Messi en co flikken het weer

Op zijn dertiende vertrok Messi naar Barcelona. Zaterdag werd zijn Barça voor de vierde keer in tien jaar de beste van Europa. Een fenomenale prestatie.

Het supertrio ‘MSN’ van Barcelona – Lionel Messi (midden), Luis Suárez (links) en Neymar – poseert met de beker na het winnen van de finale. Foto AP/Frank Augstein
Het supertrio ‘MSN’ van Barcelona – Lionel Messi (midden), Luis Suárez (links) en Neymar – poseert met de beker na het winnen van de finale. Foto AP/Frank Augstein

De rode gloed van de avondzon valt rond acht uur ’s avonds op de oosttribune van het Olympiastadion in Berlijn. ‘Messi, Messi!’, klinkt de langgerekte roep van de Catalaanse cules, de Barça-supporters uitgedost in de primaire kleuren blauw, geel en rood. Hun armen geheven als aanbidders van een hogere macht. Voetbal is een religie, mocht FIFA-baas Sepp Blatter graag verkondigen, en daarvan lijkt de verering van mensenkind Messi de meest tastbare vorm.

Tweeënhalf uur later is het Barcelona van Lionel Messi voor de vierde keer in tien jaar de beste van Europa. Een fenomenale prestatie in een periode waarin geen andere club twee keer de Champions League wist te winnen.

Voor wie van zichzelf vindt dat hij ook best wat met een bal kan: kijk eens naar de warming-up van Barcelona, het traditionele hooghouden van Messi met rechtsback Dani Alves. Dat gaat over een meter of dertig. „Ik zou zo graag vijf seconden hem willen zijn, gewoon om te voelen hoe dat is”, zei ploeggenoot Javier Mascherano in de documentaire ‘Messi’.

Zonder bal lijkt Messi één van ons, als een toeschouwer die per ongeluk een verkeerde deur heeft genomen en zo via de catacomben op het veld kwam. De Champions League-finale in Berlijn is 2 minuut en 37 seconden bezig als Messi, wandelend tot dan toe, voor het eerst uit zijn binnenwereld treedt. Dreigen naar voren, maar toch het tikje terug. Dertig seconden later rolt de bal van voet tot voet over het veld zoals dat bij Barcelona gebruikelijk is: tergend. Tot Messi weer aan de beurt komt en uit stand linksback Jordi Alba met een afgemeten trap over veertig meter richting achterlijn stuurt.

Vanuit het niets schept Messi iets

En dan gaat het ineens hard: via Neymar en Andrés Iniesta combineert Barça in een ijltempo tot bij Ivan Rakitic: 1-0. Messi is dan twee keer aan de bal geweest. Van niets en uit het niets schept hij deze ‘game changers’, zo ontzagwekkend vaak. Neem de halve finale tegen Bayern München, toen hij het op een gegeven moment wel best leek te vinden en de Duitse supermacht openspleet.

Vijfde balcontact in de finale, weer zo’n diagonale pass, nu op Neymar. Hand van Stephan Lichtsteiner van Juventus tegen de bal, maar geen penalty.

Zo’n één keer per minuut, gemiddeld dan, bemoeit Messi zich met het spel. Dat lijkt niet veel, maar hij heeft wel het vaakst van iedereen (99 keer) de bal. Niet alles is veertien-karaats. Tikje zus, tikje zo, balletjes breed en terug.

De eerste Messi-rush, bij zijn 47ste keer aan de bal, is vakwerk. Handig, controle over die situatie, langs twee man tot diep in de zestien waar hij de bal eigenhandig over de achterlijn werkt. Hij heeft een versnelling, zo berekende ESPN, die kan tippen aan de acceleratie van de snelste running back in het American Football. Alleen heeft die de bal in de arm, niet aan de voet.

Scheidsrechter Cüneyt Çakir fluit voor de rust. Tussen de dug-outs door wandelt Messi richting kleedkamer. Hij was hier eerder in het Olympiastadion, tijdens het WK in 2006, als negentienjarige bankzitter tijdens de verloren kwartfinale van Argentinië tegen Duitsland. Hij deed zijn voetbalschoenen voor tijd al uit toen hij doorhad dat hij niet zou gaan invallen. Werd hem in Argentinië niet in dank afgenomen.

Het verhaal is bekend: op zijn dertiende vertrokken naar Barcelona. Kon voor wereldkampioen Spanje uitkomen, maar koos Argentinië en daarmee werd hij bijna wereldkampioen, afgelopen zomer. Maar voor titels moet hij het van zijn wonderploeg hebben, Barcelona.

MSN creëerde een nieuwe standaard

De drie-eenheid ‘MSN’ legde een nieuwe standaard: Messi, Suárez, Neymar. Gedrieën komen ze na rust het veld op. Rugnummers negen, tien, elf. Messi dicteert, zij volgen. Balcontact 51, 52, 53 horen bij een ingenieus opgezette dubbele eentwee met Neymar en Suárez. Het schot van Messi gaat rakelings over.

Barcelona knijpt langzaam de lucht uit Juventus, zoals de ploeg zo graag tegenstanders uitput, maar Juve blijkt fit genoeg. Álvaro Morata trekt de stand zelfs gelijk. Messi’s hand gaat door het korte haar, zorgelijk. Barcelona wankelt. Maar net als Juventus (ook) een penalty wordt ontzegd, krijgt Messi de bal op het middenveld mee van Rakitic.

Hij ontwikkelt met zijn korte pasjes enorme snelheid. Andrea Barzagli wordt voorbijgelopen. Messi haalt uit. Doelman Gianluigi Buffon redt, maar Suárez heeft de rebound voor het binnenwerken: 2-1. Feest op de blauwe sintelbaan rond het veld, de tienduizenden cules in extase. Weer een prijs. Het was even minder met Barcelona. En met Messi trouwens, die het vorig seizoen een kwakkeljaar kende, gemeten naar zijn maniakale maatstaven.

Terugwandelend naar zijn eigen helft krijgt hij een handje van doelman Buffon, met wie hij samen eens de paus bezocht. Juventus moet nu komen, maar Barça is in de counter meedogenloos. Neymars kopgoal wordt nog afgekeurd, wegens hands. Maar in blessuretijd, in een counter met Messi’s laatste balcontact, maakt Neymar alsnog de 3-1.

Respect alom, ook van het zwart-witte deel van het publiek. Andrea Pirlo, tot tranen bewogen na de nederlaag, applaudisseert. Voor Barcelona, voor Messi.

Inmiddels zit zijn voetballeven er voor pakweg tweederde op: 27 jaar oud nu. De vijfde Gouden Bal kan Messi niet meer ontgaan; dat terwijl niemand behalve hij er meer dan drie won. De allerbeste ooit? Die discussie over Messi is er nog amper. Interessant is ook niet de vraag of er ooit al eens één was als hij. Interessanter is de vraag of er ooit nog wel zo een zal komen.