De stad van de Tour de France is een jungle voor fietsers

Duizenden maatregeltjes zijn er voor veiliger fietsen, zegt Jeroen Dirks. En niemand die het eens aan een fietser vraagt.

Begin januari kwam een zesjarig fietsertje onder de bus in hartje Utrecht. Door rood gefietst, de buschauffeur was niets te verwijten, aldus justitie. Jammer dat Justitie de échte veroorzaker van dit ongeval niet aanpakte: de politiek en de beleidsmakers die fietsen in Utrecht – en niet alleen daar – tot een hel maken.

Nederland mag met 22 miljoen fietsen een fietsland zijn, van een goed fietsbeleid is geen sprake. Het gehypete digitale verwijssysteem voor fietsparkeren (wereldprimeur!) en al die andere fantastische projecten in de stad van Le Grand Départ kunnen niet verbloemen dat Utrecht een bijna niet te nemen horde voor fietsers is.

Overal strepen op de weg. Betonblokken. Gele borden met pijlen. Losse tegels en norse verkeersregelaars met één doel: gemotoriseerd verkeer voorrang geven. Op de ene rotonde heeft de fietser voorrang op autoverkeer, op de andere niet. Fietspaden zijn vaak smal, hobbelig of niet verlicht. Intussen parkeert ladend en lossend vrachtverkeer het liefst op fietspaden. En ligt het fietspad opvallend vaak open om kabels te vervangen.

Politici en beleidsmakers hebben hun mond vol: fietsen is goed voor de gezondheid en het milieu. Het alternatief voor de auto in milieuzones. De praktijk: de fiets is het enige vervoermiddel voor mensen die het niet zo breed hebben. Voor iedereen onder de zestien is de fiets zelfs het enige alternatief voor het benauwde en dure openbaar vervoer.

Het gebrek aan fietsbeleid begint te wringen. Het aantal verkeersdoden bleef vorig jaar gelijk, het aantal doden en gewonden op de fiets steeg. Vorig jaar schreef Reinjan Mulder in NRC Handelsblad hoe hij op de fiets door een snorscooter ondersteboven wordt gereden. Hij rekent het ongeluk allereerst de politiek aan. „De politiek die tot taak heeft de zwakkeren in het verkeer te beschermen. Een ongeluk dat iedereen ziet aankomen, is een ongeluk waar iedereen verantwoordelijk voor is.”

Maar de politiek grossiert in gratuite verklaringen. Al die ongelukken? Ligt aan die oudjes die ineens op een veel te snelle e-bike rijden. Of komt het door al die jongeren die WhatsAppend op de fiets zitten? Zo is fietsbeleid in Nederland vooral een jij-bak: wij, hier, achter het bureau, weten wat jij als fietser fout doet.

Vervolgens komen ze weer, de maatregelen. Nummer 1: de helmplicht. Nooit bewezen dat het werkt. Paaltjes om autoverkeer van het fietspad te weren (al haalt Amsterdam ze juist weg). Fietsstewards die je de les lezen en die om een onverklaarbare reden altijd midden op de weg staan. Niet gelukt tot nu toe: een verbod op het gebruik van de smartphone op de fiets. Ook omstreden: brede fietsstraten van mooi, glad, roze asfalt. ‘Hier is de auto te gast’ staat er dan op een bord bij. Ik zou zeggen: kijk in Hilversum of bij Maarssen hoe een automobilist ‘te gast’ zich gedraagt. Of vraag het in Utrecht, waar een fietsstraat al in de jaren negentig weer werd ontmanteld omdat fietsers zich door auto’s opgejaagd voelden.

In april werd weer een fietser door een bus doodgereden in Utrecht. Weer door rood gereden, natuurlijk! De beleidsmakers troffen razendsnel maatregelen en wijzigden de afstelling van de verkeerslichten. Fietsers (wie anders?) moeten nu wachten totdat alle autoverkeer is doorgereden. Dat duurt lang. Met als gevolg dat fietsers massaal door rood rijden.

Volgende week is het jaarlijkse Nationaal Fietscongres, in Utrecht. De deelnemers zullen elkaar op de schouder slaan voor de nieuwste snufjes die ze hebben bedacht voor fietsverkeer. Misschien weer zoiets kunstzinnigs als het glow-in-the-dark Van Gogh-fietspad bij Nuenen.

Helaas is het ook onzinnig en zelfs gevaarlijk.

Had nou van tevoren één echte fietser om een mening gevraagd. Die had gezegd dat een fietser gedesoriënteerd raakt als licht van beneden komt. Zie daar waar het Nederlandse fietsbeleid faalt: fietsers wordt niets gevraagd. Doe dat wel. En begin dan bij het begin van een stedelijk ontwerp. Misschien dat er dan vanzelf plek overblijft voor de auto.