Extra papierwerk, maar wél tegen discriminatie

Bij de politie in Tilburg gaan agenten opschrijven waarom ze iemand staande houden en wat diens nationaliteit is. Dat moet voorkomen dat ze naar eigen inzicht controleren, en daarmee discrimineren.

foto spaarnestad photo
foto spaarnestad photo

Om discriminatie door de politie te bestrijden, zullen politieagenten in Tilburg in speciale formulieren gaan vastleggen waarom mensen worden staande gehouden en wat de nationaliteit is. Analyse van deze zogeheten ‘stopformulieren’ moet ertoe leiden dat de politie zich minder vaak schuldig maakt aan ongelijke behandeling van allochtonen.

Ongeveer tachtig agenten van politieteam de Groene Beemden in Tilburg-Noord zullen vanaf de zomer bij wijze van experiment een half jaar lang op deze manier gaan werken, zegt een woordvoerder van de politie in Tilburg. Het idee is dat meer bureaucratie bij de politie zal leiden tot minder ongelijke behandeling van allochtonen door politieagenten.

De proef is de vrucht van een onderzoek dat de antropoloog Paul Mutsaers de afgelopen zes jaar deed in dienst van de politieacademie. Mutsaers promoveert vrijdag aan de Tilburg University op zijn studie waarvoor hij onder meer meeliep met politieagenten in Amsterdam, Bergen op Zoom en Tilburg. Discriminatie door en binnen de politie is volgens hem een groot en groeiend probleem dat om een „structurele aanpak” vraagt. Eerder dit jaar liet ook korpschef Gerard Bouman weten verontrust te zijn over discriminatie binnen de politie „Er sluipt een gif onze organisatie binnen”, aldus Bouman .

Roadblocks voor doelgroepen

Dat allochtonen oververtegenwoordigd zijn in politiestatistieken, komt volgens Mutsaers doordat minderheden „buitenproportioneel vaak gecontroleerd worden”. Agenten worden door hun teamchef geïnstrueerd zich bij roadblocks te richten op bepaalde doelgroepen, merkte de onderzoeker. „Dan was de opdracht: we gaan ons vandaag bij controles richten op Marokkanen of Somaliërs want er zijn inbraken gepleegd en we vermoeden dat het door deze doelgroep is gedaan. Of er wordt besloten alle Roemenen te weren uit het centrum van Tilburg vanwege straatroof en zakkenrollers.” Autochtonen mogen bij dergelijke controles doorrijden omdat ze „niet tot de doelgroep” behoren.

„En dan heb je nog excessen zoals microdeportaties: het verdrijven van ongedocumenteerde, illegale migranten door ze op te pakken en ver weg op een industrieterrein of in een bos weer uit de auto te zetten. Dat gebeurt regelmatig..”

Bijkomend effect van deze selectie op doelgroepen is dat minderheden „makkelijk de dupe worden van politiek spierballenvertoon. Ze scheppen een klimaat waarin juridische maatregelen worden voorgesteld, zoals de strafbaarheidstelling van illegaliteit en intrekking van het Nederlandse paspoort”, aldus Mutsaers.

Ontbureaucratisering

De discriminatie is volgens Mutsaers het gevolg van ‘ontbureaucratisering’. De afgelopen jaren is in het politiewerk steeds meer de nadruk komen liggen op „de individuele persoonlijkheid en handelingsvrijheid van de agent”.

Dit heeft de Nederlandse politie volgens Mutsaers „zeer vatbaar gemaakt voor discriminatie van etnische minderheden en willekeur in het politieoptreden”. In de huidige politiecultuur met een grote professionele vrijheid worden volgens de onderzoeker agenten te veel „aangemoedigd vrijmoedig en naar eigen inzichten” te handelen en veel minder te werken als een overheidsdienaar met een publieke taak die zonder aanzien des persoons handelt.

Door de analyse van stopformulieren hopen onderzoekers stereotyperingen in kaart te kunnen brengen. „We kunnen dan zien hoe vaak een agent iemand aanhoudt met een bepaalde achtergrond en hoe effectief dat is.

Hoeveel van die zaken die iemand aanlevert aan justitie worden geseponeerd of leiden echt tot een zaak? Op deze manier kun je statistisch aantonen wat er gebeurt op het gebied van discriminatie en het geeft teamchefs een aanknopingspunt er met een agent over te praten in een functioneringsgesprek”, zegt Mutsaers.

Ze zullen het niet leuk vinden

De onderzoeker zegt overigens te verwachten dat agenten „het absoluut niet leuk” zullen vinden stopformulieren te moeten gaan invullen. „Als agenten ergens een hekel aan hebben is het aan meer papierwerk.” Dit zou ertoe kunnen leiden dat formulieren niet naar waarheid worden ingevuld.

Mede om die reden pleit Mutsaers er ook voor om in elke gemeente een burgerraad in te stellen. Dat orgaan zou moeten dienen „als democratische tegenmacht en monitor van politieoptreden”, zegt Mutsaers. „Nu moet je met je klacht over de politie terecht bij de politie zelf. Allochtonen durven vaak niet naar de politie te stappen met klachten over discriminatie door de politie. Daarom zou het goed zijn een burgerraad te hebben die bestaat uit mensen die actief zijn in de wijk.”