Beloning

Aan de lantarenpaal langs een fietspad aan de Amsterdamse Bilderdijkstraat hing een briefje: ‘Beloning 50 euro!! Wij zijn de pop van onze dochter afgelopen zondag verloren.

Zij is donker met twee grote vlechten en draagt een geruit bloesje en een stippen broek. (hier op de foto draagt ze iets anders)

Ze luistert naar de naam „Nina” en onze dochter van 2 jaar mist haar vreselijk.’

Daaronder twee telefoonnummers. Op de foto is een blond meisje te zien. Ze draagt pop Nina in haar armen.

Opvallend, de ouders wijzen zichzelf als schuldige aan: ‘wij zijn de pop verloren’. Ze hebben vast lang gezocht, die zondag. Gebogen bezorgde hoofden, blik op de grond. Roepend, want Nina ‘luistert’.

Uit de geboden beloning blijkt dat de ouders niet verwachten dat er zoiets bestaat als een eerlijke vinder. Het lijkt zelfs alsof ze vermoeden dat iemand de pop opzettelijk achterhoudt.

Overigens: ik zou me rot schamen om geld aan te nemen voor gevonden speelgoed.

Onlangs hoorde ik een moeder aan een peuter in een kinderwagen herhaaldelijk vragen: zullen we zo wat gaan eten, waar heb je zin in? Wil je misschien een hamburger of liever iets anders? Het kind werd alvast klaargestoomd voor een leven vol keuzestress. Veel vragen is een vorm van overbelasting, vermomd als aandacht en liefde.

Omdat ze constant met haar hoofd ter hoogte van het kind hing, kreeg ik zin om te bokspringen over haar rug.

Ontwikkelingspsychologen concluderen dat kinderen steeds narcistischer worden. Dat blijkt uit een onderzoek waarbij kinderen bevestigend reageerden op stellingen als ‘Ik kan anderen goed laten geloven wat ik wil’ en ‘Zonder mij zou mijn klas veel minder leuk zijn’. Die eerste is makkelijk te verklaren: wanneer ouders hun kinderen dwingen om vanaf jonge leeftijd zelf te kiezen wat ze willen eten, dan raken kinderen eraan gewend dat ze hun smaak of wens aan anderen mogen opleggen.

Een volmondige ‘ja’ op de stelling ‘Zonder mij zou de klas minder leuk zijn’ lijkt me een filosofisch ja . ‘Zonder mij’ bestaat de klas namelijk niet als zodanig. De klas is een formatie van individuen. Bezien vanaf het tafeltje naast het raam is de klas anders dan bezien vanaf het tafeltje vooraan. Zonder mij bestaat de klas misschien als fysisch gegeven – er is een lokaal, er zijn kinderen, een leraar –, maar het adjectief ‘leuk’ kan alleen van mijn beleving komen. Wanneer je zelf niet in de klas bent, is er geen beleving.

Volgens mij worden kinderen niet bedreigd door een epidemische toename van narcisme, maar door de rijzende zorg dat kinderen zich niet volledig of goed genoeg ontwikkelen. Op straat, in de hoeken waar nu beveiligingscamera’s hangen, kunnen briefjes geplakt: ‘Verloren: vertrouwen.’ Beloning voor de vinder: leven met gestrekte rug.