Koreaanse uitbraak MERS-virus toont risico

In Zuid-Korea is een nieuwe, betrekkelijk grote infectiehaard van het MERS-coronavirus ontstaan, de eerste buiten het Arabisch schiereiland. Daar maakt het virus al drie jaar slachtoffers. Tot dusver zijn in Zuid-Korea negentig mensen besmet met MERS, waarvan er vijf zijn overleden. De uitbraak begon waarschijnlijk met een man die half mei ziek werd, nadat hij was teruggekeerd van een zakenreis in Bahrein. In diverse ziekenhuizen in Zuid-Korea blijken MERS-patiënten anderen te hebben besmet. De mensen die aan de ziekte bezwijken hadden meestal al een zwakke gezondheid.

De gezondheidsautoriteiten in Zuid-Korea zeggen de situatie inmiddels weer onder controle te hebben, nadat zij duizenden mensen die in aanraking kunnen zijn geweest met patiënten in quarantaine hebben geplaatst. Eerder waren er in Saoedi-Arabië ook kleine uitbraken in ziekenhuizen, MERS-patiënten andere patiënten en medisch personeel besmetten.

Op het Arabische schiereiland stond de teller van MERS-zieken eind mei op 1180, met 483 doden (40 procent). Regelmatig zijn er nog nieuwe infecties, die vooral lijken te komen van contact met dieren. Dromedarissen kunnen het virus verspreiden, vleermuizen zijn de natuurlijke gastheer. Saoedi-Arabië maakt zich nu op voor de jaarlijkse hadj, waarbij miljoenen islamistische pelgrims uit de hele wereld het heiligdom in Mekka zullen bezoeken. In voorgaande jaren lijken daar geen pelgrims te zijn besmet die ziek werden toen ze in hun eigen land terugkwamen. Maar omdat het virus nog altijd heerst, is dit gevaar nog niet geweken.

Vrijdag verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie WHO dat het risico op een blijvende infectieketen van mens op mens vooralsnog klein is. Voor besmetting is direct contact met zieken nodig. In een overzichtsartikel dat vorige week verscheen in het medische blad The Lancet, staat dat gebleken is dat zelfs gezinsleden van MERS-patiënten beperkt risico lopen. Slechts 1 op 25 gezinsleden raakte besmet, maar werd zelden echt ziek.