Spektakel Jurassic World is er eindelijk. Maar klopt er iets van de ‘dino’s'?

Na veertien jaar is er weer een nieuw deel in de immens populaire Jurassic Park-reeks: Jurassic World moet dé zomerblockbuster worden. Wetenschapsredacteur Lucas Brouwers recenseert voor ons niet zozeer de film, als wel vijf dino’s die een rol spelen: kloppen die een beetje?

Na veertien jaar is er weer een nieuw deel in de immens populaire Jurassic Park-reeks, de films gebaseerd op het boek van Michael Crichton over herschapen dino’s die in een pretpark door het publiek bezichtigd kunnen worden: Jurassic World moet dé zomerblockbuster worden.

Trailer voor de film:


Nou is het natuurlijk interessant om te weten hoe goed de film is. Zeker. Daar kun je de recensie van onze filmredacteur Coen van Zwol bijvoorbeeld voor lezen. Maar misschien nog wel leuker is het om de échte hoofdrolspelers eens nader te bekijken: de dino’s. Veertien jaar geen film betekent veertien jaar ontwikkelingen op het gebied van effecten en tijd om eventuele nieuwe dino’s aan het Jurassic-arsenaal toe te voegen. Maar in hoeverre ‘kloppen’ deze dino’s, als je hun filmevenbeeld vergelijkt met wat er wetenschappelijk bekend is?

Onze wetenschapsredacteur (en dinofanaat) Lucas Brouwers heeft de film gezien en ‘recenseert’ de vijf dino’s die de grootste rol spelen.

Mosasaurus

Brouwers:

“Technisch gezien geen dino, maar een gevaarlijk zeereptiel dat 66 miljoen jaar geleden de wereldzeeën onveilig maakte. Een monster met een Nederlands tintje bovendien: de eerste fossielen werden in de 18de eeuw gevonden in de Sint-Pietersberg bij Maastricht. Mosasaurus betekent letterlijk ‘Maashagedis’.

In Jurassic World is Mosasaurus de hoofdact van een veredelde dolfinariumshow. Naar haaien happen, publiek nat spetteren, dat soort werk. Geweldige scènes, maar het uiterlijk van het beest klopt van geen kant. Zijn huid is te pukkelig voor een zeeroofdier, zijn tong is niet gespleten, de staart heeft de verkeerde vorm en het beest is veel te groot. De langste Mosasauriërs waren 18 meter. De Mosa uit de film meet ongeveer 50 meter.”

Lees ook in NRC Handelsblad: een interview met paleontoloog Anne Schulp, wiens favoriete dino, de Mosasaurus, in Jurassic World tot leven is gebracht.

Pteranodon

Brouwers:

“Ook geen dino, maar een pterosauriër met een spanwijdte van 6 meter. Deze groep vliegende reptielen stierf tegelijk met de dino’s uit. Grappig weetje: vogels vliegen met hun bovenarm, vleermuizen met uitgespreide vingers, maar pterosauriërs vlogen met een gigantische pink.

In Jurassic World duiken ontsnapte Pteranodons in op het publiek. De meest ongelukkige toeristen worden opgetild en op de scherpe snavel gespiesd. Beetje onwaarschijnlijk. De tandeloze Pteranodon was een viseter die als een soort uitvergrote aalscholver naar vissen dook. In een mens zou hij zich meteen verslikken.

Ook jammer dat de makers niets gedaan hebben met de sekseverschillen tussen mannetjes- en vrouwtjespteranodons. Mannetjes hadden een enorme kam op hun kop, waarschijnlijk om mee te pronken. In de film hebben alle Pteranodons een kleine kam. Ja, ja, misschien zijn het allemaal vrouwtjes. Toch is dit een gemiste kans.”

Velociraptor

Brouwers:

“Velociraptor was de ster van de eerste Jurassic Park. De film toonde een hyperintelligente moordmachine die deuren openmaken en groepsgewijs prooien besluipt. Clever girl, mompelde de geflankeerde jager Muldoon vlak voordat hij in stukjes wordt gereten.

In werkelijkheid was Velociraptor een klein roofdinootje die niet boven je knieën kwam. Inmiddels is ook duidelijk dat Velociraptor veren droeg. Denk aan een secretarisvogel met tanden, en je hebt een redelijk beeld van een werkelijke Velociraptor.

De makers van Jurassic Park kun je het gebrek aan veren niet verwijten. Anno 1993 was het nog onzeker of dino’s veren droegen. Anno 2015 staat het vast, maar in Jurassic World heeft de tijd stil gestaan. Velociraptors zijn nog steeds schubbig, manshoog en levensgevaarlijk. Wel een leuke vondst: hoofdpersoon Owen Grady (Chris Pratt) heeft een troep Velociraptors afgericht met klikkertjes en kuikens, als een ware dinofluisteraar.”

Lees ook op nrc.nl: de open brief aan Steven Spielberg over dino’s met veren.

Indominus rex
2015-04-20_11_11_50.0

Brouwers:

“De opperdino in Jurassic World heeft nooit bestaan. In de film besluit de directie van pretpark Jurassic World dat genetici een nieuwe dino moeten ontwerpen, gevaarlijker en groter dan alle andere, omdat het publiek is uitgekeken op ‘gewone dino’s’. Het team komt met Indominus: een mengelmoes van Tyrannosaurus, inktvis, boomkikker en nog wat dieren. Tja, wat moeten we denken van zo’n Frankendino?

Technisch kan het. Moleculair biologen kopiëren al decennia genen van de ene diersoort naar de andere. Maar de genetici van Jurassic World gingen behoorlijk slordig te werk. Ze bouwden per ongeluk DNA in waarmee inktvissen van kleur verschieten. Megamonster Indominus kan zich daardoor uitstekend camoufleren. Oeps.

En het lijkt alsof de onderzoekers zelf weinig vertrouwen hadden dat Indominus rex braaf in zijn kooitje zou blijven: zijn naam betekent ‘Ontembare koning’.”

Ankylosaurus

Brouwers:

“Met zijn dikke rugplaten had Ankylosaurus veel weg van een tank op pootjes. Maar het venijn droeg Ankylosaurus in de staart: een knots zo groot als een bowlingbal. Eén rake mep kon Tyrannosaurusbotten breken.

De zwaar bepantserde planteneter is vaak afgeschilderd als laffe slomerik die bij gevaar ineendook. Onterecht natuurlijk. In Jurassic World zien we eindelijk een wendbare en strijdlustige Anky. Het is de enige dino in de film die een klein kansje maakt tegen het geweld van fantasiedino Indominus. Als Jurassic World één dino wereldberoemd maakt, laat het dan Ankylosaurus zijn.”

Lees ook in NRC Handelsblad: een hele filmbijlage gewijd aan Jurassic World. Zo kun je de recensie lezen, een interview met regisseur Colin Trevorrow, een artikel over het succes van digitale dino’s en een profiel van hoofdrolspeler Chris Pratt.

Met medewerking van Sam de Voogt.