Platgeslagen: de Ombudsman

Oud-ANWB-directeur Guido van Woerkom solliciteerde vorig jaar naar de functie van Nationale ombudsman, „om eens te kijken wat er zou gebeuren”. Wees voorzichtig met wat je wenst, zo bleek maar weer, want het werd een debacle. Zaterdag blikte hij terug in de krant. Dat was onthullend en ontluisterend, om meerdere redenen.

Van Woerkom bleek inderdaad de soepele lobbyist, uit VVD-kring, met friends in high places en een beperkte maatschappelijke blik. Dat zijn ANWB-afscheidspremie van 3 ton algemeen werd opgevat als een gouden handdruk, kon hij bijvoorbeeld niet plaatsen. Bestuurders zouden elkaar ook meer moeten steunen, meende hij. Het klimaat is ook wel erg wantrouwend geworden.

Dat mag natuurlijk gezegd en gevonden worden. Er zijn meer bestuurders die de kloof met de burger pas ontdekken als ze op de bodem ervan zijn beland. De sollicitatiecommissie had hem echter uit de droom moeten helpen, maar het tegenovergestelde gebeurde. Men bleek juist naar hem op zoek. In de kern beschouwt Van Woerkom de Nationale ombudsman namelijk als de „klachtenafdeling van een groot bedrijf”. Dat wil zeggen „als je het plat slaat”. Daar bleek ook de Kamer aan toe, wat achteraf als een schok komt.

Van Woerkom en de Kamer leggen een pijnlijk gebrek aan inzicht bloot in de rechtstatelijke rol die de ombudsman vervult. Dit Hoge College van Staat beoordeelt of en wanneer overheidshandelen behoorlijk is. Dat is een belangrijke juridische maatstaf geworden, dankzij het instituut van de ombudsman dat ruim 30 jaar bestaat. Iedere ombudsman, ook de nieuwe, Reinier van Zutphen, staat voor de taak die in elk nieuw onderzoek toe te passen. En daarmee de rol van de ombudsman steeds waar te maken: die van waarborg voor de burger tegen overheidshandelen dat duidelijk niet deugt, maar niet direct strafbaar of onrechtmatig is. En daarover met gezag te oordelen. Dat is juridisch werk, op het scherp van de trias politica, dat behalve om diplomatie ook om moed vraagt. En ja, het heeft ook bestuurlijk-organisatorische aspecten. Maar het ambt „platslaan” tot klachtendesk is ongehoord. Toch gebeurde dat. Van Woerkom legde uit dat het parlement op zoek was naar iemand die vooral wilde helpen klachten te voorkomen, in plaats van ze te beoordelen. Geen „steile jurist” meer alstublieft, die de Kamer „de maat neemt”. Dat gaf de ANWB-man, terecht, het idee dat hij benoembaar was. Maar feitelijk was de Kamer bezig het instituut diepgaand te hervormen door een plooibare bestuurder te benoemen in plaats van die steile jurist. Het is heel goed dat Van Woerkom het niet werd. Daar is de Nationale ombudsman veel te belangrijk voor. Steile juristen hebben nut, heus.