‘Er gaat 6 miljard subsidie naar fossiele energie’

Dat zei GroenLinks-leider Jesse Klaver in het tv-programma Pauw.

Foto

De aanleiding

In Pauw van woensdag 27 mei sprak Jesse Klaver over zijn wensen voor het nieuwe belastingstelsel. Dat moet in elk geval groener, zei de verse GroenLinks-leider. Op dit moment geeft de Nederlandse overheid namelijk 6 miljard subsidie aan fossiele energie (1). En grootverbruikers betalen tweehonderd keer minder energiebelasting dan „jij, ik en de bakker op de hoek”, aldus Klaver (2). We checken deze twee uitspraken.

Waarop is 1 gebaseer d?

De uitspraak over de subsidies voor fossiele energie is gebaseerd op onderzoek van de bureaus CE Delft en Ecofys, laat de persvoorlichter van GroenLinks weten. De bureaus onderzochten in 2011 op verzoek van energieproducent Eneco en de Triodos Bank de rol van de overheid op de energiemarkt.

En klopt het?

‘Subsidie’ is misschien misleidend; het gaat vooral om belastingvoordelen. Maar de gevolgen zijn voor de economie identiek. CE Delft en Ecofys berekenden dat de overheid via 53 ingrepen fossiele energie met 5,6 miljard euro steunde, bijna 6 miljard dus. Ongeveer eenvijfde hiervan ging naar de productie, de rest naar het gebruik. De belangrijkste ingrepen waren belastingvrijstelling voor kerosine, scheepvaartbrandstoffen en rode diesel (1,7 miljard euro) en kortingen op de energiebelasting voor grootverbruikers (1,8 miljard).

Conclusie 1

De cijfers zijn uit 2011, maar waarschijnlijk is dit bedrag eerder toe- dan afgenomen. Het IMF kwam in mei met een onderzoek waaruit bleek dat energie wereldwijd jaarlijks met ruim 5.000 miljard dollar wordt ‘gesubsidieerd’. Het ging hier voor een klein deel om directe subsidies, en verder onder andere om belastingvoordelen. De Volkskrant meldde naar aanleiding van dit onderzoek dat de wereldwijde subsidies voor fossiele energie sinds 2011 met 33 procent zijn toegenomen. We beoordelen Klavers uitspraak over subsidies voor fossiele energie als waar.

Waarop is 2 gebaseerd?

De tweede uitspraak wordt wel vaker gedaan – maar steeds met andere cijfers. In Vrij Nederland schreef columnist Evert Nieuwenhuis vorige maand nog dat de bakker op de hoek negentig keer meer energiebelasting betaalt dan grootverbruikers als Shell. En in NRC Handelsblad schreef de directeur van CE Delft vorige maand dat grootverbruikers 25 keer minder energiebelasting betalen dan huishoudens.

GroenLinks laat weten dat het hier gaat om elektriciteit en verwijst voor de cijfers naar de Belastingdienst.

En klopt het?

Wie zijn grootverbruikers? En wie zijn „jij, ik en de bakker op de hoek”? Het eerste was volgens Klaver „een hele abstracte naam voor Shell”, kortom: het gaat om de grootste bedrijven in de energiesector.

Het tweede is lastiger: een particulier is iemand anders dan een kleine ondernemer, zoals een bakker. Ze vallen ook in verschillende tarieven voor de energiebelasting, vandaar de uiteenlopende percentages die in de vergelijking met grootverbruikers worden genoemd. Huishoudens (gebruikers van 0 t/m 10.000 kilowattuur) betalen 0,1196 euro belasting per kWh. De categorie daarboven (10.001 t/m 50.000 kWh) betaalt 25 keer zo weinig per kWh: 0,0469.

In de berekening van de CE Delft-directeur in NRC geldt de bakker dus als een grootverbruiker. Voor Evert Nieuwenhuis is de bakker juist geen grootverbruiker. Hij vergeleek de bakkers op de hoek met de grootste grootverbruikers (meer dan 10 miljoen kWh zakelijk), en dan betalen de laatsten inderdaad negentig keer minder: 0,0005 euro per kWh.

Conclusie 2

Wanneer we de grootste grootverbruikers vergelijken met huishoudens, betalen de laatsten 239 keer meer energiebelasting per kWh. Meer nog dan tweehonderd dus. Als we grootverbruikers vergelijken met particulieren heeft Klaver dus gelijk; als we ze vergelijken met de bakker op de hoek zit hij ernaast. We beoordelen zijn tweede uitspraak als half waar.