Europeanen onwillig om NAVO-partners te helpen

Meer dan de helft van de Fransen, Italianen en Duitsers vindt dat hun land andere NAVO-landen niet militair te hulp moet komen, als die zouden worden aangevallen door Rusland. Dat blijkt uit een opiniepeiling van het bureau Pew.

De afspraak dat NAVO-landen elkaar te hulp schieten als ze worden aangevallen is de kern van het bondgenootschap: een aanval op één lidstaat zal worden beschouwd als een aanval op alle lidstaten, bepaalt het befaamde artikel 5 van het NAVO-handvest.

Maar van de acht NAVO-landen waar Pew onderzoek deed, bleek alleen in de VS en Canada een duidelijker meerderheid (respectievelijk 56 en 53 procent) te vinden dat die belofte ook moet worden nagekomen. In Duitsland vindt slechts 38 procent dat, terwijl 58 procent tegen militair ingrijpen is om een bondgenoot te verdedigen. In Frankrijk is 53 procent tegen, in Italië 51 procent.

In Europa is de waardering voor de NAVO de afgelopen jaren geslonken. Stond in 2009 nog 73 procent van de Duitsers positief tegenover het bondgenootschap, nu is dat 55 procent.

In de publieke opinie in de onderzochte NAVO-landen denkt slechts een kwart positief over Rusland. In Rusland, waar Pew ook onderzoek deed, ziet 59 procent de NAVO als bedreiging. Een teken van groeiend nationalisme is dat 63 procent van de Russen zegt een ‘erg positief’ beeld van hun land te hebben; vorig jaar was dat 51 procent, in 2013 nog 29 procent.