Ganzen kunnen delicatesse niet weerstaan

Het vergassen van ganzen is wreed en onnodig, vindt Ines Kostic.

Je kent ze wel: de magische avonturen van Nils Holgerssons en zijn ganzenvrienden, die kinderen én volwassenen met een hardnekkige kinderziel in vervoering brengen. Vanaf 1 juni krijgen Nils en zijn ganzen met een lugubere situatie te maken: in Nederland mogen dan honderdduizenden ganzen worden vergast. Een ijzingwekkende dood wacht onze Zweedse avonturiers.

Wij mensen zijn dol op vogels, maar als de ganzen wat spruitjes en gras van onze grond snoepen, laten we ze stikken. We pikken steeds meer ‘lebensraum’ in van onze dierlijke vriendjes, maar tolereren het niet als zij bij ons op bezoek komen. Weinig creatief en behoorlijk primitief. Dat kunnen wij beter, vind je niet? Natuurlijk, en dat vindt ook Dominique Visser, die in haar onderzoek van 2014 toont dat er nauwelijks wordt ingezet op preventieve- en diervriendelijke maatregelen. Nu worden de ganzen massaal verleid door onze boeren, die met overbemesting zorgen voor eiwitrijk gras. Een delicatesse die de ganzen net zo slecht kunnen weerstaan als wij dat overheerlijke, romige stukje chocoladetaart, terwijl we aan het zoveelste shake-dieet zijn.

Ganzen snappen uiteraard niets van deze verwarrende toestand. Zou u het nog wel begrijpen? Onderzoek van Sovon wijst er bovendien op dat het massaal doden niet per se zinvol is. Het vergassen is dus niet alleen zinloos geweld, maar ook verspilling van ons belastinggeld.

Wat kunnen we dan wel doen, om de ganzen duidelijk te maken dat ze van onze spruitjes af moeten blijven? Gelukkig heeft de mens technologie uitgevonden: er zijn lasers die de ganzen wegjagen en wier taal de ganzen wel begrijpen. Daarnaast kunnen we grasland weer onaantrekkelijk maken voor ganzen. Niets doen aan het voedselaanbod, betekent dat onze lieve, doch ongenode gasten zullen blijven komen.

Weet u nog toen u fantaseerde om op de rug van de ganzen, net zoals Nils, de wereld te zien? U had vast nooit gedacht dat het eindpunt een gaskamer zou zijn. Nils zelf begon als een dierenbeul, maar groeide uit tot dierenvriend. Die ommezwaai heeft zijn leven verrijkt. Het is nog niet te laat om het voorbeeld van Nils te volgen en Yksi, Kaksi, Kolme, Neljä, Viisi, Kuusi en nog duizenden ganzen weer te gaan zien als de eindeloos boeiende, levenslustige wezens die ze zijn. Wezens die een laffe dood niet verdienen. Zoals de oppergans, Akka, in één van de verhalen zegt: „Als je wat goeds bij ons hebt geleerd, vind je misschien niet dat de mensen alleenrecht hebben om op de wereld te zijn.”