Succesvol met gepolijste, orkestrale covers van doodgewone popliedjes

James Last (1929-2015)

Orkestleider

Met zijn ‘easy listening’- muziek had James Last sinds de jaren 60 overal succes.

Foto ANP

De Duitse orkestleider James Last, die gisteren op 86-jarige leeftijd in Florida overleed, was de koning van de easy listening. Zijn instrumentale muziek bestond veelal uit orkestrale coverversies van populaire muziek, van de hits van het moment tot swingende latin- en volksmuziek. Last verkocht vooral in de jaren 60 en 70 miljoenen elpees met titels als Trumpet A Gogo en Latin! Latin! Latin!

Hans (ook wel ‘Hansi’) Last werd geboren in Bremen en studeerde vanaf 1943 muziek aan de militaire academie van de Duitse Wehrmacht. Zijn eerste grote succes als de orkestleider James Last had hij met Non-Stop Dancing uit 1965, waarop hij popsongs als Do wah diddy en A hard day’s night naar een groot publiek vertaalde.

Hoewel James Last werd verguisd in kringen van liefhebbers van de ‘betere’ popmuziek, maakte hij er een punt van om jonge rockmuzikanten in zijn orkest toe te laten en ze een scholing en inkomen te geven. Filmregisseur Quentin Tarantino was een fan van Lasts ‘happy party sounds’. Diens The lonely shepherd verscheen op de soundtrack van Kill Bill Vol. 1.

Zijn grootste Nederlandse succes behaalde hij met James Last op Klompen dat in 1969 zeven weken op 1 stond in de albumlijst. Zijn medley van volksliedjes als Vier weverkens en Hoog op de gele wagen confronteerde Nederland met de eigen muziekcultuur, zoals James Last ook elders op de wereld doodgewone liedjes tot gepolijste orkestmuziek transformeerde. Met zijn orkest bleef hij tot dit voorjaar overal ter wereld optreden.