Bouwers in nood

Wie wil er nog bouwen voor Rijkswaterstaat?

beeld Rijkswaterstaat

De bouwers die grote infrastructuurprojecten uitvoeren voor Rijkswaterstaat zijn boos. Ze zijn ontevreden over hun opdrachtgever. De projecten zijn te groot, te risicovol en de samenwerking met Rijkswaterstaat gaat te stroef. Ballast Nedam en Strukton lijden onder zware tegenvallers bij de verbreding van de A15 bij Rotterdam en de ondertunneling van de A2 in Maastricht.

En wat als de volgende klus jóu nekt? Wie schrijft zich nog in voor grote projecten van Rijkswaterstaat? BAM-topman Rob van Wingerden:

“Wij denken wel drie keer na voordat we inschrijven.”

Vijf kritiekpunten van de bouwers:

1. De projecten zijn te groot

Projecten die meer dan een half miljard euro kosten, zijn moeilijk beheersbaar. Ze vragen zo veel coördinatie dat dit op zichzelf een risico wordt. Rijkswaterstaat moet zuinig zijn met megaprojecten, vindt Joep Rats van brancheorganisatie Bouwend Nederland. Dat wil de dienst wel, maar projecten zijn vaak moeilijk op te knippen.

2. Bouwers dragen te veel risico’s

Het is vooral de verdeling van de risico’s die problemen oplevert, zegt BAM-topman Van Wingerden.

“Rijkswaterstaat hanteerde lang het idee: de markt is verantwoordelijk, tenzij. De slinger is doorgeslagen.”

Bij de wegverbreding van de A15 namen de bouwers alle risico’s op zich, ook het risico dat de vergunningen op tijd binnen kwamen. Dat kostte de bedrijven veel geld.

Rijkswaterstaat is al van werkwijze veranderd. De dienst hanteert niet meer het systeem dat bouwers moeilijk te beheersen risico’s op zich kunnen nemen, in ruil voor punten in de aanbesteding. Rijkswaterstaat:

“Risico’s horen bij de partij die ze het best kan dragen en beheersen.”

3. Aanbesteden kost te veel

Meedoen met een aanbesteding kan wel 1 tot 4 procent van de totale opbrengst van een project kosten, zegt BAM-topman Van Wingerden. Als je de aanbesteding niet wint, ben je dat geld kwijt - bij grote klussen al gauw miljoenen.

Rijkswaterstaat laat weten dat net aanpassingen zijn gemaakt voor grote projecten: de aanbestedingsperiode wordt verkort en de eisen voor wat je moet inleveren worden versimpeld.

4. De verhouding is versteend

Oranjewoud, moederbedrijf van bouwer Strukton, klaagt in het jaarverslag over gebrek aan daadkracht bij Rijkswaterstaat. De dienst moet beslissen over betalingen van meerwerk aan de verbreding van de A15, maar is traag.

In elk groot project gaan dingen anders dan verwacht, zegt Rats van Bouwend Nederland.

“Er is altijd meerwerk. Maar iedereen schiet ervan in een kramp. Het is een feit dat bouwers en Rijkswaterstaat er samen niet goed uitkomen.”

Rijkswaterstaat bevestigt dat de verhoudingen “inderdaad te gejuridificeerd zijn op een aantal projecten. Maar we zoeken naar nieuwe vormen van samenwerking.” Zo wil Rijkswaterstaat een proef: de renovatie van de Nijkerkerbrug moet met zo min mogelijk regels gebeuren.

5. Rijkswaterstaat werkt ‘vechtcontracten’ in de hand

Nog steeds schrijven sommige bouwers te laag in op projecten. Volgens critici speelt Rijkswaterstaat naar werk snakkende bouwbedrijven tegen elkaar uit.

“Uiteindelijk bepaalt een marktpartij zelf de hoogte van de bieding”, reageert Rijkswaterstaat. Maar de dienst wil óók af van te lage inschrijvingen, zei topman Jan Hendrik Dronkers onlangs op een ‘marktdag’ met de bouwers.

“Nu draait het in de praktijk om te weinig opdrachten, dus overcapaciteit en dus vechtcontracten. Rijkswaterstaat wil dit niet.”

Als bouwers volgens het rekensysteem van Rijkswaterstaat te laag inschrijven op een opdracht, gaat Rijkswaterstaat met ze in gesprek.  Maar misschien moeten die gesprekken indringender, oppert Rats van Bouwend Nederland.

“Of Rijkswaterstaat stelt een regel in als: je mag maar maximaal zover afzitten van het gemiddelde inschrijfbedrag. Er zijn andere vormen mogelijk.”