Lobbyistenclub: scherp overheidsregels aan

Mag een ex-bewindslid overal voor lobbyen? Nog wel. Maar de beroepsvereniging wil strengere regels nu bekend is dat oud-minister Ben Bot lobbyde voor een verdachte Libiër.

De overheid moet lobbyisten verplichten zich bloot te stellen aan de integriteitregels van de beroepsvereniging van lobbyisten, de BVPA.

Dit zegt BVPA-voorzitter Jaap Jelle Feenstra in reactie op de onthulling over oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot en diens adviezen aan een verdachte Libische zakenman uit de clan van oud- commandant Gaddafi.

Volgens Feenstra heeft Bot, in de contacten die hij namens de Libiër legde met het Openbaar Ministerie, „gehandeld op een wijze die in strijd is met het handvest van onze vereniging, waarin transparantie en integriteit voorop staan”.

Maar omdat Bot en het Haagse kantoor waarvan hij partner is, Meines Holla & Partners, geen lid zijn van de beroepsvereniging, is er volgens Feenstra geen mogelijkheid Bot ter verantwoording te roepen.

„Daarom bepleit ik een closed shop”, zegt Feenstra. Volgens hem kan de BVPA de integriteit van zijn beroepsgroep alleen bewaken wanneer alle geregistreerde lobbyisten verplicht worden zich bij de beroepsvereniging aan te sluiten.

Volgens Feenstra – lobbyist van het Havenbedrijf Rotterdam en eerder PvdA-Kamerlid - „heeft Bot blijkbaar de schijn gewekt dat hij als oud-minister om een wederdienst vroeg”.

Ook Arco Timmermans, hoogleraar public affairs aan de universiteit Leiden, spreekt van „een zaak met heel veel rare elementen”. „Dit doet het imago van belangenbehartigers geen goed”, zegt hij. „Bot begeeft zich met zijn diplomatieke achtergrond (hij was eerder minister van Buitenlandse Zaken en diplomaat, red.) in een zaak met een internationaalpolitieke dimensie: dan moet je héél erg oppassen natuurlijk. Met een beetje ethiek tussen de oren doe je dat niet”, aldus Timmermans.

Hij wijst er ook op dat de inschakeling van Bots eigen bv en zijn verhullende presentatie bij het OM „de indruk wekt dat hij in de schaduw opereert”. „Als je niets te verbergen hebt, hoef je dit soort constructies niet te gebruiken.”

In de Haagse lobbywereld, waar de concurrentie scherp is, bestaat al langer kritiek op Meines Holla & Partners omdat dit lobbykantoor zich nadrukkelijk voorstaat op uitstekende contacten in politiek, bestuur en bureaucratie. Andere grote kantoren profileren zich juist met de stelregel dat lobbyen niet langer om ‘het old boys network’ draait, maar juist om een open behartiging van belangen.

Nederland kent geen regels die een tijdlimiet stellen aan zogeheten ‘draaideur-constructies’ – de directe overgang van oud-politici naar bedrijfsleven of lobbykantoren. Alleen het ministerie van Defensie heeft expliciet vastgelegd dat het departement geen contacten aangaat met oud-politici en –ambtenaren die korter dan twee jaar bij Defensie vertrokken zijn. Deze regels werden ingevoerd nadat wijlen staatssecretaris Jan Gmelich Meijling (1994-1998) er in 1999 van werd beschuldigd dat hij lobbyde voor een defensiebedrijf dat een wapensysteem aan de krijgsmacht wilde verkopen; een aanschaf die hij als staatssecretaris zelf had voorbereid.