Sopranen komen en gaan, maar in film is er maar één Lulu

Wie is Lulu? Momenteel zingt sopraan Mojca Erdmann de slopende hoofdrol in de opera van Alan Berg tijdens het Holland Festival. Lulu is een rol die zangeressen wereldberoemd kan maken: tot haar fameuze voorgangsters behoren Teresa Stratas, Anja Silja en – meer recent – Barbara Hannigan. In al die uitvoeringen krijgt Lulu net een ander karakter: soms met nadruk op haar amorele sensuele onschuld en dan weer meer als de geraffineerde verleidster, de vamp, die de ene na de andere man in het verderf stort, totdat ze – aan lager wal geraakt als straatprostituee – in Londen in handen valt van Jack the Ripper.

In de oorspronkelijke toneelstukken Frühlings Erwachen en Die Büchse der Pandora van Frank Wedekind was Lulu in de eerste plaats een middel om de hypocriete seksuele moraal van de burgerij aan de kaak te stellen, vooral in de gedaante van haar weldoener, Dr. Schön. Maar bij Alban Berg transformeert ze tot een aanbiddelijk, mysterieus wezen. Veelzeggend is dat Berg – die zelf de toneeltekst bewerkte – van de zoon van Dr. Schön, Alwa, een componist maakte, die Lulu bezingt: haar knieën zijn ‘een mysterioso’, haar verschijning ‘een overweldigend andante van de wellust’. Hoe ontluisterend de parade van seksuele obsessies ook is, in zijn schitterende muziek plaatst Berg Lulu op een heel hoog voetstuk.

Waar het om film gaat, is er maar één echte Lulu: Louise Brooks in de beroemde zwijgende film Die Büchse der Pandora (1929) van G.W. Pabst: aanstaande zaterdag weer eens vertoond in Eye, tijdens een marathon met een nog eerdere film met Asta Nielsen als Lulu. Bij Pabst is Lulu’s tragedie – tot de heftige slotakte – ontdaan van de nodige zwaarte; het oorspronkelijke toneelwerk en de opera van Berg zijn bloediger en onverkwikkelijker dan de filmversie. Louise Brooks was een van de eerste filmacteurs die niet zozeer speelde, maar simpelweg ‘was’ voor de camera. Bij haar belichaamt Lulu de laatste, uitzinnige uitspatting van de vrije, jonge vrouw in de jaren twintig – voordat de donkere jaren dertig aanbraken, ook voor Brooks zelf, die door haar opstandige karakter in Hollywood niet meer aan de bak kwam.

Kunstenaar William Kentridge brengt in zijn regie van Lulu op het Holland Festival een eerbetoon aan Brooks door haar fameuze bobkapsel prominent te laten terugkeren. Waar het gaat om de indringende dramatische handeling is er geen beter medium dan film. Voor het rijke innerlijke leven van Lulu – op het eerste gezicht vooral een projectie van de mannen om haar heen – is de muziek van Berg onontbeerlijk. Misschien is een mash-up of een remix van de film van Pabst met de muziek van Berg toch het mooiste.