Wereldberoemd in een onbekende discipline

Het NK endurance: 160 kilometer op een paard door de bossen. Een ware slijtageslag voor paard en ruiter, waar veel water en ijszakken aan te pas komen.

Ruiters in actie tijdens het Nederlands kampioenschap endurance afgelopen zaterdag in Ermelo. Foto eric brinkhorst
Ruiters in actie tijdens het Nederlands kampioenschap endurance afgelopen zaterdag in Ermelo. Foto eric brinkhorst

Terwijl haar paard door vijf mensen wordt verzorgd, ploft Joyce van den Berg neer op een campingstoel. De 22-jarige amazone heeft deze zaterdag al 140 kilometer gereden op Acca en neemt een flinke hap van een koude pannenkoek. „Het is zo spannend, kan iemand anders niet de laatste ronde rijden?”, zegt de Leidse met een lach. Van den Berg moet nog twintig kilometer doorstaan om daadwerkelijk Nederlands kampioen endurance te worden.

Het is een vrij onbekende discipline in de paardensport. Endurance, dat staat voor uithouding, is een soort marathon voor paard en ruiter. De wedstrijd gaat over 160 kilometer, door de bossen rondom het Gelderse Ermelo. Vanaf ’s ochtends half zes rijden de combinaties al over de Veluwe.

Nederlandse topamazones

De sport wordt wereldwijd gedomineerd door sjeiks uit het Midden-Oosten, die veel invloed hebben binnen de endurance. Daar zit het geld. In de woestijn prijken overal billboards van de kampioenen. Bovendien zijn de arabieren (paardenras) de Kenianen en Ethiopiërs van deze sport. Toch zijn er twee Nederlandse amazones die zich kunnen meten met de wereldtop.

Van den Berg, op de Wereldruiterspelen in 2014 nog negende, en haar vriendin en vicewereldkampioen Marijke Visser maken de laatste jaren naam binnen de paardensport. Iedereen in Ermelo herkent het duo en wenst ze succes. Vaak hebben de meiden geen idee wie tegen hen praat, maar ze lachen er vrolijk om. „Ze zijn echt beroemd”, zegt een familielid trots.

Op bepaalde plekken langs de route staan teamgenoten die het paard voorzien van drinkwater. Het is namelijk een slijtageslag onder de brandende zon. Om te koelen, worden emmers met water over de paarden gegooid. Alles staat in het teken van het paard. Zeker omdat de karrenvrachten met kritiek een sluier werpen over deze sport.

Critici spreken zelfs van dierenmishandeling. Wordt er te veel gevraagd van de paarden? Het is eenvoudig te zien of het dier plezier heeft. De oren zijn dan gespitst en staan naar voren. De wedstrijd staat onder streng toezicht van onafhankelijke dierenartsen. De combinaties rijden lussen en na ongeveer anderhalf uur komen ze weer terug op het hippisch centrum van de paardensportbond KNHS. Daar beoordelen drie artsen of het paard nog fit genoeg is om verder te rijden. Het dier komt met een hartslag van boven de honderd slagen per minuut binnen, maar de verplichte rusttijd van vijftig minuten gaat pas in als de hartslag onder de 64 slagen is. Als het dier ook maar iets mankeert, wordt hij uit de wedstrijd gehaald.

Van den Berg is als een Formule 1-coureur in de pitstop overgeleverd aan haar begeleiders. Waar bij de bolides de banden worden vervangen, worden bij de paarden zakken met ijs om de benen gedaan. Haar schimmel Acca eet hooi en wortels als hij aan alle kanten wordt gemasseerd. Ondertussen wordt de tactiek voor de laatste lus van twintig kilometer besproken. Van den Berg heeft een achterstand van twee minuten goed te maken. Natuurlijk is de fitheid van het paard van belang, maar de kennis van de ruiter kan ook doorslaggevend zijn. „Acca drinkt niet in de laatste ronde”, zegt Van den Berg tegen haar vader Jos. „Daarom hoeven we niet te proberen om tussendoor een drinkpauze te nemen. We winnen tijd als ik gewoon doorrijd.”

En zo gaat het. Van den Berg maakt de achterstand op haar concurrente Melisa Huijsman goed en wint na een bloedstollende eindsprint het Nederlands kampioenschap. Ze finisht uiteindelijk na acht uur en 46 minuten paardrijden. Dat betekent een gemiddelde snelheid van ruim 18 kilometer per uur over de gehele dag. Op een fiets is dat flink doortrappen. In de laatste kilometers geeft het gps-horloge van Van den Berg zelfs veertig kilometer per uur aan. Een snelheid die alleen is weggelegd voor geoefende wielrenners.

Eerst even naar Acca

De kersverse kampioene wordt omhelst en geknuffeld door familie en vrienden. Het is haar eerste Nederlandse titel en Van den Berg weet niet wat haar overkomt. „Jongens, mag ik eerst naar mijn paard toe?”, vraagt ze voorzichtig. Acca is al op stal gezet voor een dopingcontrole. Als ze is uitgeknuffeld gaat haar telefoon. Het is haar broer. „Hij belt nooit na een wedstrijd”, zegt de blonde amazone glunderend. „Hij wilde me nu toch even feliciteren. Ik ben ontzettend trots. Ik train ongeveer 25 uur per week voor zulke wedstrijden. Bovendien werk ik nog ruim twintig uur, om deze dure hobby überhaupt te kunnen betalen. Natuurlijk heb ik wel sponsoren, maar het is mijn passie en die kost geld.”

Door haar prestatie is Van den Berg, net als haar vriendin Visser die de 120 kilometer wint, gekwalificeerd voor het Europees kampioenschap in september. De in België wonende Visser wilde geen risico’s nemen met haar eigen paard Laiza de Jalima. Alles draait voor de Nederlanders nu om het EK in Slowakije. Daar willen ze pieken. Daarom mogen de paarden nu op vakantie. In de wei.