Een app is eigendom van de bedenker én de maker

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: apps en domeinnamen.

Voor alles is een app. Behalve voor het besturen van kinderdagverblijven. Althans dat stelde de manager van het Leidse Teddy Kids in 2012 vast. En dus ontwierp hij een app voor de crèche. Hij bedacht de functies, verzon de lay-out – een raster met foto’s van de kinderen met knoppen eronder. En ging op zoek naar technische hulp. De app zou roosters, facturen en alle informatie over de kinderen toegankelijk moeten maken. Het web lonkte.

Het (Bulgaarse) softwarebedrijf dat hij in de arm nam, zegde de samenwerking echter op. Het vond Teddy Kids veel te traag en ging liever in zee met anderen die (wel) vonden dat de app ‘e-Kidz’ rijp was voor de markt. Teddy Kids kon kortig krijgen op het gebruik maken van de app, maar dat was het wel. De software werd vast verhuisd naar servers in Bulgarije. Is de initiatiefnemer zijn app kwijt?

Van wie is de app eigenlijk – van degene die haar bedacht of die haar maakte? De rechter oordeelt dat de gebruiksfuncties los kunnen worden gezien van de software. De manager heeft een eigen auteursrecht op zijn schets van lay-out, de knoppen en zijn ideeën over wat de app moet kunnen. De rechter vindt zo’n app een „combinatie van werken”. De Bulgaren die de broncode schreven, hebben op hun deel een eigen auteursrecht. Zij waren vrij in hun technische keuzes om de app te laten werken, zoals afgesproken.

Om de markt te veroveren hebben de partners dus elkaars toestemming nodig. Door de app aan nieuwe zakenpartners te geven, pleegde de ontwikkelaar inbreuk op de rechten van de bedenker. Dat is onrechtmatig, oordeelt de rechter. Bovendien waren de Bulgaren verplicht hun afspraak met Teddy Kids na te komen en de app helemaal af te maken. Teddy Kids krijgt dus grotendeels gelijk. De Bulgaren zijn teruggefloten. Alleen: de software blijft van hen.