Twintig titels maar nooit tevreden

Serena Williams verslaat Lucie Sáfarová en nadert Steffi Graf tot op twee grandslamzeges.

Serena Williams toont haar emoties tijdens de gewonnen finale op Roland Garros: „Ik werd zo kwaad op mezelf, omdat ik de wedstrijd nog bijna uit handen gaf.”
Serena Williams toont haar emoties tijdens de gewonnen finale op Roland Garros: „Ik werd zo kwaad op mezelf, omdat ik de wedstrijd nog bijna uit handen gaf.” Foto Kenzo Tribouillard/AFP

Daar staat ze zomaar weer met 2-0 achter in de derde set. Serena Williams grauwt tegen zichzelf, tegen de hele wereld. Twintig minuten eerder leek de finale tegen Lucie Sáfarová gladjes gewonnen: 6-3 in de eerste, 4-1 voorsprong in de tweede set, twee breaks bovendien. En dan toch nog verliezen?

Meer dan een week is ze al ziek in Parijs. Ze kroop een paar keer door het oog van de naald, had vier keer drie sets nodig om alsnog te winnen. Nu laat haar sterkste wapen, de service, haar plotseling in de steek. Steeds beter speelt Sáfarová, die nauwelijks fouten maakt. En wat doet Williams? Ze vecht. En wint, alsnog.

„Ik raakte zo gefrustreerd”, verklaarde de 33-jarige nummer één van de wereld na afloop van de finale, die ze met 6-3, 6-7 en 6-2 in haar voordeel ombuigt. Ze klinkt schor, moet af en toe hoesten. De dag voor de finale kon ze niet eens trainen, zo ziek was ze.

En toch weer de eindzege op Roland Garros, haar derde na 2002 en 2013. Haar twintigste grandslamtitel in totaal. Maar wat moest ze er zaterdag diep voor gaan. „Ik werd zo kwaad op mezelf omdat ik de wedstrijd nog bijna uit handen gaf”, keek Williams terug. „Ik moest en zou het beste in mezelf naar boven halen.” Als dat lukt, is bijna zestien jaar na haar eerste grandslamzege nog altijd niemand opgewassen tegen haar powertennis.

Steffi Graf

Slechts twee speelsters wonnen ooit meer grandslamtoernooien in het enkelspel: de Australische Margaret Smith-Court kwam tussen 1960 en 1973 tot 24 titels, Steffi Graf was 22 keer de sterkste op de meest prestigieuze toernooien van 1987 tot 1999. Cijfermatig is de kans groot dat Serena Williams de Duitse passeert. Van verzadiging lijkt geen sprake. Sinds de US Open van vorig jaar won ze bij de grandslams 21 partijen op rij. Als eerste sinds Jennifer Capriati in 2001 haalt ze de dubbel Australian Open en Roland Garros. Dit jaar is haar totaalscore tot nu toe 32 zeges tegen één enkele nederlaag.

En de grandslamtoernooien op haar beste baansoorten moeten nog komen. Een zesde titel op het gras van Wimbledon, een zevende op het hardcourt van de US Open, haar eerste grandslam binnen één kalenderjaar? „Waarom niet”, antwoordde haar coach Patrick Mouratoglou na de winst in Parijs. „Dat is misschien het allermoeilijkste wat er is in tennis. Maar het is niet onmogelijk.” Want meer nog dan de cijfers spreekt de onverzettelijke instelling van Williams op de baan. Niemand heeft een grotere hekel aan verliezen dan zij.

Chagrijnig en sloom begint Serena aan haar 24ste grandslamfinale. Om maar te benadrukken dat tennissen met een virus onder de leden geen pretje is, al schijnt de zon en bedraagt de hoofdprijs 1.800.000 euro. Al na het inspelen verdwijnt ze even in de kleedkamer, in de eerste games beweegt ze net zo matig als eerdere wedstrijden dit toernooi. Haar beste tennis speelt ze zelden. Een machtige service en return staan garant voor voldoende punten. Die tweede game in de tweede set: ace van 188 kilometer per uur, dan eentje van 202 en nog twee halve aces van 202 en 186. Game Williams.

Geen vrouw slaat harder. Zeker Sáfarová niet, die haar eerste grandslamfinale nerveus begint. Minder dan drie slagen duurt de gemiddelde rally. Williams wordt er zowaar af en toe een beetje vrolijk van. Een juichkreet na het winnen van de eerste set, twee handen in de lucht na een mooi punt, een vreugdesprongetje als ze bijna op 5-1 komt in de tweede. Bijna. Want ineens stokt het servicekanon. In plaats daarvan steeds meer dubbele fouten.

Kwetsbaarheid

„I choked”, lijken haar lippen te zeggen als ze direct na de partij lachend klaar staat voor een eerste interview met de voormalige Franse topspeler Cédric Pioline. Zelfs de allerbesten verliezen soms de strijd met de zenuwen, al laten ze tekenen van kwetsbaarheid liever niet blijken. Liefst 25 unforced errors slaat de nummer één van de wereld in de tweede set.

In de catacomben staat alles en iedereen al klaar voor de huldigingsceremonie. Ze kunnen weer gaan zitten. De solide Sáfarová begint beter en beter te spelen en wint overtuigend met 7-2 de tiebreak van de tweede set. De 28-jarige Tsjechische, uit de beroemde tennisschool van Prostejov, lijkt de partij in haar voordeel om te buigen.

Maar Serena Williams en verliezen? In haar autobiografie ‘Queen of the Court’ vertelde ze in 2009 eerlijk hoe ze als jeugdspeelster ooit een kansloze 5-2 achterstand wegwerkte in een wedstrijd zonder umpire. Toen haar tegenstandster vroeg hoeveel het stond, antwoordde Williams met een stalen gezicht dat het 5-2 voor haar was. Winnen was overleven in de achterbuurten van Los Angeles, waar ze opgroeide met haar vier zussen.

Dus schreeuwt ze bij een achterstand van 2-0 in de derde set het hele Court Philippe Chatrier bij elkaar. Een waarschuwing van de scheidsrechter? Wat zou het. Winnen, ten koste van alles. Vergeet die ziekte, die goede tegenstander, de service die niet loopt. Overleven. Desnoods pakt ze strompelend op de baseline haar racket over van de rechter- naar de zwakke linkerhand. Ze moet en zal het punt maken. En nog een, en nog een, zes games op rij. Tevreden na haar twintigste grandslamtitel? „Ik wil helemaal niet tevreden zijn. Ik wil doorgaan.”