Nette kerel in een foute partij of wolf in schaapskleren?

Fractievoorzitter Die Linke

Ooit was hij advocaat in de DDR. Nu leidt hij de oppositie in het Duitse parlement.

Lang hield hij zijn partij en eigenlijk de hele Berlijnse politieke binnenwereld in spanning: zou Gregor Gysi (67) op het partijcongres van Die Linke gisteren in Bielefeld zijn terugtreden aankondigen, of toch niet? Gysi is al tien jaar partijleider, en sinds de laatste verkiezingen in 2012 ook oppositieleider. Hij heeft zijn partij – die geldt als de erfgenaam van de SED, de communistische partij van de DDR – salonfähig gemaakt met name in West-Duitsland.

Al sinds 2004, toen Die Linke nog Partei des Demokratischen Sozialismus (PDS) heette, speelde Gysi publiekelijk met de gedachte het rustiger aan te doen. Destijds was de welbespraakte advocaat en zoon van DDR-minister Klaus Gysi net getroffen door drie hartinfarcten en onderging hij een hersenoperatie aan een aneurysma. In plaats van rustiger aan te doen, werd hij fractievoorzitter van de nieuwe partij Die Linke. Die ontstond door een fusie van de uitgetreden linkervleugel van de sociaal-democratische SPD en de PDS.

Gysi viel gisteren met de deur in huis: „Dit is de laatste keer dat ik hier het woord voer als fractievoorzitter.” Hij verklaarde dat hij zich in oktober niet meer beschikbaar stelt voor het fractievoorzitterschap. Hij blijft, tot opluchting van zijn partijgenoten, vooralsnog wel in de Bondsdag. Mogelijk is zijn terugtreden het gevolg van een interne deal met zijn kroonprinses Sahra Wagenknecht. Volgend jaar besluit hij of hij zich verkiesbaar stelt voor de verkiezingen van 2017.

Voor de Bondsdag is het mogelijke vertrek van de charmante partleider een verlies. Debatten zijn door het optreden van de zogeheten Grote Coalitie tussen de christen-democratische CDU/CSU en de SPD vaak bloedeloos, omdat alle politieke tegenstellingen worden uitgevochten tijdens besloten bijeenkomsten, zogeheten Klausurtagungen. Bij debatten kijkt iedereen uit naar het optreden van Gysi. Hij slaagt er vaak in tijdens zijn scherpe maar met humor gekruide bijdragen de compromissen van de coalitie open te krabben.

In zijn rede tot zijn partijgenoten zei Gysi gisteren dat hij vooral in de eerste jaren van zijn politieke leven óf werd aanbeden óf gehaat. „Dat was allebei vermoeiend. De haat omdat ik die afkeuring niet begreep. Maar diepe genegenheid was nog erger, omdat ik wist dat ik alle wensen van mensen die mij zo vurig steunden niet kon vervullen. En het deed me pijn de mensen te moeten teleurstellen.”

De haat tegen Gysi heeft te maken met zijn deels Joodse afkomst en met verdachtmakingen dat hij als advocaat in de DDR zou gewerkt hebben als informant van de Stasi, de staatsveiligheidsdienst. Door de jaren heen heeft Gysi de vele processen tegen personen en organisaties die hem daarvan beschuldigden gewonnen. Politieke tegenstanders beschouwen hem als een wolf in schaapskleren. Anderen betitelen hem als een nette kerel in een foute partij.

Gysi probeerde gisteren zelf te zeggen wat zijn verdienste is voor de partij. „Ik geloof dat ik in ieder geval heb bijgedragen tot het toegenomen respect voor Die Linke.”