De les is juist: negeer die regels eens

Oorlogsdrama’s als in Srebrenica laten zich niet in procedures vangen, meent Yaël Vinckx.

Passen we de lessen van Joris Voorhoeve toe, dan kan ‘Srebrenica’ zo weer gebeuren. Want het komt niet neer op afspraken en procedures, maar op het doortastend optreden van de mensen ter plekke. Die moeten dat dan wel mogen – en ook doen.

We lopen Voorhoeves aanbevelingen na. Er wordt overlegd, in de Veiligheidsraad en elders. Er wordt geruzied over een veto. Dat kost tijd. Intussen vinden duizenden mensen de dood. Er komen afspraken. Maar die worden ten tijde van oorlog zelden nageleefd. Een luchtbrug wordt opengesteld. De agressor, die de vliegtuigen met hulpgoederen bestookt, mag nu worden uitgeschakeld. Maar wat doen we, als de vijand zijn luchtafweergeschut met een menselijk schild ‘beschermt’?

Punt vier. ‘De internationale leiding pleegt nauw overleg met representatieve vertegenwoordigers van de bevolking’. Maar wie vertegenwoordigt wie? En vooral, wie bepaalt dat? De internationale gemeenschap wil zaken doen met de overgebleven weldenkende intellectuelen in het gebied. Met hen kunnen ze praten. De bevolking zal, al dan niet daartoe gedwongen, de sterkste man naar voren schuiven. Dan kom je toch bij de plaatselijke warlord uit. In het geval van Srebrenica bij Naser Oric, ook wel bekend als ‘De sherif van Srebrenica’. In 2008 werd hij veroordeeld door het Joegoslavië Tribunaal.

Punt vijf. ‘Ingezetenen worden ontwapend (…) Van alle personen en voertuigen die het gebied binnengaan worden de wapens ingenomen.’ Oorlogen spelen zich zelden af op de geasfalteerde weg. Srebrenica ligt in een vallei, aan het eind van een doodlopende weg. Die weg kon Dutchbat controleren. Dat gold echter niet voor de heuvels rond het stadje, waar de Bosnische moslims en – Serviërs al van kindsaf aan speelden, maar waar de Nederlandse militairen heg noch steg wisten.

Punt zes: ‘Civiele installaties van de agressor worden alleen aangevallen na herhaalde waarschuwing en ’s nachts, om het aantal ‘collaterale’ slachtoffers tot een minimum te beperken.’ O wacht, u gaat onze bruggen aanvallen? Goed dat u waarschuwt, dan halen wij eerst de VN-soldaten, vastgebonden aan lantaarnpalen, weg.

Hebben we dan niets geleerd van Srebrenica? Natuurlijk wel. We hebben geleerd dat een halfzacht mandaat niets oplevert. Dat we moeten afschrikken, geweld met geweld moeten beantwoorden; escalatiedominantie, zoals Voorhoeve dat zo omfloerst noemt.

We hebben ook geleerd dat er een diepe kloof is tussen hen die de beslissingen nemen en hen die ze uitvoeren. Het kan nog zo mooi worden voorgesteld in de vergaderruimtes van de VN in New York of elders, maar een oorlog wordt op de grond uitgevochten. De mannen en vrouwen daar moeten kúnnen doen wat ze moeten doen. Daarin dragen zij zelf ook verantwoordelijkheid. En hebben zij een keus – de commandant te velde voorop. Zelfs met een pistool op zijn borst kan hij weigeren het glas te heffen met de vijand.

Een oorlog laat zich niet vangen in procedures. Een oorlog is niet schoon en niet voorspelbaar. Dat vraagt om verantwoordelijke, intelligente mannen en vrouwen die de moed hebben om op te staan en tegen procedures in te gaan. Dat is nodig, want een oorlog is onvoorstelbaar smerig – wat alle politici en spindoctors ons ook willen doen geloven.