McCartney om wel honderd redenen goed

Foto ANP/ Paul Bergen
Foto ANP/ Paul Bergen

De berichten snelden Paul McCartney vooruit sinds hij in 2013 aan zijn wereldwijde Out There Tour begon: op bijna 73-jarige leeftijd is Sir Paul beter in vorm dan ooit bij concerten die zijn hele Beatles-, Wings- en solorepertoire beslaan. Na een briljante show van bijna drie uur kon gisteren in Ziggo Dome worden vastgesteld dat McCartney er niet alleen zin in had, maar dat hij nog nooit zo’n prachtige uitsnede uit zijn oeuvre heeft laten horen.

Veel Beatlesnummers worden op deze tour voor het eerst gespeeld, zoals het van Sgt. Pepper afkomstige Lovely Rita en het openingsnummer Eight Days A Week dat vlamde als vanouds. McCartney is zijn oude repertoire hooguit wat beheerster gaan spelen, vergeleken bij het weinige referentiemateriaal dat er is omdat The Beatles in 1966 definitief stopten met optreden. Hij zong de sterren van de hemel in Paperback Writer en We Can Work It Out, meerstemmige nummers waarvan je na de dood van John Lennon eigenlijk niet had kunnen dromen ze ooit nog eens zo goed live te horen.

Songs uit de Wings-periode als Listen To What The Man Said en Let Me Roll It floreerden bij de compacte band, die veel beter speelt dan de bezetting waarin de betreurde Linda McCartney de zwakke schakel was achter het orgel. Linda kreeg een mooi eerbetoon met Maybe I’m Amazed waarin McCartney een ruige soulschreeuw opzette. Zijn stem kreeg daarna een rauw randje. Het was juist wel mooi om na al het jeugdige Beatlesrumoer in Another Day te horen dat hij niet meer de twintiger is van toen.

Voor een 72-jarige schakelde hij wonderlijk soepel van de hi-techmuziek van zijn recente single Hope For The Future naar een sober en akoestisch Blackbird. Op roerende manier eerde hij John Lennon met Here Today, een denkbeeldige conversatie met zijn oude vriend en sparringpartner. Op ukelele, George Harrisons favoriete instrument, speelde hij de opening van diens Something. Tussen de nummers jongleerde McCartney met zijn vioolbas, las hij fonetische Nederlandse teksten en haalde hij fans op het podium die elkaar met zijn zegen een huwelijksaanzoek mochten doen.

Er waren honderd redenen om het een gedenkwaardig concert te vinden. De barrelhousepiano van Lady Madonna, de onweerstaanbare countryshuffle van I’ve Just Seen a Face en de manier waarop McCartney inspeelde op het publiek dat spontaan Give Peace a Chance begon te zingen. Een zacht getokkeld And I Love Her kreeg een geheel nieuwe lading, nu het weemoedige liedje leek te gaan over geliefden die er niet meer zijn. Let It Be en Hey Jude werden pianohymnes van samenzang en gedeelde herinneringen. Saai werd het nooit, bij Live and Let Die knalde het grootste vuurwerk ooit binnen bij een binnen-popconcert.

In een uitgebreide toegift liet Paul McCartney het zoete Yesterday volgen door een heftig Helter Skelter, om voor eens en altijd duidelijk te maken dat hij niet het watje van The Beatles was, maar juist de grootste rocker. Van zo’n geweldige, in meer dan vijftig jaar opgebouwde setlist kunnen andere artiesten alleen maar dromen.