NS-directie hield vertrouwen in slagen Fyra

Merel van Vroonhoven, voormalig directielid van de NS, verscheen vanochtend voor de parlementaire enquetecommissie Fyra.
Merel van Vroonhoven, voormalig directielid van de NS, verscheen vanochtend voor de parlementaire enquetecommissie Fyra. Foto ANP / Martijn Beekman

De NS-directie had tot aan de start van de commerciële dienstregeling van de Fyra tussen Amsterdam en Brussel, in december 2012, vertrouwen in de trein. In de loop van 2012 waren er veel signalen dat de V250-trein van fabrikant AnsaldoBreda uit Italië onbetrouwbaar was, maar voor de NS-directie waren die signalen onvoldoende overtuigend. “Geen van de twaalf instanties die bij het keuren en toelaten van de trein was betrokken hees de rode vlag.”

Dat zei Merel van Vroonhoven vanochtend tijdens haar verhoor door de parlementaire enquêtecommissie over de Fyra. Van Vroonhoven, nu bestuursvoorzitter van Autoriteit Financiële Markten, was lid van de NS-directie van augustus 2009 tot april 2014 en namens NS aandeelhouder van HSA, de NS-dochter die de Fyra exploiteerde en verantwoordelijk was voor het vervoer.

‘Het was zwaar, maar haalbaar’

Volgens Van Vroonhoven was het voor alle betrokkenen duidelijk dat ingebruikname van de trein, die door AnsaldoBreda vijf jaar later werd geleverd dan gepland, moeilijk zou worden. Met allerlei extra maatregelen – frequentie van 16 keer naar 10 keer per dag, extra storings- en onderhoudsploegen, reservetreinen – zou het echter wel lukken, was de overtuiging. Van Vroonhoven: “Het was zwaar, maar haalbaar.” Omdat directeuren van verschillende bedrijfsonderdelen van NS dat lieten weten, achtte de NS-top het verantwoord om de trein per eind 2012 in gebruik te nemen.

Ingebruiknameadviezen van HSA met daarin ernstige twijfels over de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de trein had Van Vroonhoven nooit ontvangen. “Die heb ik pas achteraf gezien.” Ook de informatie over de losgeslagen bodemplaat, directe aanleiding voor het uit de dienst halen van de Fyra in januari 2013, bereikte haar pas twee dagen nadat het was gebeurd.

‘Iedereen had aan noodrem kunnen trekken’

Commissievoorzitter Van Toorenburg concludeerde dat allerlei waarschuwingssignalen de NS-directie in de loop van 2012 niet hebben bereikt. Mogelijk dachten betrokkenen binnen NS dat stoppen met de Fyra geen optie meer was, en trokken ze daarom niet aan de noodrem, suggereerde Van Toorenburg. “Het beeld was: we kunnen niet terug.” Van Vroonhoven ontkende dat. “Iedereen had aan de noodrem kunnen trekken.”

Van Vroonhoven legt de schuld van het debacle vooral bij AnsaldoBreda: “Het is nooit eerder gebeurd dat een leverancier zo-niet heeft geleverd.” De les die NS volgens haar heeft geleerd is dat ze bij ingebruikname van een nieuwe trein altijd een alternatief achter de hand moeten hebben. “We hielden geen rekening met het ondenkbare scenario dat de trein helemaal niet zou rijden.”

Donderdag verschijnt Van Vroonhoven nog een keer voor de commissie. Dan gaat het over het stopzetten van de Fyra in 2013 en het alternatieve vervoer.