Einde aan fossiele energie is een lastige belofte voor G7

Grote industrielanden willen koolstofvrij worden. Lukt ze dat ook?

Veel kranten drukken vandaag op hun voorpagina deze foto af van de Duitse bondskanselier Merkel en de Amerikaanse president Obama. Het moment is vastgelegd door Michael Kappeler, die namens een ‘pool’ van persfotografen de ontmoeting tussen beide wereldleiders aan de voet van het Wettersteingebergte, mocht registreren. Op sociale media riep de combinatie van de breed gebarende Merkel en het berglandschap bij veel mensen direct associaties op met Maria von Trapp in The Sound of Music.Nrc.next herkende een ander filmpersonage, Robert de Nero als taxichauffer Travis Bickel in Taxi Driveruitroept:„You talkin’ to me?!”
Veel kranten drukken vandaag op hun voorpagina deze foto af van de Duitse bondskanselier Merkel en de Amerikaanse president Obama. Het moment is vastgelegd door Michael Kappeler, die namens een ‘pool’ van persfotografen de ontmoeting tussen beide wereldleiders aan de voet van het Wettersteingebergte, mocht registreren. Op sociale media riep de combinatie van de breed gebarende Merkel en het berglandschap bij veel mensen direct associaties op met Maria von Trapp in The Sound of Music.Nrc.next herkende een ander filmpersonage, Robert de Nero als taxichauffer Travis Bickel in Taxi Driveruitroept:„You talkin’ to me?!” Foto Michael Kappeler / EPA

De leiders van de G7 hebben hun bijeenkomst in Beieren gisteren afgesloten met de belofte om te streven naar een koolstofvrije economie in de loop van deze eeuw. Ze bepleiten via ‘decarbonisation’ te komen tot een „ingrijpende vermindering” van de uistoot van broeikasgassen, die bijdragen aan de opwarming van de aarde.

De leiders van zeven grote industrielanden wijzen nogmaals op de bedreiging die klimaatverandering in hun ogen voor de wereld betekent. Op zichzelf zijn veel van de afspraken in de slotverklaring een bevestiging van wat al in 2009 in Kopenhagen is afgesproken, en daarna jaarlijks op klimaattoppen is herhaald. Namelijk, dat een opwarming van meer dan 2 graden Celsius onwenselijk is. En dat er vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar aan privaat en publiek geld beschikbaar moet komen voor klimaatbeleid in ontwikkelingslanden, vooral in de meest kwetsbare landen.

De G7-leiders – die met hun verklaring extra urgentie geven aan de klimaattop in Parijs, eind van dit jaar – steunen de laatste conclusies van het IPCC. Dit wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties stelt dat tot 2050 een reductie van emissies met 40 tot 70 procent nodig is om onder de gevreesde 2 graden te blijven. De G7 kiest daarbij voor „de hoge kant van de IPCC aanbevelingen”.

Het nieuwe is dat de G7-leiders hun aandacht nu ook concreet richten op olie, gas en steenkool. Deze fossiele brandstoffen zijn verantwoordelijk voor de meeste uitstoot van broeikasgassen. Ze bepleiten innovatieve technologieën die leiden tot „een transitie van de energiesectoren voor 2050”. Ze beloven in eigen land een langetermijnstrategie te ontwikkelen voor een ‘koolstofarme’ economie. En ze zien de noodzaak om voor de uitstoot van broeikasgassen te betalen, via belastingen of emissiehandel.

Een serieuze koolstofprijs

De conclusies van de G7-leiders sluiten aan bij het groeiende maatschappelijk debat over de risico’s van fossiele brandstoffen, zowel voor het klimaat als voor de economie. Het IMF berekende dat het gebruik van fossiele energie jaarlijks zorgt voor een onbetaalde rekening (aan milieuschade, mensenlevens, klimaatopwarming) van 5.600 miljard dollar, 6,5 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product.

Bedrijven als Shell en BP vragen inmiddels om een serieuze koolstofprijs. Unilever schat de extra kosten die het bedrijf nu al moet maken door klimaatverandering op 300 miljoen euro per jaar. Het bedrijfsleven maant politici om duidelijkheid te verschaffen over klimaatbeleid. De G7-leiders lijken die boodschap te hebben begrepen.

Lijken, want de mooie woorden moeten nog wel in daden worden omgezet. En daarvoor blijken vaak toch grote barrières te bestaan.

Zo zijn de meeste rijke landen nauwelijks bereid om kleinschalige klimaatprojecten te financieren in arme landen, ondanks internationale afspraken daarover uit 2007. Van de 151 projecten die ontwikkelingslanden sinds 2013 hebben ingediend, hebben er slechts elf geld ontvangen – voor in totaal 24,5 miljoen euro. Dat blijkt uit cijfers die vanmiddag zijn gepresenteerd op een klimaatconferentie in Bonn door ECN en Ecofys, Nederlandse onderzoekscentra op het gebied van duurzame energie.

Als het al niet lukt om dit soort kleinschalige projecten van de grond te krijgen te krijgen, waarom zou het dan wel lukken om een fonds op te tuigen waarin jaarlijks 100 miljard dollar gestort moet worden?