Het aanbod uit Azië is enorm

Een tekort aan Nederlandse technici? Dan halen we ze toch gewoon uit China en Taiwan.

Foto’s Hans Bracke

Is het je weleens opgevallen dat bij veel Nederlandse tech-bedrijven vaak Aziatische mensen werken? „Amsterdam is echt een ‘seller’ hier in China”, zegt recruiter Floor Nobels via Skype vanuit Shenzhen. Het is voor veel Chinezen belangrijk om in het Westen te kunnen werken, vertelt ze. „Er komt altijd wel een hele goede bovendrijven, Chinezen zijn eager om te leren. ”

En dat komt goed uit. Bij veel Nederlandse en Europese bedrijven is de vraag naar technisch of IT-personeel groot, terwijl het aanbod in Nederland beperkt is. Elke maand staan er ongeveer honderd vacatures open in bijvoorbeeld de elektrotechniek, blijkt uit cijfers van het UWV. Het aanbod vanuit Azië van goed opgeleide, Engelssprekende technici en IT’ers, die graag naar Nederland verhuizen, is daarentegen enorm.

Wat het Westen aantrekkelijker maakt dan China? Geen luchtvervuiling of voedselschandalen, legt Nobels uit. Maar er zijn meer redenen: het gemak dat je vanuit Amsterdam heel Europa kunt rondreizen, of dat de kinderen een andere cultuur leren kennen. Dat de balans tussen werk en privé hier beter is dan in China speelt ook mee, denkt Nobels. „En vergeet het salaris niet, denk niet dat je met het halen van personeel uit China voor een dubbeltje op de eerste rang kunt zitten.”

Inkomensnormen

Een kennismigrant van boven de dertig jaar oud moet meer dan 4.000 euro bruto per maand verdienen volgens de eisen van de Immigratie en Naturalisatiedienst. Goedkoper is een net afgestudeerde kennismigrant met een salaris van 2.200 euro. Voor Nederlanders geldt dezelfde norm.

Daarnaast zorgen visa, reiskosten en huisvesting voor een flinke kostenpost bij de bedrijven die Aziatisch personeel inhuren. Maar, aan de andere kant, lang openstaande vacatures zijn ook duur: het werk ligt stil en adverteren kost geld.

Het Veldhovense hightechbedrijf ASML is bijvoorbeeld een bedrijf dat veel personeel uit Taiwan en Korea haalt. Vorig jaar was 33 procent niet-Nederlands, er werken 87 nationaliteiten bij het bedrijf. „Als er aan de andere kant van de wereld een geschikte kandidaat te vinden is, waarom zou je dan met z’n allen in dezelfde vijver in Nederland vissen naar die ene geschikte kandidaat”, vraagt ASML-woordvoerder Jojanneke Meewis–Strijbos zich hardop af.

ASML zoekt vaak dusdanige specifieke kennis dat er weinig kandidaten in eigen land zijn, legt ze uit. In zo’n geval wil het bedrijf ook de bijkomende kosten op zich nemen om zo iemand naar Nederland te laten komen. Soms zelfs met familie.

Ook chipmaker NXP haalt het personeel uit de hele wereld. Bij de divisies in Eindhoven en Nijmegen werken 58 nationaliteiten. De 64 Chinese medewerkers vormen de grootste groep buitenlanders, ze zijn met twee keer zoveel als Belgen, Duitsers of Britten. Net als ASML werft ook NXP in het buitenland bij gebrek aan voldoende goed Nederlands personeel, zegt woordvoerder Martijn van der Linden.

Buitenlandse studenten

Op de universiteiten en hogescholen in Nederland is een groot deel van de studenten dat elektrotechniek of werktuigbouwkunde studeert ook al afkomstig uit het buitenland, volgens Van der Linden. „Die hebben dan al besloten om hier in Nederland te komen wonen en die kunnen in principe ook bij ons aan de slag.”

De buitenlandse medewerkers komen bij de Nederlandse hightechbedrijven terecht in een organisatie waar de voertaal Engels is en de oriëntatie internationaal. „De kans is klein dat je in een team komt met alleen maar Nederlanders”, Meewis-Strijbos van ASML.

Nobels probeert na het rekruteren uit te vinden of het Aziatisch personeel het in Nederland naar hun zin heeft. Ze kijkt dan vooral óók of de partner gelukkig is. „Dat bepaalt voor een groot deel of iemand ook goed kan functioneren op het werk.”