Albert Woodfox zit al meer dan 15.000 dagen in zo’n hokje

Gisteren oordeelde een rechter in Louisiana dat Albert Woodfox (68) onmiddellijk vrij moet komen. 43 jaar zat hij in isolatie, hij hield er claustrofobie en hartklachten aan over. „De cel is zo klein dat het voelt alsof je stikt.”

Fotobewerking NRC

Albert Woodfox is een 25-jarige jongen met een volle bos zwart kroeshaar als hij op 18 april 1972 opgesloten wordt in een isoleercel. Er is die dag een blanke bewaker omgekomen bij rellen in een gevangenis in Louisiana. Gevangene Woodfox, die vastzat vanwege een gewelddadige overval, wordt er samen met twee anderen van beschuldigd. De isoleercel die Woodfox dan betreedt is ongeveer 270 centimeter lang en 180 centimeter breed.

Gisteren oordeelde een rechter in Louisiana dat Woodfox onmiddellijk vrij moet komen. Want er is „geen geldige veroordeling om Woodfox in de gevangenis te houden, laat staan in eenzame opsluiting”, zo schreef de rechter. Hij verbood een nieuwe rechtszaak tegen Woodfox vanwege diens slechte gezondheid en omdat de rechter er niet meer op vertrouwt dat die eerlijk zal verlopen. De zaak moest al twee keer worden overgedaan.

Wanneer Woodfox zijn cel ook daadwerkelijk zal verlaten, is nog onduidelijk. De staat Louisiana besloot gisteravond laat nog om het oordeel van de rechter aan te vechten.

Vanaf de eerste dag heeft Woodfox volgehouden onschuldig te zijn. Toen de rechter hem gisteren vrijsprak, zat Woodfox nog steeds in zijn isoleercel – 43 jaar, een maand en 23 dagen na zijn eerste dag op iets minder dan vijf vierkante meter. Wat doet dat met een mens?

Een matras op een stalen plaat

Special Housing Units is de term die gevangenisautoriteiten voor isoleercellen gebruiken. Muren van wit staal, zo beschreef Amnesty International de cel van Woodfox (ze kunnen onderling iets verschillen per inrichting). Elke cel heeft een toilet, een matras op een stalen plaat, een laken, een deken en een kussen. Zitten kan op een metalen bankje dat bevestigd is aan de muur.

Het enige raampje waardoor licht van buiten schijnt, zit tegen de achterwand van de cel. Te hoog om doorheen te kijken. Gevangen kunnen alleen door een venstertje van tralies kijken. Dan zien ze een stukje gang.

Voor kleding en andere voorwerpen gelden strikte regels: drie stuks wit ondergoed, een groene broek, een groen overhemd met korte mouwen, een groen sweatshirt, tien boeken of tijdschriften, twintig foto’s van de mensen van wie je houdt, schrijfgerei, een stuk zeep, een tandenborstel en tandpasta en een deodorantstick. En een koptelefoon, om naar een muziekkanaal of televisie te luisteren – kijken mag niet.

De dagindeling is simpel. 23 uur per dag binnen, 1 uur eruit. ‘Eruit’ betekent drie keer per week een uur naar een kooi op een binnenplaats. Die kooi is 450 centimeter lang en 180 breed. Op de vier andere dagen van de week bestaat het uur niet uit buitenlucht, maar uit douchen en door een gang heen en weer lopen.

Hartklachten en claustrofobie

De cel is zo klein dat „het voelt alsof je stikt”, zei Albert Woodfox in 2008, zo is te lezen in een rapport van de rechtbank van Louisiana. „Het is heel moeilijk om adem te halen, ik zweet overdadig. Het lijkt alsof de muren van de cel steeds dichterbij komen, op een paar centimeter van mijn gezicht. Ik probeer het vol te houden door een ritme in iets te zoeken, of door mijn ogen dicht te doen en heen en weer te schommelen.”

Volgens zijn advocaat lijdt hij onder meer aan claustrofobie, hoge bloeddruk, hartklachten, angststoornissen en slapeloosheid. „Jaren van mentale, emotionele en fysieke marteling”, noemt Woodfox zijn tijd. „De pijn die ik voel is het enige dat me doet voelen dat ik leef.”

Communiceren met de buitenwereld kan nauwelijks in de isoleercel. Er gelden zware beperkingen aan bezoeken.

En als een gevangene al mag bellen, dan begint dat gesprek in de inrichting in Louisiana met een automatisch bericht: „Dit telefoontje is afkomstig van de Louisiana penitentiaire inrichting en kan worden opgenomen en gemonitord. U heeft 15 seconden over voor dit gesprek.”

Angola Three

Samen met medegevangenen Herman Wallace en Robert King vormde Woodfox de ‘Angola Three’: drie zwarte mannen die in de jaren 70 probeerden verzet te mobiliseren onder de zwarte gevangenen tegen de omstandigheden in de gevangenis. Toen bij rellen cipier Brent Miller omkwam, verdwenen alle drie de mannen in isolatie.

De eerste van de drie die vrijkwam, was Robert King in 2001, na 29 jaar in de isoleercel. Herman Wallace kwam pas na ruim 40 jaar vrij, in 2013. Hij overleed twee dagen na zijn laatste dag in isolatie. Tijdens diens gevangenschap zei hij in opgenomen telefoongesprekken met documentairemaakster Angad Bhalla: „Als ik een snelle beweging maak, knal ik met mijn hoofd ergens tegenaan. Elke keer als ik opsta van het bed kan ik met mijn heupen de tafel raken, zo krap is het. Over ruimte voor beweging gesproken: die is er niet.”

Als Albert Woodfox binnenkort de isoleercel verlaat, is hij een 68-jarige man met grijs kroeshaar en een terugtrekkende haarlijn.