Groei precies voorspellen gaat niet

De economie groeit dit jaar met 2 procent, denkt het CPB. Maar prognoses zijn weinig trefzeker.

Zo rond de 2 procent. Daar moet de economische groei in Nederland dit jaar wel gaan uitkomen. De grote economische waarzeggers zijn het opmerkelijk eens: vanochtend voorspelde het Centraal Planbureau (CPB) 2 procent groei van het bruto binnenlands product (bbp). Maandag deed De Nederlandsche Bank (DNB) exact dezelfde voorspelling, net als de Rabobank dinsdag en de OESO, de club van rijke landen, vorige week al. ABN Amro gaat uit van groei van 2,1 procent.

De groeiprognoses stapelen zich op. Net als elk jaar in juni, maar ditmaal staan ze extra in de belangstelling: voor het eerst sinds jaren lijkt Nederland écht uit de crisis te komen. De economie demarreert – maar wat zijn al die ramingen eigenlijk waard?

Vorig jaar in juni raamden CPB en DNB nog tamelijk verschillend: het CPB ging uit van 0,75 procent bbp-groei in 2014, DNB van 0,2 procent. Het werd, volgens de laatste gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 0,9 procent, maar het CBS kan dit cijfer nog herzien.

Onder Tweede Kamerleden gelden de ramingen van CPB en DNB als het meest gezaghebbend. Wouter Koolmees, financieel woordvoerder voor D66, noemt de CPB-prognoses zonder aarzeling „de belangrijkste”. „Het CPB heeft immers het beste zicht op de overheidsfinanciën.” Een paar keer per jaar liggen de CPB-cijfers op tafel bij begrotingsoverleg. DNB-data zijn volgens Koolmees nog wel nuttig omdat de centrale bank veel weet van de financiële sector, de pensioenvermogens en de huizenmarkt. De ramingen van instituten als OESO en IMF doen er minder toe. „Hoe verder weg, hoe onbetrouwbaarder.”

Verschillende modellen

Prognoses maken is een moeilijk vak. Elke instelling gebruikt een ander macro-economisch rekenmodel. Het CPB werkt met het zogeheten Saffier-systeem, met maar liefst 3.200 variabelen. In het ‘Delfi’-model van DNB wordt ongeveer de helft aan variabelen gebruikt. De uitkomsten van de modellen worden daarna vaak nog aangevuld of gecorrigeerd door specialisten. „Het CPB heeft meer en preciezere overheidgegevens in het model, over bijvoorbeeld belastingen, premies en specifiek beleid”, zegt Edwin van de Haar, woordvoerder van het CPB. Waarmee hij niet wil zeggen dat ‘zijn’ model beter is dan dat van de centrale bank: „DNB heeft meer een focus op monetair beleid.” Ook Ben Feiertag, woordvoerder van DNB, noemt „de ene raming niet beter dan de andere”. De prognoses van CPB en DNB liggen „vaak redelijk dicht bij elkaar”, zegt Feiertag. „DNB heeft als centrale bank beter zicht op de effecten van het monetaire beleid en de kredietverlening op de economie. Het CPB kan beleidswensen van de politiek gedetailleerder doorrekenen”.

Ondanks al die rekenkracht is een economische raming in feite niet meer dan een scenario. Een onzekere factor voor dit jaar is de gasproductie in Groningen. Als het kabinet in juli besluit tot beperking van de productie tot 33 miljard kubieke meter dit jaar, in plaats van de eerder afgesproken 39,4 miljard, zal dit 0,2 procentpunt minder groei betekenen, denkt DNB.

Les in bescheidenheid

Veranderende omstandigheden betekenen dat instellingen hun ramingen dikwijls fors tussentijds moeten bijstellen. Voorspelde DNB in december nog 1,2 procent groei voor 2015, nu is dat dus 2 procent geworden. De reden? Onder meer de doorwerkende effecten van het onverwacht sterke laatste kwartaal van 2014, de lage olieprijs en en de lagere eurokoers.

„Elke raming is eigenlijk al achterhaald op het moment dat hij uitkomt”, zegt Van de Haar van het CPB. Omstandigheden veranderen, maar soms zijn de modellen ook gewoon niet goed, zo moest het CPB in mei 2010 toegeven na een grote misser aan het begin van de kredietcrisis. Op Prinsjesdag in 2008, een dag nadat Lehman Brothers in New York faillissement aanvroeg, voorspelde het CPB nog 0,75 procent groei voor 2009. Het werd 3,3 procent krimp.

In een kritische zelfstudie hierover in 2010 schreef het CPB: „Een analyse van onze prestaties en die van collega-voorspellers is vooral een les in bescheidenheid. We hebben deze crisis niet goed geraamd en zullen dat een volgende keer hoogstwaarschijnlijk ook niet doen. Ook niet met alternatieve methoden en modellen.”

Ook de afgelopen crisisjaren 2011-2013 bleek voorspellen lastig, gaf het CPB toe in haar Macro Economische Verkenning 2014. „De diepte en duur van de recessie hebben wij de afgelopen jaren onderschat.” In ‘normale’ jaren wijken CPB-ramingen meestal nog steeds af van het uiteindelijk door het CBS gerapporteerde groeicijfer. Uit eigen CPB-onderzoek over de jaren 1971-2008 blijkt dat het CPB er zelfs in de laatste raming over hetzelfde jaar (in september, wanneer al veel gegevens over dat jaar bekend zijn) gemiddeld nog steeds 0,7 procentpunt naast zit.

Opvallend in dit laatste onderzoek is dat Rabobank de bbp-cijfers beter voorspelde dan zowel CPB als DNB. Dit terwijl de bank in die jaren helemaal geen macro-economisch rekenmodel gebruikte. „Variabelen werden door ons zelf in Excel gezet”, zegt Tim Legierse, hoofd nationaal onderzoek van Rabobank. Nu gebruikt de bank wel een model. Maar dit heeft de voorspellingen niet verbeterd, zegt Legierse.