‘Een film over een hippie in zijn tijd, Amsterdam in de Gouden Eeuw’

Binnenkort komt hij met ‘Meet me in Venice’, maar in plaats van lowbudgetfilms zou hij graag een kostuumdrama over de 17de-eeuwse vrijdenker Adriaen Koerbagh maken, die in het dolhuis eindigde.

Foto Rien Zilvold

Lopend door het centrum van Amsterdam, over de Dam, de grachten, de smalle straatjes, vraag ik me vaak af hoe het hier tijdens de Gouden Eeuw moet zijn geweest. Hoe was het op straat, wat hadden de mensen aan, hoe gedroegen ze zich, hoe praatten ze? Superfascinerend vind ik dat. Schilderijen in musea geven wel een idee, maar door film kun je die wereld terughalen, in een tijdmachine stappen als het ware.

„Over die periode zou ik een film willen maken. Eentje die ook iets zegt over het heden. Adriaen Koerbagh zou een goed onderwerp zijn. Hij was een vrijdenker avant la lettre, de hippie van zijn tijd. Hij durfde direct te zeggen dat God niet bestaat, dat het geloof een verzonnen machtsstructuur was. Daarin was hij uniek, zelfs Spinoza praatte er een beetje omheen.

„Die geloofskritiek werd Koerbagh niet in dank afgenomen. Hij werd gearresteerd, maar door zijn contacten bij het stadsbestuur wist hij straffen als een afgehakte duim en een staak door de tong te ontlopen. Hij werd in een gekkenhuis gestopt, na tien jaar overleed hij daar.

„Ik zie parallellen met onze tijd. Nu wordt ook over geloofskritiek gezegd: het mag het wel, maar moet het ook? Natuurlijk moet dat! Dat de hele goegemeente zegt dat iets zo is, betekent niet dat het waar is. Mensen moeten zich niet laten verblinden door een ideologie of een boekje met een handleiding. Zelfstandig nadenken is belangrijk. In een open samenleving hoort een ideeënstrijd te zijn, maar die vrijheid staat onder druk. Er is nauwelijks echt debat meer, eerder is er sprake van een loopgravenoorlog met extreme opvattingen die lijnrecht tegenover elkaar staan. Vooral op internet loopt het uit de hand door mensen die anderen doodwensen.

„Met zo’n historische film kun je dus reflecteren op je eigen tijd. En het is ook steeds meer haalbaar om zo’n film echt te maken. Met de huidige technieken kun je ver komen, kijk maar naar Michiel de Ruyter. Hoewel ook zij net wat geld tekort kwamen om de zeeslagen heel echt te laten lijken.

„Een kostuumfilm is duur en financiering is sowieso altijd lastig bij mij. Ik heb de naam lowbudgetfilms te maken, dus krijg ik ook niet veel geld van fondsen. Deal kostte 80.000 euro. Mijn nieuwe film Meet me in Venice heb ik voor 200.000 euro gemaakt. Gelukkig zie je dat er niet aan af. En voor Simon, die later een groot succes bleek, kreeg ik maar acht ton. Dat komt deels doordat ik graag met onbekende acteurs werk, die trekken geen groot publiek. Maar bekende koppen leiden af van het verhaal. En ik kan ze toch niet betalen.”