Het rockt toch minder met een trombone

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid is van klassieke muziek. Vandaag: rocklegendes die klassiekerig doen.

Paul McCartney deed het. Net als Elvis Costello. En nu is het de beurt aan Pete Townshend, de gitarist van The Who.

Quadrophenia, de door Townshend geschreven ‘rockopera’ van The Who, is een échte opera geworden, met een symfonieorkest in plaats van gitaren. Classical Quadrophenia, de bewerking die Townshend en met name Rachel Fuller (zijn partner) maakten, is net verschenen op cd.

De gitarist doet wat die andere legendes ook deden: flirten met klassieke muziek. Het is opmerkelijk hoe gretig pophelden als McCartney, Costello en Townshend, allen verantwoordelijk voor klassiekers in hun eigen genres, zich eens in hun carrière op orkesten en klassieke genres hebben gericht. Costello maakte een liedcyclus met strijkkwartet en schreef een ballet (Il Sogno). McCartney schreef twee oratoria, een ballet en nog wat kortere stukken.

Ik vraag me af of iemand gisteren bij het concert van de ex-Beatle in de Ziggo Dome aan die composities heeft gedacht. (Hey Paul! Play Ecce Cor Meum!) Het is niet slecht, maar het behoort nou niet bepaald tot het beste wat McCartney heeft gemaakt. En hoewel ik erg van strijkkwartetten én van de muziek van Elvis Costello houd, hoor ik toch liever zijn platen Armed Forces of King of America dan The Juliet Letters, waarin hij wordt bijgestaan door het Brodsky Quartet.

Voor Classical Quadrophenia geldt helaas hetzelfde. Het is typisch zo’n cross-over waarin de oorspronkelijke muziek en het orkest elkaar eerder in de weg zitten dan dat ze elkaar versterken. Ze vinden elkaar niet in iets nieuws, verrassends, maar in het gemiddelde. Het is al met al wel erg zoet en zal eerder in de smaak vallen bij musicalliefhebbers dan bij de gemiddelde rockliefhebber. (Denk ik, hoor.)

Het album leert dat een gitaarriff zich nog niet zo eenvoudig laat vertalen. Welke instrumentgroep heeft nou diezelfde attack als een elektrische gitaar met distortion? Met trombones kom je een heel eind, maar die hebben een heel ander bereik.

Een arrangement kan nieuw inzicht bieden in de muziek. En dat doet het ook: door Classical Quadrophenia begrijp ik wat de werkelijke kracht is van The Who. Die zit in de originele gitaarlicks, de krachtige, meeslepende stem van Roger Daltrey, de stevige, virtuoze en vaak melodische baslijnen van John Entwistle, de onnavolgbare over the top drumfills van Keith Moon. Classical Quadrophenia is weliswaar muziek van The Who, maar zonder de power.

Geef mij maar het oorspronkelijke album. Of die andere Who-platen – The Who Sell Out, Live at Leeds en Who’s Next, nog beter. Liever een rockklassieker dan een verklassiekt, maar ontzield aftreksel.