Parlementaire enquêtecommissie Fyra mislukt omdat ze politiek is

Politici kunnen slecht op zichzelf reflecteren. Beter om de commissie te bemensen met rechters, journalisten en wetenschappers die getraind zijn in waarheidsvinding en lessen trekken, meent Mendel Giezen.

Hoewel oud-NS-directeur Frits Marckmann zich op radiostation BNR wat ongenuanceerd uitliet over de parlementaire enquêtecommissie Fyra („vooringenomen, eenzijdig”), raakt hij wel de kern. Dit soort politieke commissies zijn namelijk niet gericht op structureel te leren, maar op zwartepieten en politieke rekeningen vereffenen.

Interessant voor de politiek, maar het leidt niet tot structurele verbeteringen. De parlementaire enquêtecommissie zou moeten doen waar politici helaas niet goed in zijn: kritiek leveren op zichzelf, de pers en de kiezers. De gebreken of onvermogens van deze drie partijen zullen helaas onderbelicht blijven in de enquête. Daarom een aantal suggesties:

Allereerst voor de politiek. Ik zie een gebrek aan reflectief vermogen op de eigen keuzes. Zoals bij de tunnel onder het Groene Hart bleek, is de politieke realiteit een compleet andere dan die van de samenleving. Denk aan dat half miljard extra voor dat project, enkel om de persoonlijke strijd tussen twee ministers te sussen. In plaats van de absurditeit hiervan in te zien, zijn parlementsleden blij met zo’n compromis. Dan kunnen ze hun blik weer richten op een volgend conflict. Partijdiscipline en coalitieafspraken halen het reflectief vermogen evenzo uit de politiek.

Dan de media. Zodra projecten uit de rails gelopen zijn, nagelt de pers politici en bestuurders aan de schandpaal. Maar waar waren die journalisten toen er nog andere beslissingen gemaakt konden worden? Er zijn in de geschiedenis van de Fyra/HSL nauwelijks journalistieke stukken geweest die verschillende beleidsopties goed door hebben gelicht. Onderzoeksjournalistiek is nagenoeg wegbezuinigd en dat komt de kwaliteit van de besluitvorming niet ten goede.

Tot slot de samenleving, ook die gaat niet vrijuit. In Nederland heerst er een cultuur waarin publieke personen of organisaties worden weggezet als zakkenvullers, geldverspillers en mislukkelingen. Tekenend zijn de vragen aan Wim Korf, directeur projectteam HSL Verkeer en Waterstaat. Waarom hij het hoge bod niet op ‘realiteitszin’ had getoetst, wilde de commissie weten. Maar marktwerking via aanbesteding was nu juist een politieke en maatschappelijke wens. En dan accepteer je het bod wat het meest oplevert.

Er zal niemand zijn die bij een te hoog bod op zijn huis zal zeggen: „Dat lijkt me onverstandig, ik verkoop voor een lager bedrag.” De schuld ligt dus ook bij onszelf. Het onvermogen om te reflecteren op de eigen wensen, die in dit geval hebben geleid tot een Catch 22: publieke figuren die geen enkele optie meer hadden om het juiste te doen in de ogen van de samenleving. Goedkope Fyra, dure Fyra: geen van beide was goed bevonden.

Deze onvermogens leidden tot een lage kwaliteit van plan- en besluitvorming. Talloos onderzoek naar grote en kleine projecten toont aan dat wanneer er te weinig reflectie is, dit zorgt voor tunnelvisie, groepsdenken en onverantwoorde of onwenselijke risico’s. Een parlementaire enquêtecommissie zou bij uitstek de plek moeten zijn om op dit soort onvermogens te reflecteren. Maar daar blijkt ook deze commissie niet toe in staat.

Een andere invulling is dus wenselijk. De commissie is een unieke mogelijkheid om structureel te leren over besluitvormingsprocessen, maar kan dat niet in haar huidige bezetting. Het klinkt misschien paradoxaal, maar het is allereerst zaak de politiek uit de enquêtecommissie te halen. Waarom stellen we de commissie niet samen uit mensen die getraind zijn in waarheidsvinding en lessen trekken?

Ik pleit voor een parlementaire enquêtecommissie bestaande uit wetenschappers, journalisten en (oud-)rechters die los van publicatiedruk eindelijk kunnen doen waar ze goed in zijn. Het sommeren en onder ede verhoren van betrokkenen door gekwalificeerde waarheidsvinders zou de politiek en de samenleving de reflectie kunnen brengen die nodig is om niet telkens in fouten te vervallen.