Opinie

Hoe exportkanon VDL de zon laat schijnen

Eén van mijn lievelingsjaarverslagen is dat van VDL, een minder bekend industrieel familiebedrijf met een hoofdrol in de kenniseconomie van Eindhoven en omstreken. Een lieveling omdat VDL van alle markten thuis lijkt. En omdat VDL iets máákt. Bussen. Warmtewisselaars. Mini’s in de fabriek van Nedcar die door de Japanse eigenaar was opgegeven. Je steekt van het verslag altijd wat op. VDL is ook leverancier van ASML, de chipmachinefabrikant nabij Eindhoven. Ons industriële paradepaardje. Dus moet VDL ook meer investeren in onderzoek en ontwikkeling. Vorig jaar 83 miljoen euro. Daarmee staat VDL op de zevende plaats op de gezaghebbende ranglijst van Technisch Weekblad Nederlandse bedrijven met de hoogste research & development uitgaven.

VDL is ook een lieveling omdat het concern in menig opzicht model staat voor de Nederlandse economie. VDL is net als Nederland een exportkanon: klanten in 111 landen. Evenals voor de hele Nederlandse economie is Duitsland voor VDL de grootste afzetmarkt: 970 miljoen euro. Dat is 41 procent van de groepsomzet van 2,3 miljard euro.

Het meest hou ik van het VDL-jaarverslag omdat de baas zelf zijn stempel erop zet. Zo hoort het bij een familiebedrijf. Het gaat om de tent én de vent. Geen grijze nietszeggende taal. De lezer wordt getrakteerd op de niet altijd politiek correcte opvattingen van Wim van der Leegte (67), de voorzitter van de hoofddirectie. Hij is tevens de eigenaar, naar ik vermoed, al geeft het jaarverslag daarover geen informatie. Wel schrijft hij: „Ondanks de grootte van VDL Groep en het steeds meer internationale karakter van het bedrijf, is en blijft VDL een 100% familievennootschap.” Hier zit geen beursgang in het vat.

Wel een familiebedrijf met familiezaken. Vorig jaar kocht VDL een bedrijf van Gerard van der Leegte, de broer van Wim. VDL is er open over in het jaarverslag.

Groot is VDL inderdaad, met die miljardenomzet, 925 miljoen euro eigen vermogen en 10.303 werknemers. Het verslag:„Een andere mijlpaal in onze geschiedenis was de verwelkoming van de 10.000ste medewerker in augustus.” Welke topman van een beursgenoteerde onderneming tekent dat op? Dat hij geen personeel op straat heeft gezet, maar juist de 10.000-ste collega de hand heeft geschud. En dat een monumentaal feit noemt.

Van der Leegte verwoordt het nationalistische industriebeleid dat in handelsland Nederland niet in aanzien staat. In tegenstelling tot Frankrijk. Europa blijft geloven in vrijhandel, terwijl veel landen in de wereld invoerrechten heffen, schrijft hij. Dat is dus niks, is de boodschap. Protectionisme is voor Van der Leegte geen taboe. Wij moeten andere landen net zo behandelen als zij ons. „Alleen dan kan de werkgelegenheid in de Europese Unie worden behouden en kunnen wij als één sterk blok in de wereldeconomie onze positie handhaven.”

VDL ís het Oranje-gevoel. Het logo is rood-wit-blauw. VDL trekt de portemonnee voor de BV Nederland. Men steekt geld in Ondernemend Oranje Kapitaal, een investeringsfonds dat ex-ING-topman Jan Hommen heeft opgezet ten bate van kansrijke middelgrote bedrijven.

Maar in één opzicht moet VDL erkennen dat het bedrijf niet bij de tijd is. De hele hoofddirectie en de complete raad van commissarissen bestaan uit mannen. Tien mannen. Dat kan dus niet langer. De wet vraagt al jaren om meer diversiteit in de besturen van grote ondernemingen. „VDL is voornemens in 2016 een vrouw in de raad van bestuur te benoemen.” Beetje laat, heren.

Maar de zwaarste klus moet nog komen: wie wordt de opvolger van pater familias Van der Leegte.