Giften aan scholen zijn prima, maar blijf weg van de inhoud

De ene gift is de andere niet. Het Nederlandse softwarebedrijf AFAS schenkt drie jaar lang 100.000 euro aan de Openbare Scholengemeenschap Hugo de Groot in Rotterdam. Dat leverde lof en kritiek op. De Amerikaanse geldbeheerder John Paulson kondigde vorige week een gift aan van 400.000.000 dollar (ruim 354 miljoen euro) aan de technische school van Harvard, de universiteit waar hij in 1980 afstudeerde. Het was de grootste gift ooit voor Harvard. Het leverde Paulson vooral kritiek op.

Harvard doopt de opleidingsschool om tot de John A. Paulson School of Engineering and Applied Sciences. Dat is een standbeeld voor de weldoener nog tijdens zijn leven. Dat past in een Amerikaanse traditie, maar Nederland zou raar opkijken van de AFAS Scholengemeenschap.

Zo verschillend als de bedragen zijn, zoveel overeenkomsten zijn er in de vragen die beantwoord moeten worden. Onderwijs is een publieke voorziening die open moet staan voor elk kind en hem en haar de opleiding en vaardigheden moet bieden die nodig zijn voor de arbeidsmarkt en de samenleving. De toegang tot scholing moet gelijk zijn, want verspilling van talent is onacceptabel.

Bij de beoordeling van de geldbedragen moet onderscheid worden gemaakt tussen giften en sponsoring. Een sponsor rekent altijd op een tegenprestatie. Dat is in voetbal de vanzelfsprekende shirtreclame. In de culturele sector helpt sponsoring musea en orkesten om tentoonstellingen en uitvoeren te realiseren die anders niet tot stand komen. Daarbij kiezen sponsors allang niet meer voor bescheidenheid met hun logo klein in het programmaboekje.

Geldschieters moeten zich echter niet bemoeien met de inhoud en dat geldt zeker voor het onderwijs. Dat laatste staat ook in een convenant tussen het ministerie van Onderwijs en alle onderwijsorganisaties. Geen reclame in het lesmateriaal. Maar ook geen gedwongen winkelnering door ‘vrijwillige’ afname van het product van de sponsor. AFAS levert bijvoorbeeld software voor het onderwijs.

De praktijk leert dat sponsoring én giften in de tijd beperkt zijn. Zolang een kind op school zit. Zolang de geïnvolveerde topman aan het bewind is. Sponsoring past niet soepel in het onderwijs, maar giften zijn welkom. Giften worden al jaren op grote schaal maar in bescheiden mate verstrekt. Ouders die tijd beschikbaar stellen voor de school doen ook een donatie: niet in geld, maar in natura. Tegen die achtergrond is de schenking van AFAS niet meer dan een ongewoon groot bedrag. Zolang de gulle gever de besteding overlaat aan de school en de school beseft dat periodieke giften geen structurele financiering zijn, kan iedereen blij zijn met het resultaat.