Schrijver van de week

Vanwege mijn verhalenbundel over Arnhem riepen ze me bij de Bruna in Winkelcentrum Kronenburg in Arnhem-Zuid uit tot ‘schrijver van de week’. Met die eer kwam een verplichting, meldde de publiciteitsmedewerker van uitgeverij Meulenhoff met overslaande stem. Zij wist niet wat Winkelcentrum Kronenburg was. De dag dat ik er een uur de schrijver van de

Vanwege mijn verhalenbundel over Arnhem riepen ze me bij de Bruna in Winkelcentrum Kronenburg in Arnhem-Zuid uit tot ‘schrijver van de week’. Met die eer kwam een verplichting, meldde de publiciteitsmedewerker van uitgeverij Meulenhoff met overslaande stem. Zij wist niet wat Winkelcentrum Kronenburg was.

De dag dat ik er een uur de schrijver van de week ging uithangen was het prachtig weer. De zelfhaat was groot toen ik in dat overdekte winkelcentrum tussen Cool Cat, De Haas Keurslager, Game Mania en Jeans Centre naar de Bruna zocht waar ze naast postkantoor en cadeauwinkel ook nog boekenwinkel waren.

Aan de inzet van de filiaalmanager had het niet gelegen. Ze had mijn komst groots geafficheerd, zelfs aan de bakken met snoep hingen stencils met mijn naam.

“Ik wrijf het de klanten graag in het gezicht”, zei ze. De schrijvers van de week zaten er meestal wat verloren bij. Alleen toen Andy van der Meyde kwam ging het vanzelf.

“Toen stond er een rij van hier tot bij de Brainwash.”

Voor deze schrijver van de week was een tafeltje naast de kassa neergezet. Ik nam plaats achter stapels eigen werk, waartussen ik een schaal met koekjes ontdekte. Tegen iedere klant die bij de kassa iets kwam afrekenen zei ze dat ik er zat.

“Mag ik u attent maken op onze schrijver van de week, Marcel van Roosmalen?”

Er werd dan naar me geknikt. In het begin knikte ik terug, later wisselden we alleen nog wezenloze blikken uit. De meesten kwamen voor sigaretten, telefoonkaarten en printervullingen. Een man in een FC Barcelona-shirt pakte een boek en schudde ermee ter hoogte van het oor. Een ander at een koekje van mijn bord, bladerde door het boek, keek me aan en vroeg of hij nog een koekje mocht.

“Mag ik u attent maken op onze schrijver van de week, Marcel van Roosmalen?”

Ze ging er nu ook bij wijzen.

Opeens een vrouw in een oranje bermuda, ze hield nadrukkelijk halt en wilde een boek. Ik moest erin schrijven: “Voor oma Dinie, omdat je zo’n lieve poeperd bent.”

“Is hij toch niet voor niets gekomen, onze schrijver van de week”, hoorde ik de filiaalmanager zeggen. Weer dat wijzen.

En zo kroop de tijd voorbij. Af en toe vroeg ik een passerende klant hoe laat het was. Toen het afgesproken uur verstreken was stond ik op. Dieptepunt was de man die me toen de weg versperde en tergend langzaam de achterflap las.

“Hoeveel he-je-er verkocht?”

“Acht”, antwoordde ik naar waarheid.

“Nou, dan zul je wel een lamme arm hebben van het signeren”, zei hij en hij legde het boek terug. De filiaalmanager zei me later dat hij dat bij alle schrijvers van de week deed.