Van kunstroof tot EU-roman

In 2012 verdwenen zeven schilderijen uit de Kunsthal. De roof leidt tot een nieuw genre: de EU-integratieroman.

Hoofdpersonen van de kunsthalroof en -roman: Radu Dogaru enNatasha T. (Tascha in het boek)
Hoofdpersonen van de kunsthalroof en -roman: Radu Dogaru enNatasha T. (Tascha in het boek) Illustratie Aloys Oosterwijk

Terwijl een lange, rossige Rotterdamse agent zijn tas inpakt in een hotelkamer in Boekarest, moet hij denken aan de serveerster die hem de avond daarvoor aan het dansen heeft gekregen, eventjes maar. Hij had toch tenminste gedag kunnen zeggen, denkt hij nu. Maar hij moet er over ophouden, vindt hij zelf. Hij spuwt de tandpasta verwijtend in de wastafel.

Het is een typerende scene voor Tascha: de roof uit de kunsthal van Mira Feticu. De van origine Roemeense schreef het boek op basis van openbare informatie, te vinden in talloze krantenartikelen die over de zaak zijn verschenen.

Ik ben een van de auteurs van die artikelen, dus waarschijnlijk is het boek niet voor mij bedoeld en moet ik er ook geen oordeel over geven. Laat ik dan voorzichtig zeggen, zonder ballen ter beoordeling, dat het boek een afrader is voor wie op zoek is naar nieuwe feiten. Tascha is een roman, zegt het omslag. Dat betekent, zo blijkt, dat Feticu non-fictie heeft aangevuld met mogelijke dromen, gedachten en conversaties van de hoofdpersonages. Ze heeft geen wat-als-geschiedenis willen schrijven: het verhaal heeft dezelfde afloop als in werkelijkheid, er zijn geen spannende plotwendingen of meeslepende zijpaden.

En toch. Wie over deze teleurstellingen heen stapt, krijgt een onderhoudende en bij vlagen scherpe les cultureel antropologisch onderwijs. Feticu vertelt hoe agenten uit beide landen denken en redeneren; hoe Roemeense dorpsbewoners leven; hoe een twintiger uit de armlastige zuidoostelijke uithoek van de EU zijn vriendin aan het prostitueren krijgt in het welvarende noordwesten van diezelfde EU en hoe dorpen als het Roemeense Carcaliu uitsterven. Ze onderwijst over Nederlandse naïviteit, als ze een oude arme Roemeen vertwijfeld laat uitroepen: „Wisten ze dan niet dat het hier corrupt is?” En ze onderwijst over Roemeense illusies over gelijke kansen in één grenzeloos Europa als ze de conservator van het nationale museum voor de spiegel laat denken: toch maar eens bij het Boijmans in Rotterdam gaan solliciteren. De gedachte dat ze kans zou maken, is opvallend – en kennelijk Roemeens – omdat ze de politie niet alleen op het spoor van de dieven had gezet, maar ook bereid was gebleken kunst te tegen betaling te taxeren.

Wie eenmaal ziet dat Feticu een goede leraar cultuurverschillen is, kan ook lachen om de clichés. Zo moet de Nederlandse politieagent bij het inpakken van zijn tas ook vrezen voor zijn spijsvertering. Na zijn vorige trip naar Roemenië had hij twee weken lang niet naar de wc gekund; op zoveel dood beest was hij getrakteerd. „Het probleem was zo ernstig geweest dat zijn vrouw met de hulp van een klein, bij de apotheek gekocht apparaatje een klysma bij hem had moeten uitvoeren.” Zijn vrouw had er een veldslag mee gewonnen, in haar strijd het hele gezin vegetariër te maken.