Gebouwen van Goudal zijn net echt

‘Observatoire III, 2013’ van Noémie Goudal
‘Observatoire III, 2013’ van Noémie Goudal Foto Noémie Goudal

Je kunt kiezen, zegt de Franse fotografe Noémie Goudal: je kunt mijn verhaal binnenstappen, in de ruimte die ik in de foto schep, of je kunt stoppen bij de buitenkant, bij de oppervlakte van het papier. Maar al zou je het willen – als toeschouwer lukt het je helemaal niet om aan de buitenkant blijven, je wordt haar beelden ingezogen, als een Alice die door de spiegel een andere wereld in wordt getrokken.

Goudal is gebiologeerd door de verhouding tussen mens en natuur, tussen het artificiële en het werkelijke, tussen oppervlakte en diepte. Voor een serie stereoscopische beelden, zoals we ze uit de vroege jaren van de fotografie kennen, fotografeerde ze landschappen – rotsen in zee, bergen in de mist – die ze in lagen monteert om het gewenste 3D-effect te bereiken.

Tijdens haar studie maakte ze de series Les Amants, met onder andere een foto van een waterval in het oerwoud – totdat je goed gaat kijken en ziet dat het water uit gedrapeerde vellen wit kunststof bestaat.

Of neem haar serie Observatoires, waarvan een tiental te zien zijn op haar eerste solotentoonstelling, die eind mei in FOAM is geopend. „Ik raakte geboeid door de mysterieuze sterrenkundige observatoria die begin achttiende eeuw in India werden gebouwd – in mijn ogen een poging om de aarde met de hemel te verbinden.”

Vandaar ook de titel van deze tentoonstelling, The Geometrical Determination of the Sunrise. Daar heeft ze een eigen versie van gemaakt, door betonnen gebouwen uit Frankrijk, België en Engeland te fotograferen en er vlakke papieren collages van te maken van zo’n anderhalve meter hoog.

Sommige lijken op bunkers, andere op de brute architectuur van de jaren zeventig. Een assistent moet die aan de achterkant vasthouden terwijl Goudal ze in de branding of in leeg landschap herfotografeert – altijd op plekken waar het oog geen enkel houvast heeft.

Soms moest ze lang wachten totdat de wind ging liggen, vertelt ze, omdat anders de golfjes in de branding de schaal zouden verraden. „Het lijken grote zware gebouwen, terwijl ze in werkelijkheid vederlicht en vergankelijk zijn.”

Bij de opening en tijdens haar daarop volgende artist’s talk viel op hoe snel Goudal praat. Haar werk vergt geduld en discipline, maar ze is gretig en ondernemend en heeft al een behoorlijk oeuvre opgebouwd met daarin een consequente lijn. Op haar dertigste heeft ze in FOAM haar eerste museale tentoonstelling, in oktober is ze te zien in de Photographer’s Gallery in Londen, waar ze aan de Royal College of Art studeerde. Later dit jaar zal het decor te zien zijn dat ze voor de voorstelling van een IJslandse danseres heeft ontworpen.

En voor deze expositie heeft ze voor het eerst video’s gemaakt. Betoverende video’s van performances, als tekeningen van Escher die tot leven zijn gewekt. Eén toont de kathedraalachtige binnenruimte van een tanker. Als het luik bovenin opengaat valt er een goddelijke lichtstraal binnen, waarna de in witte overalls geklede arbeiders één voor één als in een processie achteruit de lange trap afdalen, om onderin uit beeld te verdwijnen.