Er zijn grenzen voor Erdogan, laten deze verkiezingen zien

Er wordt feestgevierd nu de pro-Koerdische partij HDP in het parlement komt. Het vertrouwen in de broze democratie lijkt hersteld.

Een aanhanger van de pro-Koerdische partij HDP, gisteren in de overwegend Koerdische stad Diyarbakir. Foto Osman Orsal / REUTERS
Een aanhanger van de pro-Koerdische partij HDP, gisteren in de overwegend Koerdische stad Diyarbakir. Foto Osman Orsal / REUTERS

De uitslag van de verkiezingen van zondag in Turkije laat de veerkracht van de Turkse democratie zien. De tendens naar een meer autoritair bewind is gecorrigeerd vanuit de samenleving. Kiezers hebben president Erdogan laten weten dat er grenzen zijn.

En daarmee is „Turkije van de rand van de afgrond weggelopen”, zegt Selahattin Demirtas, partijvoorzitter van de pro-Koerdische HDP, de partij die voor het eerst de hoge kiesdrempel van tien procent heeft weten te halen en er daarmee voor heeft gezorgd dat de regerende AKP de absolute meerderheid in het parlement kwijt is.

Een oneerlijk politiek systeem

De stembusgang wordt in Turkije gevierd als een feest voor de democratie. Het toont hoe volwassen het Turkse electoraat is geworden, vindt Emma Sinclair-Webb, Turkije-onderzoeker van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Burgers hebben de pro-Koerdische partij het parlement in gestemd en de macht van de AKP verminderd en dat „ondanks een oneerlijk politiek systeem, en ondanks een heel ongelijke strijd”, aldus Sinclair-Webb. President Erdogan misbruikte zijn positie en voerde volop campagne.

„De maatschappij loopt vooruit op de politieke leiding. Dit laat zien hoe dynamisch Turkije is”, zegt de onderzoeker opgewekt over de telefoon. Ze heeft de afgelopen jaren aan de lopende band kritische rapporten geschreven over excessief politiegeweld dat onbestraft blijft. Over de onder druk staande rechtsstaat. Over rechters en aanklagers die worden ontslagen of beïnvloed. Over demonstranten die worden vervolgd alsof ze staatsgevaarlijke terroristen zijn. Nu staat ze zichzelf toe even gewoon blij te zijn. „Zelfs in een gemankeerde democratie kunnen verkiezingen voor een correctie zorgen.”

Een vrije democratie? Welnee

„Je kunt Turkije geen vrije democratie noemen”, zegt columnist Mustafa Akyol, een invloedrijk commentator gespecialiseerd in politieke islam en liberalisme. Daarvoor gebeurt te veel dat lijnrecht ingaat tegen de waarden van de Europese Unie. Maar deze verkiezingen bewijzen volgens Akyol dat het nog altijd een ‘op verkiezingen gebaseerde democratie is’. „Mijn vertrouwen in zowel de samenleving als het systeem is hierdoor hersteld. We hebben onszelf gered.”

Een van de redenen dat de Turkse democratie niet optimaal functioneert, is de huidige grondwet. Die is in 1982 aangenomen, ten tijde van de militaire junta. Er is een parlement, maar dat heeft weinig macht. Het wordt vaak gewoon genegeerd door de regering. Kamervragen blijven bijvoorbeeld onbeantwoord zonder dat dit consequenties heeft voor ministers.

Veel Turken hebben dan ook een lage dunk van hun volksvertegenwoordigers. Ook de kiesdrempel van tien procent is nog een erfenis van het leger, dat vooral ‘stabiliteit’ wilde.

Eigenlijk zijn alle partijen het er al jaren over eens dat de grondwet grondig moet worden vernieuwd. De vraag is alleen hoe de grondwet er dan uit moet zien. Daarover zijn ze het niet eens. De AKP van president Erdogan wil een presidentieel systeem, waarin de president meer uitvoerende macht krijgt. Zoiets als ook in Frankrijk en de Verenigde Staten bestaat. Andere partijen zijn daar tegen. Ze zijn bang dat Erdogan die macht zal misbruiken.

Tot voor kort gaf het leger de regering tegengas en dat was allesbehalve democratisch. De legerleiding pleegde een staatsgreep als ze vond dat het een chaos werd in het land of de rol van religie in de politiek te groot werd. Dat gebeurde in 1980 voor het laatst. In 1997 werd er nog mee gedreigd.

Erdogan, de Turkse zonnekoning

Onder de AKP is de rol van het leger drastisch teruggedrongen. Maar er is nog niets voor in de plaats gekomen. Het parlement en het justitieel apparaat zijn nog altijd zwak. De regering, waarin één partij een absolute meerderheid had, kon ongestoord haar gang gaan.

De afgelopen jaren leidde onder meer dat ertoe dat Erdogan zich steeds meer als een soort zonnekoning is gaan gedragen. Hij duldt weinig tegenspraak. Wie hem beledigt, kan daarvoor gemakkelijk in de gevangenis belanden. Justitie wordt daarvoor misbruikt. Zijn taalgebruik werd steeds agressiever. Je bent voor hem en zijn hervormingen, of je bent een tegenstander – en wordt dan gelijk weggezet als terrorist.

Sinds hij in augustus 2014 tot president is gekozen, valt steeds vaker de vergelijking met de Russische president Poetin, die het premierschap en het presidentschap ook heeft afgewisseld om aan de macht te blijven. „Poetin en Erdogan hebben vergelijkbare instincten en een vergelijkbare manier van praten, maar Turkije is Rusland niet”, zegt columnist Akyol. Turkije heeft een veel langere democratische traditie. „Van Poetin verwacht je niet dat hij ooit een verkiezing verliest. Wij staan daar boven.”

De verkiezingsuitslag, waarbij de AKP de absolute meerderheid verloor en de Koerdische partij HDP de hoge kiesdrempel ondanks alles haalde, is een tik op de vingers van president Erdogan. Zijn kiezers slikken niet kritiekloos alles wat hij zegt. Ze hebben zijn partij geen mandaat gegeven om zonder meer de grondwet te wijzigen. Dat moet in overleg met andere partijen.

Leuk vinden de bestuurders van de AKP dat niet. Maar ze accepteren het wel. Erdogan, die in de weken voor de verkiezingen niet van de buis te slaan was, reageerde schriftelijk. Hij prees de hoge opkomst en de toewijding van de Turkse natie aan de democratie. „De keuze van onze natie gaat boven alles”, staat in zijn verklaring. En zo hoort het.