het is sindsdien gemakkelijker geworden om misbruik op Twitter te melden, en het systeem om trolls te weren is verbeterd. Ook Facebook heeft strengere regels voor de inhoud van de site. Het is nog niet genoeg, zegt Van der Linden. Remco Pijpers van MijnKindOnline is het met hem eens. Als de pester niet aangepakt wordt, kan die eenvoudig een nieuw account aanmaken en doorgaan. Van der Linden: „Als je mensen, vooral kinderen, wil beschermen tegen cyberpesten, moet er een manier komen om deze bedrijven te dwingen om mee te werken.”