Liza verzint haar leven bij elkaar. Ze moet wel

Journaliste Liza schrijft in de krant over de overspelige relaties van anderen. Nu ontdekt ze dat haar eigen man al vijftien jaar een dubbelleven leidt. Maar de roman blijkt verraderlijk: hoe betrouwbaar is Liza eigenlijk?

Eerst even een horde nemen: het uitgangspunt van Liefde tussen 5 en 7 is ongeloofwaardig. Journaliste Liza Wolf doet op een lome namiddag, om 17.03 uur, iets wat ze nooit eerder deed: ze googlet haar man. En vindt, na slechts een paar keer klikken, zijn naam op het Facebookprofiel van een Amerikaanse tiener. Ze ziet foto’s van het meisje, met haar echtgenoot. Luc blijkt een pubertweeling bij een tweede vrouw te hebben.

Eigenaardig. Wílde Luc soms dat Liza zo doodeenvoudig zijn minstens vijftien jaar durende dubbelleven in de Verenigde Staten zou ontdekken? Voor leesclubkransjes zou dat een leuke discussievraag zijn, ware het niet dat de roman geen enkele suggestie in die richting doet. Dus we moeten ons ongeloof maar opschorten.

In het aquarium overdenkt ze alles

Aan de andere kant: juist door de eenvoud ervan is de ontdekking wel een hoogst ironische gebeurtenis, als beginpunt van de nieuwe, negende roman van Wanda Reisel (59). Want het blootleggen en uitpluizen van overspel was nu juist wat hoofdpersoon Liza al jarenlang deed in het dagelijks leven.

Ze schrijft de veelgelezen wekelijkse krantenrubriek ‘Droom & Daad’, waarin hardnekkige vreemdgangers onder gefingeerde namen met de billen bloot gaan over hun escapades, wat vaak leidt tot de ongelooflijkste verhalen – het is overduidelijk geïnspireerd op de Volkskrant Magazine-rubriek ‘Liefde & Lust’.

Nu ligt Liza zelf op de pijnbank als het slachtoffer van overspel, in de twee namiddaguren die Liefde tussen 5 en 7 beslaat – de titel verwijst zowel daarnaar als naar Lucs dubbelleven dat met de agenda gepland wordt. En Liza kiest létterlijk een pijnbank, namelijk een stenen zitje in de aquariumzaal in de dierentuin bij haar om de hoek, waar ze zo tegen 17.27 uur aankomt.

Daar overdenkt ze, turend naar de vissen, haar leven, in een innerlijke monoloog die de hele roman duurt.

Het mag duidelijk zijn dat Reisel niet bang is voor een scheutje symboliek: in het aquarium heerst een kelderachtige koelte en verstildheid die haar naar de krochten van haar herinnering leiden. Ze zijn sterk aangezet, maar vaak werken ze wel: Reisels vertelling is uitstekend gedoseerd, het verhaal beweegt zich voort in een kalm en toch strak tempo, ze schrijft helder en gelaagd tegelijk. Daardoor kan ze het zich veroorloven dat er af en toe een cliché uit de kast getrokken wordt of een metafoor de mist in gaat.

Dat Liefde tussen 5 en 7 aanvankelijk wat voorspelbaar aanvoelt, door de verplichte overdenkingen van Liza over haar verleden, blijkt later verraderlijk. Net zoals de hoofdstuktitels met tijdsaanduidingen de roman ook iets ongeloofwaardigs en kunstmatigs lijken te geven – maar daaraan zit uiteindelijk een twist. Zo blijkt Liefde tussen 5 en 7 gaandeweg een steeds slimmere, uitdagender roman. Natuurlijk: dat Wanda Reisel wel weg weet met bedrog hadden we op grond van haar eerdere werk al kunnen verwachten. Toch verrast ze.

Vooral dankzij haar pikante professie krijgt Liza een interessante gelaagdheid. Ze erkent en waardeert de spanning van overspel. Verlekkerd zette ze in ‘Droom & Daad’ steeds vaker de details uit de levens van haar geïnterviewden een beetje aan, en ze bloeide op toen ze een heel interview had gefingeerd: ‘Toen ik die vernedering bij elkaar had verzonnen was ik zo tevreden dat het hele stationscafeetje in een gloed leek te staan. En uitgerekend dit bedachte interview bleek het grootste succes van de serie tot dan toe.’

Staan er wetten in de weg? Praktische bezwaren? Welnee.

Een krachtig én tragisch personage

Dat roept een prettige spanning op in de roman. Hoe betrouwbaar is Liza? In het aquarium voert ze gesprekken met de suppoost, al wordt gaandeweg duidelijk dat zij hem de naam Jesse Maduro heeft gegeven. En praat hij eigenlijk wel terug? Dat maakt Liza ervan – en Reisel speelt ermee.

Net als met deze eigenaardige metafoor: ‘Herinneringen liggen in je geheugen als Franse kaasjes onder een stolp, ieder met zijn eigen specifieke geur en smaak. Door iets, een naam of een gebaar, wordt je neus naar dat plateau geleid en zodra je de stolp oplicht en er zuurstof bij komt, komen de herinneringen scherp tevoorschijn.’

Herinneringen als Franse kaasjes, ja, is dat nou echt zo? Of wíl Liza zich alleen maar haarscherp herinneren dat ze zich de Amerikaanse echtgenote herinnert van een borrel, lang geleden? Ze fabriceert haar leven bij elkaar, realiseren we ons, om het verhaal te kunnen vertellen dat zij wil horen. Zo schiep Reisel een intrigerend personage dat tragisch en krachtig tegelijk is.

En dan, tussen 18.37 uur en 18.59 uur, neemt ze wraak.