Ronkende commentaren, maar hoe hoog ligt het niveau nu echt?

Langs welke meetlat moet het spel van Nederland worden gelegd? „Handelingssnelheid en de keuzes die ze maken.”

Aanvoerder Christine Sinclair van Canada, groepshoofd in de poule met Oranje, benutte tegen China een penalty.
Aanvoerder Christine Sinclair van Canada, groepshoofd in de poule met Oranje, benutte tegen China een penalty. Foto AFP

De voorpagina van de Edmonton Journal loog er maandag niet om. Aanvoerster Christine Sinclair van Canada ‘was geboren voor hoogtepunten’. De vrouw die voor de wedstrijd tegen China al dagenlang was opgehemeld, kreeg na het openingsweekeinde van het WK opnieuw alle lof dankzij haar benutte strafschop in de blessuretijd. Canada won met 1-0 en Sinclair was ‘briljant’.

Maar was deze beoordeling wel objectief en reëel? Ergens leek de blik van het thuisland vertroebeld door chauvinisme. Vergeleken met de ronkende commentaren vooraf viel haar spel eerder tegen. Ze vertolkte dan wel de hoofdrol in de WK-spot van CocaCola, in de openingswedstrijd van het toernooi was ze tot de 92e minuut meer een figurant. Onopvallend speelde ze, een tikkeltje bleu.

Toch was Nederlandse bondscoach Roger Reijners onder de indruk van de spits die hij maandag met Nederland treft. Als je in de 92e minuut in een vol stadion een penalty benut, vind ik dat heel knap”, zegt hij. „Het zegt hoe sterk ze mentaal is.”

Reijners is in dit geval de kenner. Iemand die vijf jaar werkzaam is in het vrouwenvoetbal en weet hoe hij een tak van sport moet analyseren die wel voor hém bekend is, maar veel minder voor een neutrale kijker van dit WK in Canada. Zij bespeuren veel ijver en enthousiasme, maar ook voetbal in een ander tempo, met soms krachteloze schoten en uitslagen die getuigen van grote krachtsverschillen, zoals de 10-0 zege van Duitsland op Ivoorkust.

Net als Canada en Sinclair staat de ploeg van Reijners dezer dagen meer dan ooit in de schijnwerpers, maar wat is het juiste referentiekader? Langs welke meetlat moet het spel van Oranje worden gelegd?

„Waar je op moet letten, is hun handelingssnelheid en de keuzes die ze maken”, zegt Sebastiaan Borgardijn, trainer van de vrouwen van PEC Zwolle. Dat is een eerlijk criterium. „Het tempo bij de vrouwen ligt lager. Ze hebben daarom meer tijd aan de bal en dus ook meer tijd om keuzes te maken. Daarop kun je hun inzicht beoordelen. Wordt de spits op het juiste moment ingespeeld of niet? Speelt de rechtsback voor de derde keer een bal in de voeten van buitenspeler Manon Melis, terwijl die het moet hebben van de snelheid, dan is dat niet goed.”

Eervol

Toch komt altijd weer de vergelijking met mannenvoetbal terug. Zo kon Willem van Hanegem het dinsdag niet laten in het Algemeen Dagblad. Volgens de columnist had het winnende doelpunt van Lieke Martens „er een van een vent kunnen zijn”. Hoe eervol ook, de vrouwen worden „doodmoe” van de vergelijkingen met mannen, om met Daniëlle van de Donk te spreken. Middenvelder Sherida Spitse: „Ze blijven sterker en sneller. Dat is ook in andere sporten, zoals hockey.”

Wel zijn in die sport de verschillen kleiner. Het nationale vrouwenteam verliest in oefenduels maar nipt van mannenteams van het één na hoogste niveau, omdat het in deze sport veel minder draait om fysieke kracht. Bij voetbal is dat anders, daarbij zou het nationale vrouwenteam niet opgewassen zijn tegen teams uit de lagere amateurklasse. Tactisch en technisch worden speelsters steeds vaardiger, maar daarmee valt hun gebrek aan fysieke kracht niet te compenseren.

In de ogen van PEC-trainer Borgardijn is Oranje een mix van een nieuw en oud, waarbij de nieuwe generatie toegerust is met vaardigheden die het dichtst het niveau van de mannen naderen. Speelsters als de handige buitenspeelster Lieke Martens (22) en technicus Danielle van de Donk (23). Spitse noemt Jill Roord (18) een goed voorbeeld. „Heel goede techniek, sterke aanname, strakke passing. Je ziet aan Jill dat ze van jongs af aan bij de jongens heeft gespeeld op een hoog niveau. Sommige oudere speelsters hebben ook met jongens gespeeld, maar op een lager niveau.”

Doordat speelsters individueel sterker zijn geworden, is Oranje in de loop der jaren van speelstijl veranderd. Verdedigen is allang niet meer het devies. Aanvallend combinatiespel wel. Is de Hollandse school zichtbaar in het spel van Oranje, werd bondscoach Reijners voor de eerste wedstrijd gevraagd door een Amerikaanse journalist. Reijners, ietwat overvallen door de vraag: „Als dat mogelijk is, graag.”

Hij vindt dat hij op dit WK en met dit team offensief moet denken. Zijn voorganger Vera Pauw dacht er anders over toen zij met Oranje in 2009 debuteerde op het EK. Met Nederland, dat toen nog vijf plekken lager stond op de wereldranglijst, timmerde ze de boel dicht, wetende dat andere landen sterker waren. Niet mooi, wel effectief. Haar ploeg haalde de halve finale en steeg kortstondig in populariteit.

Dominantie

„In Nederland willen we verzorgd spel, maar zij zag dat we daar nog niet klaar voor waren”, zegt PEC-coach Borgardijn. Zes jaar later noemt hij Nederland gegroeid, maar niet klaar voor dominantie. „Je kunt je ook afvragen wat het beste is voor het vrouwenvoetbal. Vlieg je er met mooi voetbal uit in de achtste finale, is er weinig enthousiasme. Bereik je met lelijk spel de finale, dan ben je veel aantrekkelijker voor de media en sponsoren.”

Dit Oranje, dat in de nacht van donderdag op vrijdag om middernacht Nederlandse tijd zijn tweede poulewedstrijd tegen China speelt, wil én én. Ver komen en voetbal vol flair. Reden genoeg voor een nieuwsgierige, maar kritische blik.