Schepper in een superploeg

Barcelona is voor de vierde keer in tien jaar de beste club van Europa. Lionel Messi dicteert, de rest volgt.

Lionel Messi was tijdens de finale Champions League met 99 balcontacten het vaakst van iedereen aan de bal. RechtsJuventus-verdediger Leonardo Bonucci.
Lionel Messi was tijdens de finale Champions League met 99 balcontacten het vaakst van iedereen aan de bal. RechtsJuventus-verdediger Leonardo Bonucci.

De rode gloed van de avondzon valt rond acht uur ’s avonds op de oosttribune van het Olympiastadion in Berlijn. ‘Messi, Messi!’, klinkt de langgerekte roep van de Catalaanse cules, de Barça-supporters uitgedost in de primaire kleuren blauw, geel en rood. Hun armen geheven als aanbidders van een hogere macht. Voetbal is een religie, mocht FIFA-baas Sepp Blatter graag verkondigen, en daarvan lijkt de verering van mensenkind Messi de meest tastbare vorm.

Tweeënhalf uur later is het Barcelona van Messi voor de vierde keer in tien jaar de beste van Europa. Fenomenale prestatie in een periode waarin geen enkele andere club ook maar twee keer de Champions League wist te winnen. Barça verhief het Europese clubvoetbal en daarvan is Messi de personificatie. Barcelona is Messi is Barcelona.

De Champions League-finale in Berlijn is 2 minuut en 37 seconden bezig als Messi, wandelend tot dan toe, voor het eerst uit zijn binnenwereld treedt. Dreigen naar voren, maar toch het tikje terug. Dertig seconden later rolt de bal van voet tot voet over het veld zoals dat bij Barcelona gebruikelijk is: tergend. Tot Messi weer aan de beurt komt en uit stand linksback Jordi Alba met een afgemeten trap over veertig meter richting achterlijn stuurt. De verdediging van Juventus met één veeg van Messi’s wreef ontmanteld.

En dan gaat het ineens hard: via Neymar en Andrés Iniesta combineert Barca in een ijl tempo tot bij Ivan Rakitic: 1-0. Messi is dan twee keer aan de bal geweest. Van niets en uit het niets schept hij deze ‘game changers’, zo ontzagwekkend vaak. Neem de halve finale tegen Bayern München, toen hij het op een gegeven moment wel best leek te vinden en de Duitse supermacht openspleet.

Vijfde balcontact in de finale, weer zo’n diagonale pass, nu op Neymar. Hand van Juve’s Stephan Lichtsteiner tegen de bal, maar geen penalty. Zo een keer per minuut, gemiddeld dan, bemoeit Messi zich met het spel. Dat lijkt niet veel, maar hij heeft wel het vaakst van iedereen (99 keer) de bal. Niet alles is veertien karaats. Tikje zus, tikje zo, balletjes breed en terug.

Twaalfde balcontact: weer zo’n haarscherpe crosspass op Neymar, die een teenlengte tekort komt om Buffon op de proef te stellen. Met zijn 28ste balcontac probeert hij de grote Andrea Pirlo te dollen aan de zijlijn. Zijn 41ste actie wordt handhandig afgebroken met een tackle van Pogba. Gele kaart voor de Fransman. Weinigen durven het aan, de botte bijl tegen Messi. Heeft dat zin?

De eerste Messi-rush van de finale, bij zijn 47ste keer aan de bal, is vakwerk. Handig, controle over die situatie, langs twee man tot diep in de zestien waar hij de bal eigenhandig over de achterlijn werkt. Hij heeft een versnelling, zo berekende ESPN, die kan tippen aan de acceleratie van de snelste running back in het American Football. Alleen heeft die dus de bal in de arm, niet aan de voet.

Scheidsrechter Cüneyt Çakir fluit voor de rust. Tussen de dugouts door wandelt Messi richting kleedkamer. Hij was eerder in het Olympiastadion, tijdens het WK in 2006, als negentienjarige bankzitter tijdens de verloren kwartfinale van Argentinië tegen Duitsland. Hij deed zijn voetbalschoenen al uit toen hij doorhad dat hij niet zou gaan invallen. Werd hem in Argentinië niet in dank afgenomen.

Het verhaal is bekend: op zijn dertiende vertrokken naar Barcelona. Kon voor wereldkampioen Spanje uitkomen, maar koos Argentinië en daarmee werd hij bijna wereldkampioen, afgelopen zomer. Maar voor titels moet hij het van zijn wonderploeg hebben, Barcelona. Luis Enrique, in zijn eerste jaar als hoofdcoach van Barcelona, kanaliseerde de ongekende vaardigheden in de selectie dit seizoen weer tot een superploeg.

De drie-eenheid ‘MSN’ zette een nieuwe standaard: Messi, Suárez, Neymar. Gedrieën komen ze na rust het veld op. Messi dicteert, zij volgen zijn ingevingen. Balcontact 51, 52, 53 horen bij een ingenieus opgezette dubbele eentwee met Neymar en Suárez. Het schot van Messi gaat via een Juve-been rakelings over.

Barcelona knijpt langzaam de lucht uit Juventus, zoals de ploeg zo graag tegenstanders uitput. Maar Juve blijkt fit genoeg. En inventief. Álvaro Morata trekt de stand zelfs gelijk. Messi’s hand gaat door het korte haar, zorgelijk. Barcelona wankelt dan, maar net als Juventus (ook) een penalty wordt ontzegd krijgt Messi de bal op het middenveld mee van Rakitic.

Hij ontwikkelt met zijn korte pasjes enorme snelheid. Andrea Barzagli wordt voorbijgelopen en valt om. Messi haalt uit, vol venijn zoals hij dat kan. Doelman Buffon redt, maar Suárez heeft de rebound voor het binnenwerken: 2-1. Feest op de blauwe sintelbaan rond het veld, de tienduizenden cules in extase. Weer een prijs. Het was even minder met Barcelona. En met Messi trouwens, die het vorig seizoen een kwakkeljaar kende, gemeten naar zijn maniakale maatstaven.

Terugwandelend naar zijn eigen helft krijgt hij in het voorbijgaan een handje Buffon. Juventus moet nu komen, maar Barcelona is in de counter meedogenloos. Neymars kopgoal wordt nog afgekeurd, er zit namelijk wat arm bij. Maar diep in blessuretijd, in een counter met Messi’s laatste balcontact, maakt Neymar alsnog de 3-1.

Respect alom, ook van het zwartwitte deel van het publiek. Pirlo, tot tranen bewogen na de nederlaag, applaudiseert. Voor Barcelona, voor Messi. Inmiddels zit zijn voetballeven er voor pakweg tweederde op: 27 jaar oud is hij nu. De vijfde Gouden Bal kan Messi niet meer ontgaan; niemand won er ooit meer dan drie. De allerbeste ooit? Die discussie over Messi is er nog amper. Interessant is ook niet de vraag of er ooit al eens één was als hij. Interessanter is de vraag of er ooit nog zo een zal komen.