‘Tweede Kamer is steeds buiten besluitvorming gehouden rond HSL’

Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie Arie Slob voor de parlementaire enquêtecommissie Fyra.
Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie Arie Slob voor de parlementaire enquêtecommissie Fyra. Foto ANP/Martijn Beekman

Opeenvolgende kabinetten hebben vanaf 2002 geprobeerd om de Tweede Kamer zoveel mogelijk buiten de besluitvorming over de hogesnelheidslijn van Amsterdam naar Brussel te houden. Informatie werd mondjesmaat of helemaal niet verstrekt. Dat zei het Tweede Kamerlid Arie Slob in zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie Fyra vandaag.

Als individuele parlementariërs een eigen koers probeerden te varen en een meerderheid achter zich dreigden te krijgen, werd het debat ‘Chefsache’ en opgetild naar partijpolitiek en coalitieniveau getuigde Slob.

Slob was ook lid van de parlementaire onderzoekscommissie Infrastructurele Projecten die in 2004 onder meer onderzoek deed naar de aanleg van de hogesnelheidslijn van Amsterdam naar Parijs en daarna woordvoerder voor de ChristenUnie over openbaar vervoer en verkeer.

Volgens het Kamerlid was het intern bij de onderzoekscommissie Infrastructurele Projecten bekend dat het kabinet het parlement indertijd beschouwde als ‘risico voor budgetbeheer’ en daar ook naar handelde. Slob noemde als voorbeeld de begroting 2002 van toenmalig minister Netelenbos. Daarin stonden financiële tegenvallers voor de hogesnelheidslijn vermeld van in het totaal 985 miljoen euro voor de hogesnelheidslijn. Volgens Slob verstopt, ergens achterin de begrotingsstukken.

‘Moties werden weggemoffeld’

De minister zelf vond dat bedrag niet iets waar ze specifiek aandacht aan moest besteden. “De informatieoverdracht was altijd omfloerst”, aldus Slob. Scherpe moties werden volgens hem altijd ‘weggemoffeld’. Zoals een motie in 2007, waarin de Kamer het kabinet wilde opdragen om opnieuw te heronderhandelen met NS over een nieuwe concessie.

“Dat soort moties waren kansloos. Het werd op het allerhoogste coalitieniveau afgekaart.”

Het advies van de onderzoekscommissie Infrastructurele Projecten, in 2005, waarin gepleit werd voor een cultuuromslag in de manier waarop het kabinet kritisch bejegend wordt, kreeg volgens Slob in de jaren daarna weinig gevolg. Vanuit het Kabinet is zelfs geprobeerd om de huidige parlementaire enquetecommissie Fyra te voorkomen.

Vergaderingen in beslotenheid

Volgens Slob werd er daarna zo vaak in beslotenheid met het kabinet vergaderd, dat het nauwelijks meer mogelijk was om in het openbaar inhoudelijk met de minister te discussièren.

“Ik heb gemerkt dat bij dit soort dossiers het lastig is voor de Tweede Kamer om adequaat te functioneren. Dat voel je en dat weet je. Bij dit soort projecten moet er op voorhand worden geïnvesteerd in de positie van de Tweede Kamer.”

Volgens Slob was het HSL-dossier een strijd op ministeries en coalitiepartijen, vooral PvdA en VVD. Een strijd die de VVD vaak won, maar vaak werd afgedekt en dat ging zo door in de Tweede Kamer. “Dat heeft in dit dossier veel schade aangericht en geld gekost.” Volgens Slob is het HSL-dossier mede daardoor uitgelopen op een opeenstapeling van drama’s.

“Met aan het einde een échte wanvertoning. Dat werd toen zichtbaar voor alle Nederlanders.”