Ook Google wil dat meisjes leren <="coderen">

In de ICT-wereld zijn vrouwen flink in de minderheid. Een stortvloed aan evenementen moet daar verandering in brengen.

Illustratie Tomas Schats
Illustratie Tomas Schats Illustratie Tomas Schats

‘Cóól”, fluistert Desi (10) met grote ogen. Ze hangt over een 3D-printer heen. Uit het apparaat komt laagje voor laagje haar naam in het roze tevoorschijn. Om Desi (lievelingsvak: rekenen) heen staan meer meisjes. In de steriele, lichte hal van de Hanzehogeschool Groningen leren ze vandaag coderen en programmeren op het gratis DigiVita-evenement van VHTO, het landelijk bureau dat zich inzet voor meer vrouwen in de ICT. De hele dag volgen ze workshops, zoals 3D-printen, een robotauto programmeren of een website of app maken. Jongens zijn niet welkom.

Zomerkamp coderen

Het aantal Nederlandse vrouwen dat in de ICT-sector instroomt, is laag – zeker in vergelijking met Zuid-Europese landen: 51,9 procent in Italië tegenover 22,6 procent in Nederland blijkt uit cijfers van het VHTO. Daar kan over worden gezeurd, of iets aan gedaan worden. Dat laatste gebeurt steeds vaker. Een groeiend aantal initiatieven laat meisjes kennismaken met de computerwetenschap.

De sympathie (en dus de geldstroom) komt vooral van internationale bedrijven. Zo investeerde Google vorig jaar 50 miljoen dollar in het Made with code-project, gericht op meisjes en coderen. Dit jaar reikten ze 37 Google Rise Awards uit, voor meer emancipatie in de computerwereld. Het project DigiVita van VHTO was één van de winnaars, met het gewonnen geld organiseren ze zes coderingsdagen. Ook houden ze een zomerkamp, gesponsord door Cisco. Alléén voor meisjes. Cocky Booij, directeur van VHTO: „Het is belangrijk dat ze de skills van de toekomst ontdekken. Dat ze niet alleen consument zijn van technologie, maar ook de maker. Ik hoor vaak, vooral van mannen: dat geldt toch ook voor jongens? Maar op het aanbod dat er is, komen vaak alleen jongens af. Om de achterstand in te halen doen wij iets extra voor meisjes. Hoe jonger, hoe beter. Dan zijn ze nog onbevooroordeeld.”

Er zijn nog twee andere redenen waarom bedrijven, overheid en brancheverenigingen jonge meisjes lekker maken voor ICT. Ten eerste: de bedrijven staan te springen om personeel – de groei in de sector is heel hoog. Ten tweede is er het economische argument: bedrijven waar ook vrouwen en verschillende etnische culturen werken, maken meer winst blijkt uit studies van van McKinsey, Harvard en National for Women & Information Technology. Waarom? Teams met evenveel mannen als vrouwen experimenteren meer en gaan efficiënter te werk

Meisje? Dan hou je zeker van taal

Waarom wil het in Nederland maar niet lukken met de ICT-emancipatie? Volgens VHTO-directeur Booij heeft dat twee oorzaken: het zelfbeeld van meisjes bij exacte vakken is erg laag en de stereotypering zit diep geankerd in de cultuur.

Nederland is altijd een sterk economisch land geweest en kende relatief weinig oorlog; de noodzaak voor vrouwen om tijdens de Tweede Wereldoorlog te werken was er niet, omdat een groot deel van de mannen in Nederland bleef. De christelijke politieke partijen zorgden voor het ideologisch plaatje: vrouwen draaiden niet aan de knoppen. „Jongens en meisjes doen het even goed op school”, zegt Booij, „maar als een meisje fouten maakt bij wiskunde denkt ze: ik kan het niet. Een jongen denkt: ik red me wel. Onderzoek van Harvard laat zien dat we deep down allemaal vinden dat bètavakken voor jongens zijn. Een meisje krijgt ingegoten dat ze een talenkind is.”

Marie van Zanten (37), vrijwilliger op het coderingsevent in Groningen, is het levende voorbeeld. „Mijn wiskundedocent zei tegen ons, een meisjesklas wiskunde A, ‘jullie moeten maar bijles nemen’. Hij nam niet eens de moeite. Rekenen vond ik moeilijk, schilderijen leuk, dus ging ik een opleiding kunstbeleid doen. Het voelde alsof er geen keuze was, geen toegang tot die andere wereld.” Nu, twintig jaar later, doet ze alsnog een deeltijd ICT-opleiding op de Hanzehogeschool, ze zit in haar eerste jaar. 8 van de 39 (oudere) deeltijdstudenten is vrouw. „Maar bij de 250 voltijdstudenten zijn het er ook maar 8. Er is blijkbaar niet veel veranderd.”

Maar Booij heeft goede hoop. Juist omdat ze bij jongere meisjes beginnen. In juni organiseren ze 582 gastlessen van vrouwelijke rolmodellen in het basisonderwijs. „Die rolmodellen zijn heel belangrijk”, zegt ze terwijl ze een voorlichtingsboekje pakt. Op de voorkant vrolijke kleuren: oranje, blauw, rozetinten en een stralend meidenhoofd. „We hebben een goede fotograaf die hun blik weet te vangen. Je ziet ze empowerment uitstralen: iets kunnen creëren, dat geeft een machtig gevoel.”