Schizofreen belandt eerder in een creatief beroep

Mensen met sterke genetische aanleg voor schizofrenie en manische depressiviteit hebben een grotere kans een creatief beroep (kunstschilder, acteur, danser, schrijver of muzikant) te hebben. Dat schrijven IJslandse genenonderzoekers van het bedrijf deCODE in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Neuroscience, dat gisteren is gepubliceerd. Het onderzoek lijkt de gedachte te bevestigen dat de scheidslijn tussen ‘gek’ en ‘geniaal’ bij kunstenaars soms dun is. Creatieve aanleg en schizofrenie hebben deels dezelfde genetische wortels.

De IJslandse bevindingen zijn geverifieerd in andere groepen, waaronder de DNA-collectie van onderzoeker Dorret Boomsma van de Vrije Universiteit in Amsterdam. De uitkomsten van het onderzoek bieden een verklaring voor waarom genen die bijdragen aan schizofrenie zo vaak in de algemene bevolking voorkomen, zegt zij. „Van met name schizofrene mannen is bekend dat zij weinig nakomelingen krijgen; zij geven hun genen dus niet door. Maar nu blijkt er ook een positieve kant aan zo’n genenpakket te zitten, namelijk extra creativiteit.”

Het is niet zo dat schizofrenie en creativiteit altijd samengaan, legt Boomsma uit. „Mensen die heel veel genen hebben die het risico op schizofrenie verhogen, hoeven die ziekte nog niet te krijgen. Gemiddeld lopen zij daarop wel een hoger risico, maar daar staat tegenover dat zij gemiddeld ook creatiever zijn.”