‘Jaarlijks bekeren zo’n 500 autochtone Nederlandse vrouwen zich tot de islam’

Dat staat in het mei-nummer van maandblad Linda

De aanleiding

Alsof ze zelf bekeerd is staat Linda de Mol op het jongste nummer van haar succesvolle glossy. Gesluierd. Een paar pagina’s verderop schrijft ze dat ze dichtklapt als het in discussies over de islam gaat. Toch een themanummer, want het onderwerp houdt heel Nederland in meer of mindere mate bezig. In de rubriek ‘cijfers enzo’ kan de lezer zich laven aan opzienbarende getallen over de islam, waaronder deze: „Jaarlijks bekeren zo’n 500 autochtone Nederlandse vrouwen zich tot de islam.” Dat gaan we checken.

Waar is het op gebaseerd?

Elke maand stelt de redactie van Linda een lijst samen met getallen die aansluiten bij het thema. Deze maand haalde redacteur Maaike Groeneveld bovenstaande stelling uit een nieuwsitem van 1Vandaag van april vorig jaar, schrijft ze in een mail. In dat item zien we presentator Bas van Werven inderdaad vertellen dat jaarlijks zo’n 500 autochtone Nederlandse vrouwen zich bekeren tot de islam. 1Vandaag-redacteur Jan Ponsen deed research voor het item. Hij zegt desgevraagd zich te hebben gebaseerd op publicaties in diverse andere media, en dat die ‘500’ wordt ondersteund door uitspraken van antropoloog Vanessa Vroon-Najem. Zij had het in een voorgesprek met Ponsen over ‘enkele honderden Nederlandse bekeerlingen per jaar’.

En, klopt het?

In Nederland wonen volgens de laatste cijfers (2009) van het CBS ‘naar schatting 825.000 moslims’. Daarvan is ‘ongeveer 13.000’ autochtoon. Over bekeerlingen staat niets in het rapport.

Wat schrijven die ‘andere media’ dan? We duiken in de digitale krantenarchieven van database LexisNexis, waarin bijna 10.000 dagbladen, tijdschriften en andere documenten te vinden zijn. In november 1991 schrijft de Volkskrant: „Elke week bekeren zich drie tot vier autochtone Nederlanders tot de islam.” Het zou blijken uit een boek van journalist Ton Crijnen, die veertien van deze ‘nieuwe moslims’ sprak. In het Rotterdams Dagblad wordt vijf jaar later over steeds meer Nederlandse bekeerlingen gesproken, maar dan „ontbreken exacte cijfers”. Elsevier, 2007: „Het zijn er jaarlijks enkele honderden, maar cijfers zijn er niet.” En de Groene Amsterdammer, 2010: „De schattingen lopen uiteen van 500 tot 1.000 per jaar.”

Het probleem is: als iemand moslim wordt, wordt dat nergens officieel vastgelegd. Jacob van der Blom zegt namens het Landelijk Platform voor Nieuwe Moslims (LPNM) dat er wekelijks mailtjes en telefoontjes van Nederlandse vrouwen binnenstromen die willen weten wat ze moeten doen om zich tot de islam te bekeren. Getrouwde vrouwen, maar ook eenlingen die nieuwsgierig zijn. Maar cijfers? Niemand hoeft erbij te zijn als je de islamitische geloofsbelijdenis shahada uitspreekt – het kan gewoon in de huiskamer.

Bij christenen gaat dat heel anders. Eenieder die gedoopt is, of minstens één ouder heeft die dat is, staat ingeschreven bij de Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie, die persoonsgegevens krijgt via de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Als een lid verhuist of overlijdt, weet de betreffende kerk dat. Bijna 6 miljoen Nederlanders stonden in 2013 ingeschreven bij de SILA.

De enige onderzoeker in Nederland die promoveerde op een studie naar Nederlandse vrouwen die zich tot de islam bekeerden (2014), is de genoemde Vanessa Vroon-Najem, als antropologe verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Ze sprak 47 ‘nieuwe moslims’ voor haar promotieonderzoek en leerde daardoor over de motieven. Zij ziet het toenemende aantal organisaties voor bekeerlingen en de Nederlandstalige activiteiten in moskeeën – zoals een preek in het Nederlands – als een aanwijzing voor een toename van het aantal bekeerlingen in Nederland. Maar het getal 500 is volgens haar waarschijnlijk ooit door een journalist opgeschreven om vervolgens in de media een eigen leven te gaan leiden.

Conclusie

Mensen die zich bekeren tot de islam worden in Nederland niet geregistreerd. Zeventien jaar geleden al werd het aantal Nederlandse bekeerlingen in media geschat op enkele honderden, maar ook toen baseerden auteurs zich op aannames. De stelling beoordelen we daarom als ongefundeerd.