Optimisme over Nederlandse economie dankzij huizenmarkt

De slechtste economische periode sinds de jaren dertig is eindelijk achter de rug, denkt nu ook DNB.

Zijn we uit de crisis? De gunstige prognoses stapelen zich op. Voorspelde De Nederlandsche Bank (DNB) in december nog een matig 2015, met 1,2 procent economische groei, gisteren verhoogde zij de raming tot 2 procent.

Daarmee wordt het volume van de economie dit jaar voor het eerst weer groter dan in 2008, het jaar waarin het bankroet van de Amerikaanse Lehman-bank een lange, donkere nacht inluidde. Vorige week liet de OESO, de club van rijke industrielanden, al een soortgelijke prognose zien voor Nederland. En het moet vreemd lopen wil het Centraal Planbureau morgen in zijn juniraming niet op eendere cijfers uitkomen. De economie voelt als een strandbal die zeven jaar onder water is gehouden.

Het herstel is breed: de besteedbare inkomens stijgen dit jaar met 3,2 procent – de sterkste toename in veertien jaar, stelt DNB. De particuliere consumptie trekt aan, de export loopt goed, de bedrijfsinvesteringen nemen toe en de werkloosheid daalt. Het vertrouwen van bedrijven en consumenten is goeddeels hersteld en de overheidsfinanciën raken op orde. De gedaalde olieprijs helpt, evenals de koers van de euro. Afgezet tegenover de munten van de voor ons belangrijkste handelslanden staat de ‘Nederlandse’ wisselkoers, berekend door de Bank voor Internationale Betalingen, nu op zijn laagste niveau sinds 2001.

En weer is het de woningmarkt

Maar het belangrijkste is de woningmarkt, waarmee de Nederlandse economie de laatste twintig jaar sterk verstrengeld is geraakt. De huizenprijzen zijn zowel symptoom van de lotgevallen van de economie als aanstichter. Stijgend vertrouwen en grotere bestedingsruimte van burgers jagen de woningprijzen weer op. En omdat de woningwaarde stijgt, voelt de burger zich rijker – of minder arm, als zijn huis onder water stond. En dat verhoogt weer het vertrouwen en de bestedingen.

Zo raken de economie en de woningmarkt nu in een opwaartse spiraal. Dat deze beweging óók naar beneden kan, hebben we de afgelopen zeven jaar gemerkt. De staart van de huizenmarkt kwispelt nog steeds met de hond van de economie, zij het dat we er nu weer van profiteren. Een voorstel van De Nederlandsche Bank, vorige week, om de maximale hypotheek verder te verlagen zou de afhankelijkheid van de economie van de huizenmarkt kunnen verminderen. Maar het voorstel kan niet rekenen op veel enthousiasme.

Groei is slechts een inhaalslag

De Nederlandsche Bank rekende gisteren voor dat er, door alle gunstige ontwikkelingen, 5 miljard euro aan ruimte ontstaat in de overheidsbegroting. Dat geld kan gebruikt worden voor de door het kabinet voorgenomen belastingherziening, die met name de lasten op arbeid lager moet maken.

Om de acceptatie van dat plan te vergroten is het van belang dat niemand er op achteruit gaat. Dat kost ongeveer 5 miljard euro ‘smeergeld’. Omdat het begrotingstekort nog steeds niet geheel wordt afgebouwd, moet daarvoor dispensatie worden verkregen van de Europese Commissie. Door de belastingherziening te verkopen als een ‘structurele hervorming’ moet dat mogelijk zijn.

Maar loopt al dat optimisme niet te veel vooruit op de werkelijkheid? De opluchting is begrijpelijk na een periode die, de oorlogsjaren daargelaten, de slechtste was sinds de jaren dertig. Als de economie sinds 2008 gewoon gemiddeld was doorgegroeid, waren we een achtste welvarender geweest dan nu het geval is. En die achterstand wordt nooit meer ingehaald.

De schade is er nog steeds: DNB benadrukt dat de potentiële groei van de economie 1,25 procent is. Dat is het tempo waarmee de economie kan groeien zonder dat er krapte ontstaat. De komende jaren zijn vooral een inhaalslag. De voorspoed kan pas voortduren als het groeipotentieel in de tussentijd door structurele maatregelen wordt vergroot.

Deze periode is als meewind voor de fietser: neem die niet voor lief, maar geniet ervan. En denk nog even niet aan de weg terug.