Turken straffen zonnekoning Erdogan

Uitslag toont hoe volwassen het Turkse electoraat is geworden, ondanks een oneerlijk politiek systeem

President Erdogan vorige maand bij een verkiezingsbijeenkomst in het Duitse Karlsruhe. Erdogan hoopte dat Turken in het buitenland zijn AK-partij aan de gewenste meerderheid zouden helpen.
President Erdogan vorige maand bij een verkiezingsbijeenkomst in het Duitse Karlsruhe. Erdogan hoopte dat Turken in het buitenland zijn AK-partij aan de gewenste meerderheid zouden helpen. Foto Ulli Deck/AP

De uitslag van de verkiezingen van zondag in Turkije laat de veerkracht van de democratie zien. De tendens naar een meer autoritair bewind is gecorrigeerd. Kiezers hebben president Erdogan laten weten dat er grenzen zijn.

En daarmee is Turkije „van de rand van de afgrond weggelopen”, zegt Selahattin Demirtas, voorzitter van de pro-Koerdische HDP, die voor het eerst de hoge kiesdrempel van 10 procent haalde en er daarmee voor zorgde dat de regerende AK-partij (AKP) haar absolute meerderheid kwijt is.

De stembusgang wordt in Turkije gevierd als een feest van de democratie. Het toont hoe volwassen het Turkse electoraat is geworden, vindt Emma Sinclair-Webb, Turkije-onderzoeker van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Burgers hebben de pro-Koerdische HDP het parlement in gestemd en de macht van de AKP ingedamd, „ondanks een oneerlijk politiek systeem, en ondanks een heel ongelijke strijd”, aldus Sinclair-Webb. Erdogan misbruikte zijn positie en voerde volop campagne.

„De maatschappij loopt vooruit op de politieke leiding. Dit laat zien hoe dynamisch Turkije is”, zegt de onderzoeker opgewekt. Ze heeft de afgelopen jaren het ene na het andere kritische rapport geschreven over excessief politiegeweld dat onbestraft blijft. Over de rechtsstaat die onder druk staat. Over rechters en aanklagers die worden ontslagen of beïnvloed. Over betogers die worden vervolgd alsof ze staatsgevaarlijke terroristen zijn. Nu staat ze zichzelf toe even gewoon blij te zijn. „Zelfs in een gemankeerde democratie kunnen verkiezingen voor een correctie zorgen.”

„Je kunt Turkije geen vrije democratie noemen”, zegt columnist Mustafa Akyol, een invloedrijk politiek commentator. Daarvoor gebeurt te veel dat lijnrecht ingaat tegen de waarden van de Europese Unie. Maar deze verkiezingen bewijzen volgens Akyol dat het nog altijd een „op verkiezingen gebaseerde democratie” is. „Mijn vertrouwen in zowel de samenleving als het systeem is hierdoor hersteld. We hebben onszelf gered.”

Een van de redenen dat de Turkse democratie niet optimaal functioneert, is de huidige grondwet. Die is in 1982 aangenomen onder de militaire junta. Er is een parlement, maar dat heeft weinig macht. Het wordt vaak gewoon genegeerd door de regering. Kamervragen blijven bijvoorbeeld onbeantwoord zonder dat dit consequenties heeft voor ministers.

Veel Turken hebben dan ook een lage dunk van hun volksvertegenwoordigers. Ook de kiesdrempel van 10 procent is nog een erfenis van het leger, dat vooral ‘stabiliteit’ wilde.

Eigenlijk zijn alle partijen het er al jaren over eens dat de grondwet grondig moet worden vernieuwd. De vraag is alleen hoe de grondwet er dan uit moet zien. Daarover zijn ze het níét eens. De AKP van president Erdogan wil een presidentieel systeem, waarin de president meer uitvoerende macht krijgt. Zoiets als ook in Frankrijk en de Verenigde Staten bestaat. Andere partijen zijn daartegen. Ze zijn bang dat Erdogan die macht zal misbruiken.

Tot voor kort gaf het leger tegengas en dat was allesbehalve democratisch. De legerleiding pleegde een staatsgreep te plegen als ze vond dat het een chaos werd in het land of als de rol van religie in de politiek te groot werd. Dat gebeurde in 1980 voor het laatst. In 1997 werd er nog mee gedreigd.

Onder de AKP is de rol van het leger drastisch teruggedrongen. Een coup is nu ondenkbaar. Maar er is niets voor in de plaats gekomen. Het parlement en het justitieel apparaat zijn nog altijd zwak. De regering, waarin één partij een absolute meerderheid had, kon ongestoord haar gang gaan.

Erdogan is zich de afgelopen jaren steeds meer als een zonnekoning gaan gedragen. Hij omringt zich met ja-knikkers, duldt weinig tegenspraak. Wie hem beledigt, kan in de gevangenis belanden. Justitie wordt daarvoor misbruikt. Zijn taalgebruik werd steeds agressiever. Je bent voor of tegen hem – en dan word je weggezet als terrorist. Illustratief is het presidentieel paleis dat hij voor 280 miljoen euro liet bouwen. Met 200.000 vierkante meter is het groter dan Versailles.

Sinds Erdogan in 2014 president werd, valt steeds vaker de vergelijking met de Russische president Poetin, die het premierschap en het presidentschap ook afwisselde om aan de macht te blijven. „Poetin en Erdogan hebben vergelijkbare instincten en een vergelijkbare manier van praten. Maar Turkije is Rusland niet”, zegt columnist Akyol. Turkije heeft een langere democratische traditie. „Van Poetin verwacht je niet dat hij ooit een verkiezing verliest. Wij staan daarboven.”

De verkiezingsuitslag is een tik op de vingers van Erdogan. Zijn kiezers slikken niet kritiekloos wat hij zegt. Ze hebben zijn partij geen mandaat gegeven om zonder meer de grondwet te wijzigen. Dat moet in overleg met andere partijen. Leuk vinden de bestuurders van de AKP dat niet. Maar ze accepteren het wel. Erdogan, die in de weken voor de verkiezingen niet van de buis te slaan was, reageerde schriftelijk. Hij prees de hoge opkomst en de toewijding van de Turkse natie aan de democratie. „De keuze van onze natie gaat boven alles”, staat in zijn verklaring. Zo hoort het in een democratie.