Wat hebben steekpenningen met steken te maken?

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Waar komt het woord steekpenning vandaan? Werd er van oorsprong ergens iets in gestoken en zo ja, waarin dan?

De vraag wordt vanzelfsprekend ingegeven door de actualiteit. Sepp Blatter en de FIFA domineerden de afgelopen week het wereldnieuws. Er werden nieuwsuitzendingen onderbroken en ingelast. Nooit eerder zal er wereldwijd zoveel aandacht zijn besteed aan de voorzitter van een sportbond. Sleutelwoorden: corruptie en steekpenningen.

Steekpenning is een oud woord. Het is al te vinden in een handschrift uit 1437, in de vorm steecpenninc.

Aanvankelijk had het drie betekenissen, die ook nu nog in de Grote Van Dale staan. De oudste betekenis is ‘geld waarmee men iemands gunst koopt of hem omkoopt’. In die betekenis vinden we het woord vrijwel alleen in het meervoud; je moet ook wel heel arm zijn om je te laten omkopen met één steekpenning.

Steekpenning werd aanvankelijk ook gebruikt voor ‘aalmoes’ of ‘fooi’. In die betekenis komt het, u raadt het al, heel vaak in het enkelvoud voor.

De laatste betekenis is ‘handgeld’. Bij het afsluiten van een koop- of huurcontract was het lang gebruikelijk om iemand onderhands een bedrag te geven. Ook hierbij sprak men lang van steekpenningen.

Wat is in deze samenstelling de betekenis van steek? Daarover bestaat verschil van mening. Sommige taalkundigen leggen een verband met steken in de betekenis ‘stoppen, duwen’, namelijk: iemand een muntstuk in de hand stoppen. Andere verwijzen naar besteken, een verouderd woord voor ‘iemand iets inblazen, door listige woorden heimelijk voor zich winnen’. Zij leggen een verband met het Duitse bestechen, dat ‘omkopen’ betekent.

Het woord steekpenning komt dus al sinds de Middeleeuwen in het Nederlands voor. Het is interessant om te zien in welke context het in oude bronnen wordt gebruikt. Zo is in de oudste bron – dat middeleeuwse handschrift – sprake van arme onderdanen die dreigen om iemand bij hun heer zwart te maken, tenzij zij ‘enen steecpenninc’ krijgen. Regelrechte chantage dus.

We lezen over schippers, stuurlieden en rechters die steekpenningen aannemen. Het is, zo meldt een tekst uit 1666, „van onbedorven Rechters [een] plicht heymelijcke aendragingen niet aen te neemen”. Een plicht die kennelijk vaak werd verzaakt, anders zou er niet met nadruk op worden gewezen.

Verrassend vond ik dat ook dienstmeiden geregeld steekpenningen ontvingen. In De Besteedster van Meisjes en Minnemoers, of School voor de Dienstmeiden uit 1692 lezen we dat dienstmeiden een aardig centje konden bijverdienen door „steekpenningen voor boodschappen en brieven” in ontvangst te nemen. Zij moesten er dan bijvoorbeeld voor zorgen dat een geparfumeerde liefdesbrief op het juiste hoofdkussen terechtkwam. Of dat geheime afspraken werden doorgegeven.

Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal kon steekpenning zelfs een erotische betekenis hebben. Als voorbeeld citeert dit wetenschappelijke woordenboek een zinnetje uit een toneelstuk uit het begin van de 17de eeuw. Hierin staat dat de meeste vrouwen niet „zo happig” zijn om de „Staikpennink van heur Man” te delen. De erotische lading zit hier, het zal duidelijk zijn, meer in steken of steekpen dan in penning.