Opinie

Onderschat nooit de waarde van een kwartiertje leuteren

Wekelijks geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor.

Meer tips? Volg @japked op Twitter
Meer tips? Volg @japked op Twitter

Waar we goed in zijn op kantoor, is leuteren. Leuteren over je kat, hoe de zon dit weekend op het water scheen, dat de gierzwaluwen laat zijn dit jaar, dat Aristoteles 90 negentig procent van de tijd verkeerd wordt geciteerd en dat je uren in de rij stond bij de MediaMarkt omdat de rol op was. Leuteren gaat nergens over, leuteren is vulling, maar onderschat nooit de waarde van een kwartiertje zinloos leuteren onder collega’s: zwijgen is zilver, maar leuteren is goud. Het is de Haarlemmerolie van de kantoorjungle, de heg die het reservaat jouw reservaat maakt, de grenspaaltjes waarbinnen iedereen veilig is op kantoor. Leuteren is elke dag verplicht en iedereen moet eraan meedoen, zij het dat je een bekertje water over iemands hoofd mag gooien als het te lang duurt. Bij ons klotst het water soms dus al om half elf tegen de plinten.

Waar we minder goed in zijn op kantoor, is ermee omgaan als er iets ergs is. Als er echt slecht nieuws is uit het ziekenhuis, als iemand depressief is, als de dood een collega op de hielen zit, of al heeft aangeklopt met zeis en al. Daar sta je dan en leuteren werkt even niet.

Want leuteren is uitwisselen en uitwisselen kan niet met iets ergs. Het beste is dan de stilte en ga hem maar niet volpraten. Het is volkomen normaal om in dit soort gevallen totaal niet te weten wat je moet. Wat ik weleens merk is dat mensen in paniek raken als een collega vertelt dat zijn vrouw dodelijk ziek is en dan iets zeggen in de trant van ‘de dwerghamster van mijn zuster heeft ook zulke diarree de laatste tijd’. Begrijpelijk, maar doe het niet.

Wat ook niet werkt, is massaal gaan bellen, appen en Facebooken ‘hoe het gaat’, ‘wat de prognoses zijn’ en ‘hoe lang’ ze nog hebben. Dat is hetzelfde als vragen ‘wanneer ga je dood’. Niemand wil vertellen hoe kut het gaat en zeker niet op detailniveau. Veel beter is het een maaltijdsalade langs te brengen, of een pan soep. Of zeggen dat ze je auto een weekje mogen lenen als ze willen.

Zijn ze weer op kantoor, haal dan glaasjes water en koffie voor ze. Taarten bakken, cakes met glazuur, pizza’s voor bij de lunch of petit fours bij de koffie: alles is toegestaan. Bijkomend voordeel van troostvoedsel: je staat even bij elkaar en je kan het zwijgend (want met volle mond) opeten.

Of stuur een kaart, dat is altijd goed. Desnoods elke dag. Als érgens de vaderlandsche posterijen voor zijn uitgevonden, dan is het voor het bezorgen van een kaartje met een onbeholpen ‘wat vreselijk en je hebt er natuurlijk niks aan, maar ik denk aan je’. Alleen al om deze reden zouden de posterijen met alle noodzakelijke subsidie in de lucht moeten worden gehouden.

Maar wat het beste helpt, zijn uiteindelijk natuurlijk weer de gewone dingen op kantoor. De lul van sales die het nu doet met het meisje van de marketing, het nieuwe merk kroketten, het portret van de directeur dat vorige week ineens een hitlersnorretje had – gewoon de dingen die je ook al mist als je vijf dagen griep hebt. Want zelfs bij iets ergs geldt: begin zo snel als kan weer te leuteren met een extra bekertje water paraat. Kantoor is vaak het enige stabiele dat we hebben. Kantoor houdt ons op de rails.